Zam en Zim.

Inmiddels zijn we alweer terug in Nederland. Helaas lopen we achter met onze blog; bij deze de blog over Zambia en Zimbabwe. De blogs over Botswana, Namibië en Zuid Afrika houden jullie nog even tegoed 🙂

Na prachtig Malawi gaan we door naar Zambia. Land nummer 10 op het Afrikaanse continent. Helaas hebben we maar een week voor dit mooie land.

De grens overgang is maar klein. We moeten even geld wisselen maar vinden geen wisselaars zoals gewoonlijk. Als we bij de grens navraag doen blijken de geld wisselaars al in het café te zitten, tja het is natuurlijk vrijdag… Wanneer ze horen dat er business is laten ze hun bananenbiertje even voor wat het is en komen ze kijken of er goede zaken gedaan kunnen worden.
Het visum is zo geregeld en we kunnen weer snel door. Anton krijgt zo als bijna altijd op zijn kop omdat hij een foto maakt van de grens overgang wat natuurlijk niet mag.

Na de grens rijden we door naar ons doel van vandaag; Chipata. Het eerste stuk is nog stoffige zandweg die daarna overgaat in een mooie asfalt weg die we in het donker afleggen.
Op de camping in Chipata vragen we of we er wat kunnen eten. Dit kan wel, volgens de enthousiaste bar medewerker. We bestellen wat en gaan ondertussen de daktent uitklappen. Na 10 minuten komt de jongen een beetje beteuterd terug. Hij heeft bij de eigenaresse van de camping onze bestelling doorgegeven maar de kok is niet komen opdagen vandaag dus we moeten zelf koken, hij geeft nog aan dat hij morgen een lekker ontbijt voor ons kan maken, maar een avond maaltijd bereiden dat heeft hij nog nooit gedaan. Het word dus een snelle kant en klare pasta.
De volgende ochtend gaan we in Chipata even boodschappen doen we we zien dan een groene landrover. Leuk! Overlanders! De auto komt Anton bekend voor. Het blijkt de auto van andere Nederlandse overlanders te zijn die twee maanden voor ons zijn vertrokken en dezelfde route hebben gereden als waar wij mee bezig zijn. We hebben regelmatig contact met ze gehad tijdens de voorbereidingen en de reis en zijn dus verbaasd de auto te zien omdat zij alweer terug in Nederland zijn.
In de supermarkt komen we een Nederlands stel tegen en na een praatje komen we er achter dat zij de auto hebben over genomen en er mee terug naar Nederland rijden.
Grappig dat het overlander wereldje zo klein is en dat we een auto die twee maanden voor ons vertrokken is naar Afrika al weer op zijn terug weg tegen komen!

Na dat we de boodschappen binnen Hebben rijden we door naar South Luangwa national park wat een van de hoogte punten van de nationaal parken in Afrika zou moeten zijn. We vinden een mooie camping aan de rivier waar de olifanten door waden voor onze neus. In de nacht horen we een leeuw brullen..Yiheaa gaaf, dit is Afrika!!

De volgende ochtend vroeg uit de veren om het park in te gaan. In de ochtend of namiddag zijn de dieren het meest actief. Het is een prachtig park, we zien veel olifanten, zitten op een gegeven moment tussen twee olifanten kuddes in die erg beschermend zijn naar hun jongen en dus niet blij met onze komst. Met veel geduld, uiteindelijk flink plank op t gas en een bonzend hart komen we er langs.
We dwalen nog ver het park in, zien hier helaas niet veel dieren meer en verdwalen.. Uiteindelijk moeten we een eind terug rijden om de noord uitgang van het park te vinden. Dit duurt langer dan gedacht maar als we onderweg de kans krijgen om een luipaard te zien die geblesseerd is en dus niet snel voortbeweegt denken we even niet aan de tijd en blijven we een tijdje kijken. We komen rond 19.30 aan bij de gate in het donker en slechts een uur te laat.
Gelukkig maakt het de poortwachter niet zoveel uit, de noord gate word niet vaak gebruikt en hij is allang blij weer eens wat aanspraak te hebben.
We blijven in het ranger kamp overnachten en s’nachts dromen we nog van leeuwen en kuddes olifanten die langs de tent lopen.

In de ochtend gaan we weer vroeg op, we hebben een lange pittige rit voor de boeg (al weten we van te voren nog niet hoe pittig). Het doel is om naar Shiwa Ng’andu te rijden, een stukje Engeland in Afrika, wat over is gebleven uit de koloniale tijd.

De weg vanaf het ranger kamp begint al goed. Een smal rotsig pad met aan weerszijde veel boompjes en struikgewas, kronkelt omhoog en omlaag uiteindelijk een bergpas over. Op zich stelt de berg zelf niet veel voor maar het steile pad vol losse keien en scherpe bochten maakt het een uitdaging. Dit is het meest spannende pad dat we tot nu toe gereden hebben en als we op een gegeven moment op twee wielen balanceren stapt Jolle uit om Anton aanwijzingen te geven hoe over de keien te manoeuvreren.
Als we na 60 km., waar we vier uur over gedaan hebben, bij de grote weg aan komen zijn we moe en hongerig. Gauw opzoek naar een winkeltje waar ze brood verkopen en weer door!

In de avond komen we op Shiwa Ng’andu aan. Het is een groot landgoed gesticht door een Engelsman, dhr. Stewart Gore-Brown. In de koloniale tijd kwam hij tijdens de missie om de grens op te zetten tussen Rhodesië en Belgisch Congo bij een meer, door de Bemba(de lokale bevolking), Shiwa Ng’andu genoemd. Plaats van de vele krokodillen.
Stewart droomde altijd al van zijn eigen koninkrijk en besloot dat dit de plaats was. Hij kocht 10.000 hectare van de chief en bouwde zij eigen kleine Engelse nederzetting. Met lokale materialen werd alles opgebouwd, maar aankleding als grote piano’s en dure wijnen werden uit Engeland verscheept. Op het landgoed stonden uiteindelijk huizen voor 2000 werknemers, scholen en een postkantoor.
Het landgoed werd financieel onderhouden door Stewart zijn rijke tante in Engeland.
Tegenwoordig wonen er nog steeds achterkleinkinderen van Stewart en werken er ook nog klein kinderen van bedienden die al voor de heer Gore-Brown werkten.
Er worden rondleidingen door het huis gegeven maar omdat ze hier een bizar hoog bedrag voor vragen hebben wij dit overgeslagen. We hebben wel met open mond rond gereden over het landgoed. De perfect aangelegde lanen met bomenrijen zijn Engels, de gebouwen zijn Engels, de keurige tuin is Engels en de schaapskuddes maken het plaatje compleet, even wanen we ons in Engeland en zijn we niet zo heel ver van ons koude kikkerlandje, dan zien we een paar Zambiaanse mannen rustig tegen een boompje hangen en zijn we weer terug in Afrika.

Op het landgoed is ook de warm water bron, de ‘Kapishya hotsprings’.
Hier is tegenwoordig een camping bij waar we een nacht gekampeerd hebben. S’ avonds en in de ochtend hebben we heerlijk in dit warme water van 42 graden gebadderd.

Vanaf deze surrealistische maar heerlijke plek vertrekken richting Livingstone. Het plaatsje dat aan Zimbabwe grenst en beroemd is vanwege de Victoria falls.
We rijden er drie dagen over en dit is een lange saaie, soort van, snelweg.
Wel leuke korte ontmoetingen op de campsites met mensen die ook ‘overlanden’ maar dan met een gehuurde auto voor een paar weken. We gaan dit de komende landen nog veel zien.
Hier in Zambia komen we vriendelijke Zwitsers tegen die bijna naar huis gaan. Hierdoor  krijgen we veel van hun etensvoorraad en een hoop kruiden waar we erg blij mee zijn.

In Livingstone vinden we een camping vlakbij de rivier de Zambezi. We mogen er staan als er nog plek is, aldus de receptioniste. We rijden een rondje en willen het al opgeven als er naar ons gezwaaid word, er staat een Nederlands overlander stel waar we naast mogen staan. Na een kort praatje geven ze aan dat ze nog een niet afgestempeld kaartje voor een bezoek aan de Vic falls hebben die we mogen gebruiken. Dit laten we ons geen twee keer zeggen, we hebben nog 2 uur voordat de gate sluit en we hebben dan een traktatie van een prachtige zonsondergang bij de falls.
Bij terugkomst kletsen we nog wat met onze buren, we besluiten niet meer te koken en lekker makkelijk een pizzaatje te eten in de bar. Onder het genot van een drankje delen we onze ervaringen en hebben we een gezellige en late avond.

De volgende ochtend gaan we de grens over naar Zimbabwe. Hier willen we ook de Victoria falls bezoeken omdat het vanuit hier nog spectaculairder zou moeten zijn dan vanuit Zambia, zeker nu het droog seizoen is.
Even de grens oversteken duurt helaas langer dan gedacht. Natuurlijk is het een drukke overgang vanwege al het toerisme dat er komt voor de watervallen. Maar in Zambia vinden ze het ineens nodig om ons bij het verlaten van het land nog allerlei kosten in rekening te brengen. Eerst moeten we een road levy betalen voor het onderhoud van de brug over de Zambezi. We vinden dit een raar verhaal maar het kost niet veel en na wat gediscussieer betalen we toch maar. Dan ineens vertellen ze ons dat we roadtoll moeten betalen. Bij binnenkomst in Zambia hebben we al milieu heffing betaald en gevraagd of dit alles was wat er betaald moest worden. Nu willen ze ineens nog 50 dollar. We geloven er niks van zeggen ze dus niks te betalen. We staan voor het grenshek maar de poort blijft dicht. Anton parkeert de auto voor het hek zodat we de hele grens blokkeren. Wanneer er mannen met grote geweren aankomen en aangeven dat ze ons moeten arresteren binden we maar weer wat in.. We willen niet mee werken aan corruptie maar we willen wel vandaag naar Zimbabwe. Na nog meer gediscussieer met een zeer onvriendelijke kattige dame die ons uiteindelijk door verwijst naar een wat vriendelijkere dame die ons vervolgens vriendelijk verteld dat we dit bedrag bij binnenkomst van het land al hadden moeten betalen. We worden dus niet opgelicht, maar het fantastische systeem in Afrika waar bij iedereen wat anders verteld en eigenlijk niemand weet waar hij of zij mee bezig is heeft duidelijk zijn werk weer gedaan.Uiteindelijk betalen we het bedrag nog een beetje mopperend omdat dit veel van onze tijd heeft gekost en ze hun zaken beter voor elkaar moeten hebben, maar ja ook dit is Afrika…

Zimbabwe

Jaaa, eindelijk zijn we er dan. Zimbabwe. We hadden graag dit hele land willen zien maar door tijd gebrek word het maar een dagje waarbij we ook hier de watervallen gaan bezoeken, de toeristische attractie van Zimbabwe. Het land heeft natuurlijk veel meer te bieden. De politieke situatie, de geschiedenis en de natuur maken het een interessant land waar we zeker nog heel graag een keer naar terug gaan.

Zodra we de grens over zijn stoppen we direct bij de watervallen om hier ook rond te struinen. De watervallen zijn hier zoals al verwacht, veel spectaculairder dan in Zambia en je krijgt een beetje een idee hoe het in het regen seizoen moet zijn.

Na de watervallen gaan we op zoek naar een camping maar natuurlijk niet voordat we eerst belaagd worden door 20 straat verkopers die van alles en nog wat aanbieden. De werkeloosheid en armoede in Zimbabwe is gigantisch. Omdat het land geen eigen valuta heeft en ze nu de dollar gebruiken die veel sterker staat dan de meeste Afrikaanse valuta zijn er weinig mensen die rond kunnen komen van het beetje geld dat ze verdienen. Het stadje ´Victoria Falls´ is uit de grond gestampt voor het toerisme dat afkomt op de watervallen en natuurlijk willen ze allemaal wat verdienen aan het toerisme. Als er geen goede deal gesloten kan worden willen ze zelfs graag spullen ruilen. Slippers, eten, handdoeken of wat je ook maar kwijt wilt.

Op de camping komen we zoals gewoonlijk weer eens laat aan. Na een potje lekker koken duiken we op tijd de tent in. Morgen willen we op tijd vertrekken en de grens met Botswana over. De volgende ochtend komt het zoals wel vaker niet van vroeg vertrekken. Anton heeft een leuk gesprek met een van onze buren, een Zimbabwaan die ons wat inzicht geeft in het leven van de Zimbabwanen onder het regime van Mugabe. Ook ontmoeten we een Belgisch stel, die al jaren reizen en de laatste jaren elk jaar een paar maanden in Afrika zijn. Het zijn de initiatiefnemers van de Belgische overlanders club en organiseren elk jaar een evenement in België en beheren ook de Belgische overland website en facebook pagina. We krijgen mooie verhalen, tips, goede koffie en gezelligheid. Op onze route zullen we ze nog wel vaker gaan ontmoeten aangezien ook zij richting Botswana, Namibië en Zuid-Afrika gaan.
Maar we moeten er echt vandoor, Botswana wacht…
Na een mooie route langs de Zambezi en een van de gemakkelijkste grensovergangen die we tot nu toe hebben gehad zijn we weer uit Zimbabwe en gaan we op naar een nieuw avontuur.

Geschreven door Jolle

Deze diashow vereist JavaScript.

 

 

Heel Malawi fietst

Bij de grensovergang in Malawi valt er op een groot billboard te lezen: ´Let´s create a progressive Nation´; ‘Patriotism, Integrity, Hardwork’. Getekend; His excellency Prof. Arthur Peter Mutharika, President of the Republic of Malawi.
Bij het grenskantoor is ‘Patriotism’ gelukt; de grensbeambtes zijn enthousiast over Malawi en we worden hartelijk welkom geheten. De rest van de president zijn boodschap is helaas (nog) niet helemaal doorgedrongen. We willen aan de grens graag een visum voor dit prachtige land en krijgen een speciale behandeling; we mogen in het kantoor komen zitten. Sinds korte tijd mogen wij als Europeanen, slechts 75 Euro per persoon voor een visum neerleggen, terwijl dit visum voorheen kosteloos was. Omdat het visum volgens de grensbeambten normaal gesproken niet aan de grens verkrijgbaar is wil men ons graag helpen. Of we dan wel even 10 Euro servicekosten per persoon willen betalen, zonder bonnetje natuurlijk.  Jammer joh, we weten dat het verkrijgbaar is aan de grens en zonder bon betalen we natuurlijk geen servicekosten. Abrupt stopt de grensbeambte met zijn ´zakgeld´ verhaal en praat ‘integer’ verder over het Europese voetbal. De manager van het geheel lacht een keer, achterover leunend op zijn stoel, in zijn kantoor met airco, en neemt nog een slok van zijn koude cola. Welkom in Malawi!
Direct na de grens rijden we door een prachtig maar erg arm gebied met theeplantages, naar de camping bij het Mulanji gebergte. We staan samen met veel spinnen en duizendpoten op de camping en hebben een privé bewaker die uiteraard gewoon even een bordje mee eet.  De omgeving is prachtig maar we hebben ‘maar’ twee weken de tijd en helaas geen tijd om dit gebied verder te verkennen.
Malawi is een van de armste landen ter wereld. In de gebieden waar toeristen komen probeert de bevolking echt alles om maar iets te kunnen verdienen. De nood is zo hoog dat men tijdens het verkopen gewoon begint te trillen van de spanning. Je empathisch vermogen word in dit land dan ook aardig op de proef gesteld.
In Blantyre (jazeker, ook in Malawi) doen we boodschappen en rijden door richting het Zomba plateau. Onderweg kunnen we  vers fruit kopen; aardbeien, bramen, bessen en frambozen. Wow! na al die tijd vers fruit, inslaan dus, heerlijk.
Op het Zomba plateau drinken we, vanwege het mooie uitzicht en de wi-fi, even een bak koffie bij een luxe hotel en daarna richting de camping in een erg mooi bos. S’ avonds is het zo fris dat je een dikke trui, lange broek en schoenen aan moet trekken. S’ morgens vroeg krijgen we hier een leuke verassing in de vorm van een vogelspin die in de bestekzak verscholen zit, ‘het bestek voelde gisteravond ook al zo harig aan’. Via stoffige zandwegen rijden we een rondje over de berg met mooie uitzichtpunten, stenenverkopers, watervallen en een verticale grot waar mensen met lepra in het verleden, ter heling, in ‘achtergelaten’ werden.
Ook in Malawi leven olifanten. Vlakbij de ingang van het Liwonde NP komen olifanten die s’ avonds over de camping een inspectieronde lopen. De camping staat vol met Baobab’s, de overige bomen die in de weg staan, worden omver geduwd. Als je naar de wc wilt moet je letterlijk tussen de olifanten doorlopen; de olifanten trekken zich weinig van de campinggasten aan en gaan vrolijk verder met het slopen van bomen en het volpoepen van de camping.
Het Liwonde park was erg mooi en het leek soms wel alsof het herfst was; blad op de grond en de bomen in prachtige herfstkleuren. In het park zien we zoveel olifanten dat we gestopt zijn met tellen.
Op naar Lake Malawi! Door super mooie landschappen reden we richting cape Mc clear. Malawi is straatarm, voordat je op de camping arriveert, rij je steevast door een dorpje met hutjes, brandend afval en loslopende geiten. De bevolking van dit mooie land is erg vriendelijk en overal waar je komt maken de mensen graag een praatje of wijst men je met alle plezier de weg.
Aangekomen op de camping beland je weer in de westerse wereld die zich achter de hoge muren bevind: wat een contrast toch telkens weer.
Lake Malawi is super mooi, je waant je in een tropisch paradijs, alleen de palmbomen ontbreken. De plaatselijke dorpelingen wassen alles in het meer; zwemmen is op deze plek niet aan te raden i.v.m. de kans op Bilharzia. Uiteraard even auto onderhoud doen, de koelkast schoonmaken en kletsen met onze Zimbabwaans / Engelse ‘overland’ buren en het uploaden van de blog over Oeganda ,wat slechts 6 uur tijd in beslag nam.
Heel Malawi fietst. En dat hebben we gemerkt, overal fietsen de mensen en auto’s komen we maar weinig tegen. Als je alles op de fiets doet, dan moet je creatief zijn. In Nederland ben je al blij als je (de altijd weer te volle) boodschappentas én een kratje bier heel en zonder straateczeem thuis kunt brengen. In Malawi doe je dit onder het motto ‘niet te moeilijk denken’. Je bindt een groot varken gewoon op een houten plaat en deze knoop je vervolgens vast op het bagagerek. Of een stapel haardhout van 2 meter hoog achter je rug. Of stalen profielen van vier meter lang. Niets is te gek.
Na Cape Mc clear zijn we bij een cychliden kwekerij langs gegaan. In het meer komen ca. 800 soorten inheemse cychliden (vissen) voor in veel kleur varianten, erg mooi. Deze vissen worden wereldwijd geëxporteerd.
Hierna snel doorgereden naar de ‘Cool runnings’ camping, een plek met écht groen gras en die ook nog eens maatschappelijk verantwoord is; 50 % van de opbrengst gaat naar de mensen in het dorp.
Op deze camping hebben we een aantal dagen gestaan om even lekker te chillen en de verjaardag van Jolle te vieren. Helaas was er geen stroom en dus geen internet en konden we niet met Nederland contacten.
Door de droogte staat het water van het meer vrij laag; dit betekent een naderend watertekort en minder stroom van de dam. Hierdoor sluit de overheid de elektriciteit overdag in bepaalde delen van het land gewoon af. De mensen pakken koelkasten en vriezers in met kleden om ook de veelvoorkomende, lange stroomonderbrekingen van soms wel 36 uur alle etenswaren goed te kunnen houden.
We rijden verder over slechte wegen met veel fietsers, voetgangers en loslopend vee. Af en toe rijden we over een stalen brug met houten planken, het geluid van de planken geeft je het gevoel dat je er elk moment doorheen kunt zakken, beetje vaart houden dus.
Omdat we graag naar het Lake of Stars festival wilden, besloten we te checken of er nog een campingplek in de buurt beschikbaar was; s’ avonds laat aangekomen werden we gelukkig toegelaten op de ‘volgeboekte’ camping en verwelkomt door de Duitse eigenaresse en haar Zuid Afrikaanse man. Of we varkensvlees lusten; tuurlijk! Een half uur later zaten we een heerlijk stuk vlees met patatten te eten; dat is lang geleden dat we varkensvlees gegeten hebben.
Het Lake of stars festival is een leuk festival voor het goede doel dat naast lokale ook internationale artiesten op het programma heeft staan. Eerst toffe lokale muziek, daarna Freshly Ground ( met lokale artiesten, bekend van WakaWaka) met als afsluiter een dj set van Timo Maas, wat een combinatie, mooi dat het kan! Deze camping komt zeker terecht in de top 10; kamperen tussen de bomen op groen gras, tussen de stenen snorkelen in het Malawi meer en een super zonsondergang.
Bij vertrek van de camping regelt de eigenaresse nog even een rondleiding bij een plaatselijke rubber plantage en de bijbehorende houtfabriek die op de route liggen. Erg interessant om te zien waar het rubber van autobanden, elastieken, schoenzolen en condooms vandaan komt en hoe dit geproduceerd word. Van het hout worden mooie producten gemaakt die o.a. verscheept worden naar Europa.
Na een paar festivaldagen zijn we naar de ‘mushroom farm’ gereden; geen paddo’s maar wel een mooie camping met een super uitzicht vanuit het gebergte op het Malawi meer. Er zijn twee wegen de berg op; een zandweg met een paar stenen of een mooie 4×4 weg waarbij in elke bocht een bord met het nummer van de betreffende bocht staat, en dat is niet voor niets. We kwamen in het donker aan en besloten de moeilijke weg naar boven te rijden, 4WD aan, verstralers aan en gaan! Bochten tellende, veel stenen en een paar keer steken in de te krappe bochten en we kwamen aan op de camping. Vanuit de camping zijn we de volgende dag naar Livingstonia gelopen en hebben we een koloniaal ziekenhuis, het Stone house museum ,een kerk met een glas in lood raam met een afbeelding van Dr. Livingstone en de plaatselijke waterval bezocht. Onderweg kregen we nog versgebakken lever van de zojuist geslachte geit aangeboden, waar we maar even vriendelijk voor bedankt hebben.
Vanuit Livingstonia zijn we de volgende dag doorgereden naar Mzuzu en belanden we bij een paar Zuid Afrikanen op de camping. Vanaf het eerste moment voelen we ons hier thuis en mogen we gebruik maken van de woonkamer en even lekker een domme film op de  tv kijken, (dat is lang geleden!) de motorolie verversen en genieten van de kookkunsten van de eigenaar. De volgende dag rijden we richting de grens van Zambia.
Geschreven door Anton

Deze diashow vereist JavaScript.

Praia de Mozambique

Na een korte overtocht over de Rovuma rivier komen we dan in Mozambique. We hebben het gedrang tussen de wachtende auto´s om de veerboot op te kunnen komen gewonnen en de angst om dus na onze lange wachttijd alsnog niet op de boot te kunnen komen en dus ook niet in Mozambique aan te komen van ons afgeschud.
Blij omdat we een visum hebben kunnen bemachtigen op Zanzibar en een beetje gespannen omdat dit land toch wel bekend staat als een van de meest corrupte landen van Afrika, rijden we op de douane af.
We hadden al wat speurwerk op internet gedaan naar de manieren waarop ze je kunnen oplichten of kleine regels waarop ze je geld afhandig willen maken en zijn dus aardig voorbereid.
Het valt allemaal reuze mee.
In de rij wachtend hoeven we alleen maar te zorgen dat onze mede boot passagiers niet voordringen. In het paspoort komt al gauw een stempel te staan en met het carnet word ook niet moeilijk gedaan.
Dan word duidelijk gemaakt dat onze auto doorzocht moet worden. Gelukkig staat de auto in de brandende zon en dus zal de douane hopelijk gauw klaar zijn. Anton loopt met de douane ambtenaar naar de auto en ik kijk een beetje zenuwachtig toe omdat dit het moment is dat ´ze´ moeilijk kunnen gaan doen.
De auto word na niet al te doorgrondig kijken (een blik achter in de auto en een blik achter de bestuurdersstoel) goed gekeurd.  Wel vroeg de beste man of hij onze camera mocht hebben omdat hij amateur fotograaf was. Toen Anton vertelde dat we deze eigenlijk zelf wel wilden houden vroeg hij om een koud drankje met zijn aller zieligste Bassie-de-clown-mienemienemienemiene-hoofd. Toen Anton hierop vertelde dat hij eigenlijk als een warm welkom in Mozambique had verwacht ontvangen te worden met een koud drankje, in plaats van ze te moeten uitdelen, viel de man stil.

Het is bijzonder hoe deze volwassen mannen in uniform, representatief voor hun land, zichzelf eigenlijk voor paal zetten door zich zo te gedragen om alleen maar een koud drankje van toeristen gedaan te krijgen. Nog jammerder is dat veel toeristen hierin mee gaan en de koude drankjes en sigaretten al klaar hebben liggen om uit te delen om ‘gezeur’ te voorkomen.

We zijn in Mozambique!!! Hier wilden we heel graag heen, maar omdat we inmiddels achter lopen op ons reisschema en het visum erg moeilijk te verkrijgen is hadden we dit prachtige land bijna overgeslagen.  We hebben wel besloten alleen noord Mozambique te bezoeken gezien de tijd maar ook gezien de onrustige politieke situatie tussen de Frelimo en Renamo aanhangers die al jaren lang gaande is en die er voor zorgt dat er in konvooi gereisd moet worden in het midden van het land.

De eerste indruk die we krijgen in Mozambique is, wauw wat ongerept. Vanaf de grens rijden we een best 4×4 pad door ongerepte natuur. Niks geen toeristen, geen wegen en geen andere mensen om ons heen behalve de mede passagiers die met hun tweedehands nieuw geïmporteerde taxi busjes over de weg heen scheuren alsof het strak geasfalteerd is.
We gaan als eerst richting de stad Palma. Het is eigenlijk meer een groot vissersdorp. De mensen kijken ons nieuwsgierig aan omdat hier maar weinig toeristen komen.
We merken steeds vaker dat Noord Mozambique echt nog mooi en onbedorven is door het massa toerisme. Na Kenia en Tanzania een welkome afwisseling.
Mozambique heeft ook veel te maken gehad met de slaven handel wat er voor zorgt dat er net als in Tanzania en Kenia veel Arabische invloeden zijn. De Portugezen hebben de dienst uit gemaakt in Mozambique tijdens de koloniale tijd waardoor de meeste mensen Portugees spreken. Dit is soms wel lastig aangezien wij dit niet doen.  In Palma zien we voor het eerst sinds lange tijd kinderen en dames broodjes verkopen langs de weg. Heerlijk verse Portugese bolletjes met zo’n knapperige korst. Hmmm, na alle chapati (wat heerlijk is maar die ons echt de neus uit komt) is dit echt een traktatie.  De mensen hebben veel schik als Anton in zijn beste Arabisch/Swahili/Portugees de broodjes besteld die overigens ook nog eens helemaal niets kosten.
Een slaapplaats vinden we niet in Palma, dus we besluiten nog door te sjezen naar Mocimboa da Praia, een wat groter stadje is aan de kust. Het word weer in het donker rijden, wat niemand ons aanraad in Afrika maar wat best te doen is met onze extra verstralers voorop de bumper.
We vinden dan toch een camping en zetten moe en voldaan ons tentje op voor het eerst op Mozambiquaanse grond.

De volgende dag gaan we in het stadje een verzekering voor de auto regelen, Vervolgens halen we een simkaart zodat we bereikbaar zijn.  We zullen niet lang in Mozambique blijven maar willen wel bereikbaar zijn aangezien dit land politiek onstabiel is en we geen ongeruste moeders willen hebben.  We rijden hierna door naar Pangane. Dit is een mooi plaatsje aan de kust waar je goed kan duiken en mooie witte stranden hebt. Na een lange dag rijden komen we inderdaad in Pangane. De twee resorts met camping die ons door de Lonely Planet zijn beloofd bestaan niet meer komen we al gauw achter. Ook de camping op het schiereiland is vergane glorie. Er zijn nog twee afgebakende stukjes met toiletpotten en iets wat de douche zou moeten zijn geweest. Volgens de twintig kinderen die ons op de weg voorgingen om ons de weg te wijzen is dit de camping. Uiteindelijk besluiten we hier te kamperen. Verder rijden door het donker hebben we geen zin in, wetende dat we geen betere campsite zullen vinden binnen een paar uur rijden.  Het plekje is ook paradijselijk prachtig. Er komt niemand om camping geld te innen zoals we hadden verwacht dus we zetten de tent op en koken een vluchtig maaltje.  Dan komt er een vriendelijke jonge man met twee koffers aangezet. Hij probeert ons van alles duidelijk te maken maar we snappen hem niet. Anton heeft een paar keer met hem in zijn koffertjes gekeken maar deze zijn leeg. Dan snappen we uiteindelijk dat het de bedoeling is dat wij spulletjes in de koffertjes mogen doen als we iets kwijt willen. Hij heeft tassen vol troep bij zich. Hij gaat op een afstandje zitten als we gaan eten en roept een paar keer en wijst naar zichzelf. We proberen onze nieuwe vriend uit te leggen dat we maar eten voor 2 personen hebben. Hij blijft zeggen dat hij honger heeft, maar aan zijn dikke buik te zien lijkt dit geen honger. Uiteindelijk besluiten we hem naar te negeren en druipt hij af, zijn rommel en koffertjes achterlatend.
De volgende ochtend worden we wakker van onze vriend van gisteravond die met een karton druk het strand om en onder onze auto aan het aanvegen is. Hierbij zorgt hij er regelmatig voor dat hij ‘per ongeluk’ tegen onze auto aanstoot om ons te wekken.  Dit is gelukt dus we gaan er uit. Dan komt direct een andere man aan die de ‘camping baas’ blijkt te zijn. Hij wil geld zien. De beste man vraagt voor zijn niet bestaande camping tien Amerikaanse dollar per persoon en nog een klein bedrag voor de bewaker.  Zoveel geld hadden we niet en betalen we nog niet eens voor een luxe camping met zwembad. En we betalen ook geen geld voor de dorpsgek die op ons af is gestuurd als bewaker die de hele avond het eten van ons bord heeft gekeken. De man blijft volhouden. Uiteindelijk haal ik net genoeg geld uit de portemonnee om nog broodjes te kunnen kopen als Anton met de man discussieert en laat hem vervolgens de inhoud van de portemonnee zien. Dit is wat we hebben en dit is wat je kunt krijgen. Ons laatste geld. De man pakt het uiteindelijk al protesterend aan en laat ons gaan. Na wat schelpen zoeken stappen we uiteindelijk in de auto om weer verder te gaan.

Het grootste stadje dat we in Mozambique hebben aangedaan is Pemba. Ook een kust plaatsje waar verschillende campsites zouden zijn. Net als overal in Noord Mozambique zijn de campings echter gesloten. Eerst boodschappen gedaan. We vergapen ons aan al het herkenbare westerse eten wat hier allemaal geen drol kost. Als we naar buiten komen vliegen er ‘markt mannen’ op ons af bij de parkeerplaats van de supermarkt die verse groenten verkopen. Ze komen met een oude hangweegschaal aan die bij 3 aardappels al een kilo aangeeft. Hier trappen we natuurlijk niet in en we spreken een prijs per stuk af waar de van opwinding trillende mannen nog dik aan verdienen.  Collega’s buurmannen en vrienden worden er bij geroepen als blijkt dat we nog meer soorten groenten willen wat er in resulteert dat er 10 man om ons heen staan te schreeuwen. En we uiteindelijk niet meer weten wat we aan wie moeten betalen en moeten opletten dat de straat kindertjes niet Anton zijn telefoon uit zijn zak rollen.  Als we alles hebben wat we willen springen we de auto in, geven nog bananen aan twee straat kinderen en geven we de parkeerwacht wat fooi.
We vinden toch een camping waar veel overlanders heen gaan, Russels place waar we heel even uit de drukte van Afrika stappen en binnen de poorten van de luxe westerse gemakken gebruikmaken.  Een prima plek om even bij te komen, de was te doen, onderhoud, blog bij werken, lekker stom tv kijken in de bar en heerlijk van het eten in het restaurant te genieten. Ze hebben ook een heerlijk zwembad waar we pas net voor vertrek gebruik van maken wanneer we het roofrack dat op het dak 5 cm naar voren is geschoven met behulp van de tuinmannen weer terug hebben gezet.
Helaas krijgen we hier ook rot nieuws uit Nederland omdat er een familie lid is overleden. Dan zit je ineens toch wel weer ver weg en is het best moeilijk dat je niet even heen en weer naar Nederland kan.  Het besef komt zo onderhand na 5 maanden ook wel dat we onze familie en vrienden toch wel steeds meer beginnen te missen en we hebben het steeds meer over wat er zo lekker is aan Nederland.
Toch zijn we nog lang niet klaar met reizen en is het nog vol op genieten.  Het leven moet ook gevierd worden.

Na Pemba zijn we verder langs de kust zuidwaarts gegaan naar Chocas de mar. Een van de mooiste stukjes stranden van Noord Mozambique. Hier hebben we op een gekke plek gekampeerd bij een lodge. De campsite zou achter de lodge liggen maar hier konden we geen toiletten of douches vinden die nog in bruikbare staat waren. Toen we wilden gaan vragen bij de lodge waar we dan moesten kamperen bleek alles al dicht te zijn dus hebben we de tent maar voor de lodge aan de zee op gezet. Dit bleek de volgende dag niet de bedoeling maar we waren toch al weer van plan verder te gaan. Eerst nog even langs de zee gelopen, gekeken bij de mannen die zeewormen uit de grond graven voor het vissen en bij de Mama’s die mosselen, krabben en inktvissen uit de zee halen. Ze lopen met velen over het koraal vlak aan de kust en slaan met stokken alles kapot om hun vangst op te jagen. Super zonde van al het moois dat hier leeft en groeit. Er is hier weinig educatie over natuurbehoud en het is ook moeilijk omdat deze vangst het enige is waar hele families van leven.
We zijn na de lunch naar een super de luxe mooie lodge gereden. Helaas was dit een beetje buiten ons budget maar wanneer we ooit veel geld opsparen en 2 weken vakantie nodig hebben zullen we deze hier gaan houden stellen we vast.
We gaan richting Mozambique eiland. Hier rijden we heen via een aantal oud koloniale Portugese gebouwen die we nog van binnen en buiten bezoeken en die een geheimzinnig mooie uitstraling hebben.

Bij Mozambique eiland vinden we een camping op het vaste land vlakbij de brug van 3,7 km lang die het eiland met het vaste land verbind.  We worden hartelijk ontvangen door de camping medewerkers en met wat hand en voetenwerk kunnen we elkaar begrijpen omdat er geen Engels gesproken word. Als we vragen of we een hapje mee kunnen eten en niet uit de menu kaart komen worden we meegenomen naar de keuken waar we ze de gerechten die we opnoemen laten zien aan de hand van wat er in de vriezer ligt. Zo worden er verschillende vissen, kreeft en kip omhoog getrokken en krijgen we een heerlijk diner.
De volgende dag besluiten we naar Mozambique eiland te lopen over de brug. Eerst willen door de zee omdat de Indische oceaan bij eb heel ver weg trekt maar bij navraag blijkt dat je het laatste stuk toch niet kunt lopen. We geloven niet dat de brug zo lang is en kunnen wel weer eens wat beweging gebruiken dus gaan ervoor. Het is een leuke wandeling, kijkend op de zee waar alle mensen uit de streek mosselen aan het verzamelen zijn en overal liggen allerlei mooi gekleurde zeesterren.
Het is ook een lange wandeling, want de brug is inderdaad 3,7 km lang en in de brandende zon is dit best pittig.
Op Mozambique eiland slenteren we rond. Het is net Zanzibar in het klein. Er is ook een Stonetown.  Eerst lopen we naar het oude fort wat op een klein eilandje ligt net voor Zanzibar. Het is nog eb dus kunnen we over de zeebodem lopen. Wel uitkijkend dat we niet vast komen te staan als het vloed word. Overal komen kinderen en volwassenen ons zeesterren aanbieden. Als we ze duidelijk maken dat we ze niet willen hebben en ze deze terug in de zee moeten gooien kijken ze teleurgesteld. Ook hier is weer duidelijk dat de mensen echt geen idee hebben dat ze alles kapot maken in de zee. Ze halen de kleinste visjes uit het water omdat er bijna geen grote vissen meer zijn. Zonde van het ecosysteem.
Aan het einde van de dag nemen we een lift terug naar het vaste land omdat we inmiddels genoeg kilometers in de benen hebben en onze voeten moe zijn van het slenteren op slippers.
De volgende dag lopen we weer naar het eiland om het nog verder te verkennen. Het is een sfeervol eilandje met ook veel Arabische invloeden. Ook de Nederlanders hebben  dit eiland kort in hun bezit gehad maar de Portugezen hebben het al snel heroverd.  We bezoeken nog een oud fort en een museum paleis met meubels uit de koloniale tijd. Terug naar de auto nemen we dit keer een taxi busje. We zoeken de minst volle uit en laten hierbij een aantal busjes voorbij gaan omdat we het warm hebben en geen zin hebben om als haring in een tonnetje te zitten. Dan blijkt al gauw dat het busje net zo lang blijft staat tot het afgeladen is. We zitten er, na geteld te hebben, met zo’n 30 man in, waar normaal 12 man in gaan. Baby’s worden gewoon doorgegeven aan degene die de meeste ruimte heeft, meestal degene aan het raam.

Vanaf Mozambique eiland gaan we het binnenland in richting Malawi. We overnachten bij missionarissen in Mocuba die ons heel hartelijk welkom heten. De volgende ochtend krijgen we een kleine rondleiding en word er verteld wat voor een werk ze doen. Ook krijgen we een ontbijtje en een teiltje warm water waar we ons mee kunnen douchen (wat super gastvrij is omdat het water hier schaars is en ze het water zelf uit de grond pompen). We krijgen ook een hoop tips mee voor Malawi en Zambia zodat we fris, goed geïnformeerd en met de nodige energie verder kunnen. Het is niet ver meer naar de grens met Malawi. Mozambique was een verrassend land en met spijt vertrekken we hier al weer veels te snel en beslissen we dat we hier zeker nog een terug moeten en willen komen.

Geschreven door Jolle

Deze diashow vereist JavaScript.

 

Tanzania en Keniaanse kust; rockart, zee en gebergte.

Vanuit Rwanda zijn we bij de Rusumo ´One stop´ border post, Tanzania binnengereden; de procedure was bijzonder autoritair maar ging wel lekker snel.

Omdat we in Kenia besloten hadden de kust even over te slaan, wilden we nu door Tanzania heen eerst weer richting Mombassa om nog een stuk prachtige kust van dit land te kunnen zien.

Tanzania is een gigantisch land; de planning was om in drie dagen ca. 1.200 kilometer af te leggen; even doorrijden dus. De hoofdwegen in dit land zijn perfect, echter de verkeerscontroles en 50 km. zones zijn nogal slaapverwekkend.  Deze beginnen vaak al 3 km. voor het dorp en diezelfde afstand na het dorp eindigen ze pas weer. Nee, over ‘lange’ 30 en 50 km. zones in Nederland mogen we niet meer klagen.

Van tevoren zijn we door mede overlanders al gewaarschuwd dat je je echt aan de snelheid moet houden, want de politie in Tanzania houdt van het spelen met laserguns. En dat hebben we gemerkt; we worden op dag twee al aangehouden. Via whatsapp krijgt oom agent de snelheidsfoto toegestuurd door zijn collega die ons een half uur eerder op de foto heeft gezet met 69 km/h in de veel te lange ‘50 zone’. Of we even 30.000 shilling (ca. 12 euro) willen betalen, zonder bon uiteraard. We zijn niet van plan om te gaan betalen en de agent dreigt met een rechtszaak, dus welke keuze word het; rechtszaak of betalen? Geen van beide is het antwoord en na een half uur ‘lullen als Brugmans’ moeten we maar gauw doorrijden van de geïrriteerde, corrupte agent.

Omdat we een lang stuk in het donker gereden hadden en geen camping konden vinden hebben we besloten om langs de grote weg maar eens bij het Golden Valley Hotel te vragen of we op de parkeerplaats mochten overnachten. De receptioniste begreep ons niet helemaal en na een kwartier kwam de half aangeschoten eigenaar maar eens kijken, om ons vervolgens te verwelkomen en te vertellen dat we kosteloos mochten overnachten op de parkeerplaats. In het restaurant hebben we heerlijk gegeten en een lekker biertje gedronken met de eigenaar die alles wel best vond.

Op onze weg langs de Serengeti en richting de Kilimanjaro rijden we door eindeloos lange open vlakten met af en toe een mooie heuvel,tientallen baobabs, katoenplantages en zo goed als opgedroogde watervlaktes.

Als we bijna bij Arusha zijn komen de Subaru rallyauto’s over de grote weg ons volgas voorbij zetten; er blijkt een rally aan de gang te zijn en de start van één van de proeven ligt precies aan de weg. Uiteraard even kijken natuurlijk J. De route en de proef komen op een paar kilometer afstand langs het nationaal park; geen probleem in Afrika. Niet alleen de moderne rallyauto’s zijn van stal gehaald maar ook klassieke BMW E30 series, Toyota Celica’s en een Peugeot 205 GTI; mooi om te zien.

Tegen het eind van de middag zien we al rijdend, tussen de wolken door, de besneeuwde top van de Kilimanjaro verschijnen. Het beklimmen van de hoogste berg van Afrika hebben we maar even overgeslagen; voor slechts 1200 dollar p.p. kun je in 4 dagen omhoog lopen. Helaas gaat er geen 4×4 weg naar boven; andere keer maar weer.

De Keniaanse kust

De volgende dag zijn we vanuit Moshi doorgereden naar de grens met Kenia en na een keer het carnet de passage (grensdocument voor de auto) verkeerd gestempeld te hebben (en nee we mochten niet helpen…) zijn we door het Tsavo park richting de beruchte Nairobi – Mobasa weg gereden. Deze weg staat bekend om de vele ongelukken en roekeloos rijdende (vrachtwagen-) chauffeurs. Inhalen met een links gestuurde auto in een rechts rijdend land is al een uitdaging op zich, maar het inhalen op deze weg  begon toch wel aardig op Russisch roulette te lijken. Rustig aan rijden en niet te veel inhalen dus.

Ook blijft het iedere keer weer bijzonder om te zien hoe Afrikanen om gaan met wegwerkzaamheden; bij omleidingen lijkt het er telkens weer op dat het spel ‘voorkruipen voor gevorderden’ in een nog hoger level gespeeld moet gaan worden. Voordringen, afsnijden, links inhalen, door de andere berm; niet is te gek om meer punten te verzamelen.

Het doel van die dag was aankomen op de camping in Watamu beach en dat is gelukt. Op de camping liepen allemaal eenden, parelhoenders en kippen rond die ons de volgende ochtend bij het ontbijt even kwamen begroeten. Voor de camping konden we direct snorkelen in de Indische oceaan, super gaaf en wat is het water toch lekker warm.

Na 2 dagen zijn we doorgereden naar het havenstadje Mombassa. Het oude centrum is erg mooi met veel houtsnijwerk, balkons en steegjes met zowel Afrikaanse, Indische en vooral Arabische invloeden. Mombassa is een van de steden van waaruit veel slaven vervoerd werden naar het midden oosten. Naast een voormalige slavenmarkt hebben we ook een oude bron bezocht waar de slaven gewassen werden voor dat men de boot op ging.

Ooit wel eens 1.000 man op een veerboot gezien? In Mombassa kan het; als je naar het zuiden wilt reizen kun je ver omrijden of gewoon de veerboot nemen. Omdat we aan het einde van de middag op de veerboot wilden, stonden er al lange rijen met forenzen die wachten totdat de poortjes open gaan om vervolgens als een wilde menigte de veerboot op te rennen. Voor de auto’s was er af en toe ook nog wel een plek beschikbaar; een uur later stonden we aan de overkant en konden we doorrijden naar Tiwi beach.

Het paradijs is gevonden. Eenmaal aangekomen op Tiwi beach hebben we besloten om hier direct maar vier dagen te blijven, mooi dat het kan. Kamperen op het strand tussen de palmbomen, snorkelen, verse kokosnoten in een heerlijke curry, zwemmen, vis eten, kletsen met onze Keniaanse en Zuid Afrikaanse buren, dag en nacht vergezeld worden door twee honden en genieten van de zonsopgang en ondergang, wow! wat een plek. Op naar Tanzania.

Vervolg Tanzania

Na het passeren van de grens, waar we ons Keniaans geld nog snel omgewisseld hebben voor verse sinaasappels en pinda’s, hebben we wild gekampeerd in het Usumbara gebergte. De volgende dag zijn we via Mambo view (erg mooi) doorgereden naar Irente Farm. Van 35 graden in je T-shirt en korte broek naar 20 graden en regen in je trui en lange broek; wel lekker verkoelend.

Op Irente farm hebben we heerlijk gegeten en bij het haardvuur gezeten en uiteraard hebben we even een kijkje genomen in de kaasmakerij en een heerlijk kaasje én vers brood gekocht. S´morgens vroeg nog even al hardlopend naar het uitzicht punt toe gelopen en daarna richting Kondoa gereden, waar we graag de rock art wilden zien.

Even naar Kondoa rijden bleek niet zo gemakkelijk als we dachten; de weg ging al gauw over in een slechte zandweg, zo’n weg waar een niergordel geen overbodige luxe zou zijn geweest.

Onderweg kwamen we tegen de avond een busje met 15 man met pech tegen; ze konden niet meer sturen. Alle dames en slechts drie heren stonden buiten, de grotere kerels zaten allemaal binnen in het busje; doodsbenauwd voor alle wilde dieren. Uiteraard hebben we geholpen en dit resulteerde in een 2 uur durende operatie, al communicerend met handen en voeten, waarbij na demontage de overbrenging van het stuurhuis defect en ter plekke niet meer te repareren bleek te zijn. Ik vermoed dat dit niet de enige (aankomende) uitdaging zou zijn; de radiateur hing alleen met ijzerdraad vast, de stabilisator stang met zelfgefabriceerde steunen in een dik rubber en het ijzerdraad was al zichtbaar op de banden. Maar hé, als ie rijd dan rijd ie, toch? Met ductape om het tandwiel heen konden ze uiteindelijk verder rijden naar het dichtstbijzijnde dorp om een nieuw tandwiel te regelen en te overnachten, zonder ‘wilde dieren’.

En natuurlijk, zul je altijd zien, na een half uurtje rijden kregen we zelf pech; bout van de remklauw losgelopen; snel een andere geplaatst en weer doorgereden.

De volgende dag zijn we doorgereden naar Kondoa; deze bijzondere rotsschilderingen zijn gemaakt met rode oker. Men schat dat deze al vijf tot tien duizend jaar oud zijn en gemaakt door de voorouders van de huidige Sandawe bevolking.

Officieel is Dodoma de hoofdstad van Tanzania, maar hier is niet veel te beleven. Dar es Salaam is eigenlijk het echte hart van dit grote land. Omdat we graag naar Zanzibar toe wilden hebben we de auto gestald in Dar es Salaam en zijn we met de veerboot naar het eiland toe gevaren. De veerboot zelf is al een belevenis, alles gaat mee, van fietsen, aardappels en kippen tot dozen vol met piepkuikens.

Zanzibar is een prachtig eiland met (helaas) ook een gruwelijke geschiedenis. Het eiland heeft dienst gedaan als een van de grotere doorvoerpunten voor slaven maar ook specerijen, ivoor en vele andere handelswaren. Uiteraard hebben we het speciaal voor de slaven opgerichte monument, het museum en de kleine kelders waar de slaven in vastgehouden werden bezocht, dit was erg indrukwekkend.

Stone town, het oude gedeelte van Zanzibar stad, is vergelijkbaar met Mombassa. Erg fotogeniek en een feest als je van gemixte culturen, kleine steegjes en mooi houtsnijwerk houd. Vooral s’ avonds hangt er een hele bijzondere sfeer. Op het plein bij de haven is elke avond een ‘food market’ waar je de lokale specialiteiten kunt proeven en ook locals ontmoet, erg gezellig.  We vermoeden dat alle toffe Nederlandse ‘rijdende food festivals voor hipsters’ afgeleid zijn van deze food market.

Omdat we maar kort de tijd hadden hebben we een auto gehuurd om zo veel als mogelijk van het eiland te kunnen zien. De huurauto, een Suzuki Vitara, was ‘very good’ aldus het verhuurbedrijf. Na het wegrijden moesten we eerst tanken want je krijgt de auto met een lege tank mee, erg logisch. Het dashboard gaf een kleurrijke verzameling van brandende lampjes weer en een van de ontbrekende ruiten, gerepareerd met plastic folie, zorgde voor de natuurlijke airco. De auto heeft het gelukkig vier dagen volgehouden.

Het noordelijke deel van het eiland is een strand zoals je die in de Bounty reclame ziet; wit zand en een helder blauwe zee, erg mooi en dus toeristisch. Hier hebben we een nacht geslapen in de B&B van ‘crazy man’, een man met ADHD en zeer goede kookkunsten; wat een heerlijke, verse calamari.

Via het noorden zijn we doorgereden naar een duiklocatie aan de oostzijde van het eiland, vlakbij Mnemba eiland. Hier heeft Anton gedoken en Jolle gesnorkeld en met wilde dolfijnen gezwommen, wat een ervaring.

Na het duiken zijn we doorgereden naar de bushbaby lodge; een heel mooi plekje tussen de palmbomen. Hier kun je s’ avonds bushbaby’s (galago’s) zien en horen.

Toen we aankwamen vertelde de eigenaar dat alles volgeboekt was; dit bleek na doorvragen niet zo te zijn. Ze hadden een feestje en of we het dan niet erg vonden als ze de muziek aan zouden zetten, niet tot laat hoor, ongeveer van 22 uur tot middernacht. Nee hoor geen probleem, gezellig en we komen wel een biertje drinken. Er werd wat verbaasd gekeken en nogmaals gevraagd of het dan echt geen probleem was?!

Na een uurtje kwam er een pick up aan met serieuze boxen die direct aangezet werden op standje oorverdovend, holy shit, de muziek zelf hoorde je bijna niet meer. S’ avonds een hapje gegeten bij de buren en toen we terugkwamen was er dikke ruzie, ging de muziek uit en werd iedereen naar huis gestuurd. Gelukkig kwamen de bushbaby’s nog even tevoorschijn. Toen we net 10 minuten in bed lagen ging de muziek weer aan en bleek er in een keer weer een hoop mensen te zijn en ging het feestje door tot vier uur s’ nachts. Nooit geweten dat je kunt slapen in een bed dat trilt van de bass.

De volgende dag doorgereden naar Pweza beach waar het bekende ‘The Rock’ restaurant op een grote rots in de zee ligt, erg mooi. Hier hebben we een man uit Tunesië ontmoet die de volgende dag met ons mee ging naar Jozani forest waar we de mangroven, de red Colobus apen hebben gezien en grote land schildpadden /geredde zeeschildpadden hebben gevoerd.

Via de kust zijn we afgezakt naar Mtwara, vlakbij de grens met Mozambique. Hier hebben we bij een Poolse vrouw een nachtje op de parkeerplaats gekampeerd en heerlijk gegeten. Omdat we graag met de veerboot de Rovuma rivier over wilden steken naar Mozambique had de eigenaresse van de camping speciaal voor ons gebeld om te checken wanneer deze ging; dit hangt namelijk af van het getijde.

De boot zou de volgende ochtend om zes uur vertrekken, dus zijn we extra vroeg (om drie uur) opgestaan om op tijd bij de grens te zijn. Eenmaal bij de grens aangekomen bleek immigratie om half 6 al wakker, alleen de douane moesten we nog even persoonlijk op het huisadres wakker maken. Bij de boot kregen we te horen dat deze pas de volgende dag om half twee s’ middags zou gaan…… Uitgestempeld en op papier het land officieel al verlaten, zat er niets anders op dan wachten tot de volgende dag; lekker met de grens beambten kletsen en relaxen. De boot ging uiteindelijk om drie uur s’ middags en in een half uurtje stonden we aan de grens in Mozambique.

Geschreven door Anton

Deze diashow vereist JavaScript.

Land of the thousand Hills

Het is al een tijdje geleden dat we in dit prachtige land waren.
Rwanda.. Hoe kwamen we hier ook al weer binnen? Wat hebben we ook alweer allemaal gezien? Wat hebben we allemaal gedaan?
Langzaam komen de herinneringen weer binnen.. Oh ja!
Het land van de duizend heuvels, zoals het overal met recht wordt genoemd, heeft op meerdere manieren een diepe indruk op ons achter gelaten!

Met een beetje weemoed verlaten we prachtig Oeganda, Anton baalt als een stekker want hij heeft voor de grens met Rwanda geen ‘Rolex’ meer kunnen vinden. ‘Ach..’ probeer ik hem op te beuren ‘een Rolex vind je in Rwanda ook nog wel’.
Helaas, niets blijkt minder waar..
Rwanda is na de gruwelijke geschiedenis van de genocide in opbouw. Dit zie en merk je aan alles. Het is bijna een on-Afrikaans land. Geen vuilnis dat overal rond slingert (plastic zakken worden niet verkocht om vervuiling tegen te gaan), de motortaxi´s dragen keurig een helm en een hesje met een nummer waaruit blijkt dat ze mogen opereren als taxi, alles lijkt bijzonder goed geregeld en tot Anton zijn teleurstelling geen street food dus geen ‘rolex’. Iets wat ik nog lang te horen zal krijgen…

Goed beginnend bij het begin. Bij de grens is het even een puzzel, we zien een slagboom, we zien customs maar geen immigration. Bij navraag blijkt dat we naar customs moeten voor de auto en dan door de slagbomen naar immigration om ons uit te stempelen voor Oeganda en direct in te stempelen voor Rwanda. Nou makkie. Na de customs rijden we naar de slagboom, de douane officier wil iets van ons maar we snappen niet goed wat. Het blijkt een klein papiertje dat we moeten halen bij een ieniminie politie kantoortje, waarvoor het dient weten we ook niet maar na dat onze gegevens in een groot boek zijn geschreven krijgen we het kleine papiertje. Opgewekt rijden we weer naar de slagboom, de douane officier pakt het papiertje aan maar schud zijn hoofd, het is nog niet goed.. We moeten terug want we hebben nog een papiertje nodig voor de auto, natuurlijk!
Na alle benodigde papiertjes te hebben verzameld worden we goed gekeurd. De slagboom gaat open. De officier verteld ons dat Anton door de poort mag rijden en ik (mama) mag lopend richting de immigration.  Waarom ik niet in de auto mag snappen we niet maar we volgen de instructies maar braaf op.
Gelukkig roept de man in het kantoortje bij immigrations ons ‘mzungu’s bij zich als hij ziet dat we worden verdrongen door de Afrikaanse dames met hun grote billen. Hierna is alles gauw geregeld.
Als we naar de auto lopen komt er een jongen op ons afgesneld. Hij werkt voor het ministerie van toerisme en het is zijn taak om toeristen te verwelkomen in het land en uitleg te geven over wat er te doen is in het land.Verbaasd over dit welkom en deze organisatie en overladen met folders stappen we de auto in.

We staan in Rwanda! Land nummer 14 op onze reis en land nummer 6 op het Afrikaanse continent.
Als eerst besluiten we naar Gisenyi te rijden. Dit ligt in het noorden tegen de Congolese grens aan. Het stadje ligt aan lake Kivu een groot meer dat Congo, Burundi en Rwanda met elkaar verbind. Langs het meer loopt de Congo Nile trail. Een offroad route dat door wandelaars, mountainbikers en 4×4’s begaan kan worden. Deze route willen we gaan volgen naar het zuiden.

In Gisenyi aangekomen rijden we een rondje door het stadje op zoek naar een supermarkt en een bank. Hierbij stuitten we algauw op de grens met Congo. Dwars door de stad, die doorloopt aan de Congolese zijde, zijn barricades gebouwd die allemaal zwaar bewaakt worden door militairen. Opmerkelijk dat deze barricades midden door een villa wijk lopen. Op een gegeven moment rijden we weer van de grens weg en willen we langs het meer rijden op weg naar een kampeer plek. Algauw worden we tegen gehouden, we mogen de weg niet in. Een beetje teleurgesteld omdat het een mooie weg lijkt te zijn langs het meer, rijden we terug en proberen we het een blokje verderop.
Hier worden we er weer niet doorgelaten. Waarom niet kunnen we niet duidelijk krijgen, we blijven zeuren bij de agent en vertellen hem dat dit de enige weg is naar ons hotel, de agent is de discussie zat en laat ons er door. Nieuwsgierig rijden we verder en ook een beetje nerveus omdat we niet weten wat de reden is dat we er niet door mochten. Dan ineens zien we een groepje mannen in oranje overals de straat strepen opnieuw verven onder het oog van een aantal militairen. De gevangenen in Rwanda worden dus goed ‘gebruikt’ om het land her op te bouwen.

In Gisenyi vinden we een leuk hotel aan het meer waar we mogen kamperen. Rwanda is een vrij duur land maar we staan ons zelf een diner toe in het knusse restaurant bij het hotel. De medewerkers zijn ontzettend vriendelijk. De eigenaresse, een mooi uitgedost Afrikaanse dame, komt de volgende ochtend fruit en pannenkoekjes brengen, ‘for free’ geeft ze hier nog trots bij aan. Na nog even lekker aan het water te hebben gezeten besluiten we verder te gaan. We hebben voor Rwanda maar een week en dus weinig tijd om te ‘chillen’ omdat we zoveel mogelijk willen zien van het land. Bij vertrek krijgen we twee kleine pakketjes mee die we pas buiten de poort open mogen maken (er blijkt later een klein zoetig deeghapje in te zitten). Er snellen ondertussen twee jongens naar de poort. Zodra we de poort uitrijden zwaaien deze jongens ons uit en gooien ze bloemblaadjes naar ons in de auto en dus ligt onze hele auto van binnen gezellig bezaaid met bloemblaadjes. We moeten ontzettend lachen van verbazing over deze lieve gastvrijheid.

We gaan op weg naar een warmwaterbron waar veel mensen uit het dorp heen gaan omdat het water geneeskundige krachten zou hebben. Eenmaal aangekomen zien we een rieten afrastering staan en worden we op sleeptouw genomen door een jongen die graag zijn Engels wil oefenen en ons de bron wil laten zien.
De bron stelt weinig voor. Het zijn twee kleine plasjes water die wat bubbelen, hier zit een ouder vrouwtje zichzelf in te smeren met water en modder. Al gauw moet ik gaan zitten en begint het oude vrouwtje mij in te smeren en te masseren met de modder en het water. Ik laat het maar over me heen komen na tien minuten gefriemel en stinkende modder aan mijn handen armen en voeten bedank ik het vrouwtje en betalen we haar, wat natuurlijk wel de bedoeling is. De jongen die ons rondleid probeert nog wat meer geld te vragen maar het vrouwtje, dat doof is, heeft het precies in de gaten en geeft de jongen op zijn donder.
Helemaal ontspannen kunnen we nu aan de Congo nile trail beginnen.

De Congo nile trail begint direct goed. Wat een prachtige wegen, door kleine vissersdorpjes, langs mooie mensen met lieve kinderen die vanuit alle hoeken aangerend komen als ze het geluid van onze auto horen om naar ons te zwaaien. Elke bocht in de weg geeft ons weer fantastische uitzichten op lake Kivu of de heuvels waar we door heen rijden. De weg is best te doen en met een 2×2 zou je het hier ook best kunnen redden.. Het paadje naar de eerste slaapplaats is wel echt offroad en dus super gaaf om te rijden en dit word dan ook beloond met een prachtig plekje aan het meer waar we eerst een biertje gaan drinken dat gebrouwen word in de bierbrouwerij waar we aan het begin van de dag langs zijn gereden.
De tweede dag is de mooiste etappe van de trail. We rijden naar Kibuye, De afstand is niet ver, ongeveer 60 km, maar door dat we nu echt aan het offroad rijden gaan doen we er 5-6 uur over. Hierbij nemen we ook tijd om te stoppen om mooie foto’s te maken. Als we door een dorp rijden gebaren een hoop mensen dat we de andere kant op moeten. Onze navigatie zegt toch echt dat we recht door moeten en op de kaart staat ook gewoon een weg aangegeven. De mensen uit het dorp geven aan dat de weg niet goed is en onmogelijk te begaan voor een auto. We moeten terug naar de geasfalteerde nieuwe hoofdweg. We proberen uit te leggen dat we hier zijn om de nile trail te rijden en niet over het asfalt willen. Uiteindelijk geven de mannen aan dat we het zelf maar moeten weten. Probeer het maar, en als het niet lukt, zien we jullie wel weer terug..
We hebben niets voor niets een 4×4 dus we gaan weer op pad. De weg wordt steeds hobbeliger en nauwer tot er uiteindelijk niks meer te zien is van een weg. Er loopt nog wel een singletrail waar wandelaars en mountainbikers zich prima kunnen vermaken.
Maarja, de Congo nile trail is ook een 4×4 route, dus we gaan eigenwijs verder. Door dichte bosjes, langs het meer, door rijstvelden en kleine dorpjes. Hordes kinderen verzamelen zich achter onze auto aanrennend. We kunnen maar langzaam vooruit en de kinderen vinden het wel interessant, twee van die mzungu’s in een auto over die kleine paadjes. Al gauw ontdekken ze onze ladder en vinden ze het aan onze ladder gaan hangen nog leuker dan achter ons aanrennen. Vaak stoppen en de kinderen van de ladder afjagen werd een leuk spel, maar hierdoor schoten we natuurlijk voor geen meter op.

Eind van de middag bereiken we Kibuye en gaan we als eerst langs het Kibuyu church memorial. Onze eerste ´ervaring´ met de genocide.
In de kerk van Kibuye zijn meer dan 11000 mensen (Tutsi’s) vermoord die toevlucht zochten in de kerk toen de genocide begon. Een menigte (Hutu) strijders die dronken waren van bananen bier gooiden granaten in de kerk, hierna zijn ze naar binnen gegaan om alle overlevenden alsnog dood te steken of te knuppelen. In het totaal heeft deze aanval 3 uur geduurd. Behoorlijk indrukwekkend om hier rond te lopen en te bedenken dat het allemaal zo relatief kort geleden is. Des te meer indrukwekkend om nog zoveel emotionele mensen hier samen te zien komen die allemaal hun herinneringen hebben aan deze tijd en vele geliefden zijn verloren.
Vlakbij de kerk vonden we een leuk hotel/hostel waar we voor niet veel geld op de parkeerplaats mogen kamperen met prachtige uitzichten op het Kivu meer.

Vanuit Kibuye besluiten we naar het zuiden het laatste deel van de Congo nile trail te rijden. Dit stuk is gemakkelijk want het is allemaal geasfalteerd. We maken nog wel een detour over spannende paadjes naar het kleine dorpje Bisesero, hier ligt op een heuvel, ook wel de ‘de hill of resistance’ genoemd, een monument gewijd aan de genocide en een massagraf.
Toen de genocide begon in april 1994 zijn er meer dan 40000 Tutsi’s naar de heuvels getrokken om hier hun toevlucht te vinden en samen terug te vechten. In mei werd bekend bij de interahamwe (Hutu militanten opgeleid om Tutsi’s te doden) dat zich in de heuvels bij Bisesero veel Tutsi’s ophielden en weerstand boden tegen de slachtingen van de Hutu’s. Ze zijn toen zwaarbewapend naar de heuvels getrokken om deze opstandelingen uit de weg te ruimen. De Tutsi’s hadden alleen stenen en speren om terug te vechten en verloren deze strijd na enkele weken. In juni kwam het Franse vredesleger en vertelden de Tutsi’s dat ze kwamen voor vrede en veiligheid. De Tutsi’s die de aanvallen van de Interahamwe hadden overleefd kwamen uit hun schuilplekken om hulp te zoeken bij het Franse leger. Deze gaf echter aan dat ze terug naar hun schuilplaatsen moesten gaan omdat ze daar het meest veilig zouden zijn en dat ze over 3 dagen terug zouden komen. In deze drie dagen is de Interahamwe terug gekomen en heeft bijna iedereen die nog leefde afgemaakt. Toen het Franse leger terug kwam na drie dagen waren er nog maar een paar overlevenden. Er zijn hier meer dan 30000 mensen omgekomen.
Het is bizar om op deze vredige plek rond te lopen en te horen, zien en inbeelden wat zich hier heeft afgespeeld. Onderdeel van het monument zijn 9 gebouwen die staan voor de 9 districten in deze regio. In elk gebouw liggen honderden botten en schedels die gevonden zijn na de gevechten. Aan de schedels kun je zien of de mensen met kogelschoten, manchete’s of knotsen zijn vermoord.
Het is verschrikkelijk indrukwekkend en het geeft veel om over na te denken.
De detour duurde wat langer dan gedacht, we wilden naar een campsite in het zuiden, naar het Nyungwe forest een groot regenwoud in Rwanda en rijden dus aardig lang door omdat er geen andere campsites zijn. In de stromende regen komen we uiteindelijk aan bij wat een campsite zou moeten zijn maar omdat ze aan het verbouwen zijn krijgen we voor het zelfde geld een kamer, dat komt niet slecht uit aangezien we niet zo zin hebben om in deze regen de tent op te zetten.

De volgende ochtend rijden we richting Kigali, de hoofdstad van Rwanda. Onderweg zijn er nog een memorial site van de Genocide en een museum dat we willen bezoeken. Na een prachtige rit door het mooie regenwoud en vervolgens door de glooiende heuvels en mooie dorpjes komen we bij de memorial site. Het ligt ook op een heuvel, het is de Murambi technische school die ten tijde van de genocide nog in aanbouw was. De Tutsi’s in deze omgeving werden naar deze school gestuurd door de burgemeester en de bisschop van de kerk toen ze om bescherming van de kerk kwamen vragen. Op de heuvel in de school zouden ze veilig zijn tegen het geweld dat werd gepleegd tegen de Tutsi’s. Helaas was dit een valstrik, toen het Franse vredesleger hier weg trok op 21 april heeft de Interahamwe er voor gezorgd dat de toevoer van water werd stopgezet en de mensen mochten de heuvel waar de school op stond niet verlaten om eten of water te halen. De mensen die hier schuilden verzwakten en konden geen weerstand meer bieden toen de Interahamwe uiteindelijk de aanval inzette en bijna alle 65.000 mensen die hier verbleven vermoorden.
De dame die ons rondleid verteld dat het Franse vredesleger achter de school een groot massagraf heeft gegraven en alle slachtoffers heeft begraven. Hierna is er een volleybal veld over heen geplaatst om te verdoezelen wat zich hier heeft afgespeeld.
Er is een klein museum met het hele verloop van de geschiedenis van Rwanda gemaakt. Daarnaast zijn er blokken van de technische school gevuld met lijken die worden geconserveerd/gemummificeerd met limestone. De dame van het museum leid ons hier rond en geeft aan dat wanneer het te veel word je dit aan kan geven. Van de 4 blokken lopen we langs 1 blok en dit geeft al meer dan genoeg indruk. De geur is niet te omschrijven, en het aanzicht nog bizarder. Er liggen baby lijkjes, mensen die nog haar hebben, mensen waar de huid nog zichtbaar van is, en sommige lijken hebben hun kleding nog aan.
Waarom ze dit hier op deze manier bewaren is om te laten zien dat de genocide daadwerkelijk heeft plaats gevonden. In Rwanda zijn ze doodsbang dat de genocide niet erkend word.
In een woord: onbeschrijfelijk.
Na het bezoek aan deze memorial site hebben we niet veel zin meer in het museum en word het ook al laat. We rijden dus door naar Kigali.

 

 

Even tussendoor kort een stukje over de genocide. Het is moeilijk om te bevatten wat zich in dit kleine prachtige landje heeft afgespeeld. Het nog moeilijker om dit te omschrijven in ons blog. In Rwanda wordt de genocide overal omschreven als de genocide tegen de Tutsi’s. Niet iedereen is het eens met deze omschrijving. Er zijn in de 100 dagen dat de genocide heeft plaatsgevonden in 1994 namelijk ook Hutu’s omgekomen die sympathiseerden met de Tutsi’s, zaken deden met Tutsi’s, getrouwd waren met Tutsi’s etc.
Wat wij zelf vooral geleerd hebben is dat het een strijd is die al stamt uit de koloniale tijd. Toen de Belgen die hier heersten de Tutsi’s een voorrangspositie gaven terwijl zij in de minderheid waren. Ook is er onder het regime van de Belgen de identiteitskaart ingevoerd waarin stond of je Hutu of Tutsi was. Toen de onafhankelijkheid kwam in 1959 en de Hutu’s in opstand en aan de macht kwamen besloten de Belgen zich tegen de Tutsi’s te keren en met de Hutu’s samen te gaan werken. Vanaf 1959 zijn er al aanvallen tussen Hutu’s en Tutsi’s waarbij veel Tutsi’s naar buurlanden zijn gevlucht. Vanuit Oeganda is er onder de vluchtelingen een politieke partij opgericht (Rwandees Patriottisch Front ofwel RPF) waar Paul Kagame de leider van is (hij word in 2000 president van Rwanda tot op heden). Door een staatsgreep komt er een nieuwe president aan de macht in Rwanda en door financiële crisissen word de situatie steeds meer gespannen. Extremistische Hutu’s grijpen deze gebeurtenissen aan om meer haat te zaaien.
De RPF strijden voor de terugkeer van de gevluchte Tutsi’s naar Rwanda, dit wordt geweigerd door de president. In 1990 komen er veel vluchtelingen terug naar Rwanda en worden opgesloten in kampen. Hierdoor ontstaan er gevechten. Het Congolese, Belgische en Franse leger komen op vredesmissie.
In 1993 start de RPF met aanvallen en begint de anti Tutsi propaganda.
Op 6 april 1994 word het vliegtuig waarin de president Habyarimana en de president van Burundi zitten, neergeschoten. Na veel onderzoek is er nog geen duidelijkheid wie dit gedaan heeft maar het vermoeden is dat Hutu extremisten dit hebben gedaan om de genocide te kunnen starten. Dit gebeurde ook nog de zelfde avond en duurde ongeveer 100 dagen.
De RPF weet uiteindelijk de genocide te stoppen maar gebruiken hierbij ook geweld wat ze veel kritiek oplevert. Ook worden veel Hutu’s die vluchten naar de buurlanden vervolgd door Tutsi’s. De genocide heeft nog lange na sleep en dit heeft ook effect op de buurlanden waar Tutsi’s en Hutu’s heen zijn gevlucht. Er zijn in beide bevolkingsgroepen ongelofelijk veel mensen omgekomen.
De hulp vanuit het westen is (te lang) uitgebleven. Ogen zijn gesloten voor wat zich hier afspeelde en de Unamir heeft Rwanda de rug toegekeerd toen het juist de hulp van buitenaf nodig had.

Nu 22 jaar later loop je door de straten van Rwanda, je kijkt naar de mensen die ouder zijn dan 22 en je weet dat ze de genocide hebben meegemaakt. Toch lijken de mensen vredig en blij. Steeds blijft de vraag komen hoe kunnen deze mensen leven, samen Hutu’s en Tutsi’s. Wie is er slachtoffer en wie zijn er daders? Wat hebben deze vriendelijk donkere ogen gezien? En hoeveel tranen hebben ze gelaten? Hoeveel mensen die zij liefhadden moeten ze missen? Hoe kan het dat ze niet worden verscheurd door schuldgevoel of haat?
Het is onbeschrijfelijk wat een veerkracht er in deze mensen schuilt. Hopelijk kunnen de mensen deze levensweg voortzetten en blijven ze vergevingsgezind en bouwen aan een mooi Rwanda waarin iedereen een is.

In Kigali zoeken we lang naar een verblijf plaats. We hebben maar weinig nodig, een rechte parkeerplaats waar we de auto neer kunnen zetten en een toilet en douche. Helaas willen de meeste hotels niet dat we op hun parkeerplaats kamperen ook al is het makkelijk geld verdienen voor ze.
Uiteindelijk vinden we rond 23.00 een plekje met fantastisch uitzicht over de stad. Na een broodje en een biertje gaan we gauw naar bed na deze lange en heftige dag. De volgende ochtend worden we wakker door de tuinman die de hele parkeerplaats aan het vegen is. Hij heeft alle auto’s gewassen en zelfs onze slippers gewassen die onder aan ons trappetje van de daktent staan. Als ik de tent uit klim komt hij er aangerend om mijn slippers aan te geven maar ik maak hem gauw duidelijk dat dit niet nodig is. Als wij aan het ontbijt zitten begint de beste man ook onze auto spik en span te wassen. Onze auto mag dus de rest van de dag ‘shinen’ op de parkeerplaats aangezien wij Kigali te voet gaan verkennen.

In Kigali bezoeken we het nationale museum. Ook dit staat in het teken van de Genocide. Na alle andere sites te hebben bezocht geeft dit niet heel veel informatie meer maar het is mooi op gezet. Er is ook een massagraf waar veel mensen komen om te herdenken. Het is een vredige plek.
Kigali is een leuke stad. Het is veilig en heerlijk om door heen te slenteren. Vaak omringd door school kindjes die van lunchpauze komen en ons een hand willen geven.
’s Avonds gaan we lekker uit eten. We zoeken een tentje uit aan de andere kant van de stad. Na een hele dag lopen hebben we geen zin meer om nog zover te lopen. We besluiten een motor taxi te nemen. Anton moet hierbij even slikken, motor rijden is leuk als je het zelf doet, maar je leven in de handen van deze soms maniakale chauffeurs leggen is toch wel even een stap.
Uiteindelijk wagen we het er op, met een veel te grote helm die van mijn hoofd glijdt en als een cowboy hoed achter me aan hangt vliegen we door de straten van Kigali. We overleven het en hebben een heerlijk etentje. Anton kan niet echt ontspannen zitten omdat hij weet dat we op de terugweg weer op een motortaxi gaan. Gelukkig overleven we dit ook ;).

De volgende dag is het alweer tijd om op weg naar Tanzania te gaan. Het wordt een rij dagje. Er staat niets meer op de planning. We slapen bij een mooie kampeerplek die is opgezet door en voor vrouwen. Er zit een training centrum bij, een handcraft shop en alles word zoveel mogelijk biologisch gedaan, Regen water word opgevangen, bio toiletten zijn aangelegd (die nog al een uitdaging vormen in gebruik) en water word op een duurzame manier gezuiverd.
Het is een mooi project en een fijne laatste kampeerplek in Rwanda.
Ons bezoek aan Rwanda was prachtig en bijzonder indrukwekkend. De tijd is voorbij gevlogen en het is al weer tijd voor onze vervolgstap naar Tanzania.

Geschreven door: Jolle

Deze diashow vereist JavaScript.

Oeganda, het land waar je een Rolex kunt eten.

Een blog schrijven tijdens het reizen kost veel tijd en het uploaden van de tekst en de foto´s op de website neemt, in etappes, soms een hele ochtend in beslag, ´even geduld a.u.b.´ De snelheid van het internet (als er al internet/stroom is) lijkt hier sinds Kenia het ‘pole pole’ tempo aangenomen te hebben, rustig aan dus. Met het reisboek voor Malawi en Zambia voor je neus, en het Malawi meer als prachtig uitzicht, is het geen straf om even te moeten wachten.

Over Oeganda, wat een bestemming, een land met ontzettend mooie en groene natuur, een kleurrijke bevolking met een permanente glimlach en een fijn (soms ook nat) klimaat. Het land mag zich met recht ‘de parel van Afrika’ noemen.

Overdag soms een buitje en s’ avonds fris met het gevoel van een aankomende herfstperiode; wel even heerlijk na al die warme landen.

Vanuit het westen van Kenia zijn we vertrokken richting Oeganda. De grensovergang was afgelegen, klein en de snelste tot nu toe; 30 minuten en we konden weer verder rijden. Vanaf de grens rij je direct via een mooie offroad weg, met af en toe dikke stenen en diepe gaten, via Mount Elgon richting de Sipi falls. Hier vonden we een erg mooie plek met een prachtig uitzicht op een grote waterval. Omdat de regen met bakken uit de lucht bleef komen hebben we, na onderhandelen, onze daktent voor een nachtje verruild voor een kamer.

Na een relaxte dag in Sipi zijn we doorgereden naar Jinja; hier hebben we voor het eerst kennisgemaakt met de ‘Rolex’; een omelet met groenten die in een chapatti gevouwen word, super lekker en een stevige lunch! Je raadt het al; de rest van de trip bestond de lunch natuurlijk uit een Rolex .

In Jinja vonden we een super kampeer plek aan de Victoria Nijl bij de watervallen; elke dag kregen we bezoek van een nieuwsgierige grijze kroonkraanvogel (nationale symbool van Oeganda), een koppel Afrikaanse vis arenden en een optreden van red tailed monkeys bij het ontbijt, wat een plek!

Vanuit Jinja zijn we richting Kampala gereden; de hoofdstad van Oeganda. Een drukke en veilige stad waar niet heel veel te beleven is maar waar je wel de echte sfeer van een grote Afrikaanse stad kunt ervaren. Hier hebben we gekampeerd bij red chili; een ommuurd complex met groot zwembad en een shuttle busje naar het centrum, ideaal.

In Oeganda zien we voor het eerst weer huizen, met mooi aangelegde tuintjes, die met zelfgemaakte bakstenen gemaakt zijn. Met een handpers worden de stenen uit de klei geperst, in de zon gedroogd en vervolgens opgestapeld in een soort van schoorsteen en met behulp van een houtvuur gebakken tot baksteen. Erg mooi om te zien.

De oorsprong van de witte Nijl is het Victoriameer, vandaar bij Jinja de naam Victoria Nijl, via dit punt zijn we, met als tussenstop het kruisen van de evenaar, naar Buggala eiland gereden. Even met de boot een stukje over het Victoria meer en je waant je op een tropisch eiland met strand, mooie uitzichten en palmolie plantages. Op de boot staan allemaal fietsen en motoren, volgepakt met handel.  Op de camping hebben we zoveel ‘King fishers’ (ijsvogels) tegelijk gezien dat ze gewoonweg niet te tellen waren op twee handen, echt bizar; als je in Nederland een ijsvogel wilt zien moet je goed zoeken én veel geluk hebben.

Geen loslopende geiten, schapen, kippen en ezels meer in Oeganda; die zitten voor de verandering allemaal vast aan een touw. Onderweg zien we veel koeien met gigantische horens; de trots van de Oegandese boer en de grote ergernis van weggebruikers, dit omdat ze vaak op of over de weg heen lopen en het verkeer ophouden, eigenwijze beesten.

Na het eiland zijn we door Kibale forest National park weer naar het noordwesten gereden, via mooie lavameren en indrukwekkende landschappen en uiteindelijk beland in Fort Portal. Hier vonden we een guesthouse met uitzicht op het Ruwenzori gebergte, erg mooi.

Het guesthouse word gerund door een Nederlandse vrouw en haar Engelse man; de eigenaresse was er niet, full english breakfast dus, hmmm! Al het nieuwsgierige personeel komt om de beurt langs om eens even een kijkje te nemen in ons ‘driving home’ en om het ‘spannende’ trapje, voor het bekijken van de daktent, te beklimmen.

In het Ruwenzori gebergte dachten we een mooi offroad paadje gevonden te hebben zodat we via de andere zijde van de berg weer terug konden rijden; helaas bleek dat even anders uit te pakken. Na een uurtje of twee over paden met dikke stenen naar boven te hebben gereden werd het weggetje steeds smaller en kwamen we uiteindelijk bij een school uit waar het paadje over ging in een voetpad, aiiiii de navi had het blijkbaar niet helemaal goed. Nadat de hele school even was komen kijken en we bramen kregen van een lief meisje,  zijn we weer omgekeerd en terug gereden naar Fort Portal. Onderweg kwamen we veel kinderen tegen die bang waren voor ons en zich tussen de gewassen verstopten; waarschijnlijk simpelweg omdat er bijna geen mzungu’s in dit geïsoleerde gebied komen.

Voordat we wegreden uit Fort Portal hebben we nog snel even de tank volgegooid. Wel in twee etappes natuurlijk want de stroom viel uit; ‘of we even de stand wilden onthouden dan zetten we de generator aan’ dus na het tanken de standen optellen en betalen. Vaak is er stroom, maar soms dus ook niet in Afrika.

Onderweg kwamen we Martin en Franziska uit Oostenrijk weer tegen (ontmoet in Nairobi); met een Unimog, met een KTM offroad motorfiets op de voorbumper, reizen zij heel Afrika rond. Franziska heeft  40 jaar geleden deze reis al eens gemaakt en kan hier dan ook erg boeiend over vertellen. Na een koffiestop van ‘slechts’ twee uur zijn we doorgereden naar Kichwamba, onderweg kwamen we door het Queen Elisabeth National Park; hier hebben we de befaamde leeuwen die in de vijgenbomen klimmen op een haar na gemist. Gelukkig hebben we wel olifanten en veel ander wild gezien. Eenmaal aangekomen in Kichwamba vonden we een mooie camping op een heuvel met uitzicht op de steppe en ook hier weer olifanten 🙂

De volgende dag hebben we in de kloof van het Kyambura Game Reserve een chimpansee tracking gedaan. We hebben echt geluk gehad, na 10 minuten hadden we ze al gevonden en er kwam zelfs een chimpansee voor onze neus naar beneden toe om even op het pad te poepen. Om vervolgens met veel geluid via de lianen weer de boom in te klimmen, wat een ervaring! Het was mooi om te zien dat chimpansees daadwerkelijk op de knokkels van de handen lopen, dit om de handen niet vies te krijgen, omdat ze daar mee eten.  Een chimpansee is een mensaap en heeft 98% van zijn genen gemeen met de mens, slimme beesten dus.

Na het familiebezoek zijn we doorgereden naar de grens met Congo; Ishasha. Op een mooi plekje gekampeerd, met als bonus een ‘nature walk’ door de omgeving met de gids van de camping, erg leuk.

Omdat we graag een bezoekje wilden brengen aan de berggorilla’s in Oeganda en de permits hiervoor peperduur zijn, hebben we besloten om meerdere dagen rondom en in het Bwindi  Impenatrable Park te kamperen. De gorilla’s bezoeken af en toe de campsites en op deze manier zouden we ze dan met een beetje geluk misschien nog te zien krijgen.

Helaas hebben we deze prachtige beesten niet gezien op de campsite maar uiteindelijk in het park zelf! We hadden namelijk aan de barvrouw en een aantal gidsen verteld dat als er tickets beschikbaar zouden komen van mensen die geannuleerd hebben, we daar wel in geïnteresseerd waren. En ja hoor, de volgende ochtend kwam ze, een half uur voor vertrek, vertellen dat er een permit over was en we die wel voor de helft konden overnemen, direct gedaan natuurlijk! Anton heeft snel ontbeten en is daarna op pad gegaan naar de berggorilla’s. De volgende dag waren er zelfs twee permits beschikbaar (zul je altijd zien) en kon Jolle ook een kaartje kopen, hoezo geluk?!

Hoe het was? In één woord: geweldig! Wat een mooie beesten en wat een super ervaring.

Je loopt het bos in met een groep van acht mensen en twee rangers. De rangers hebben contact met de ‘trackers’, die ze vanaf zes uur in de morgen opsporen, en uiteindelijk mag je een uur bij de gorilla’s doorbrengen. Oog in oog met een silverback (oudste mannetje) van ca. 200 kg., op een meter afstand is toch net even wat beter als in de apenheul achter het glas. De drie groepen die je in dit park kunt bezoeken zijn na vele jaren van bezoeken, ‘gewend’ aan mensen en lopen vlak langs je heen (of zelfs tussen je benen door zoals bij een man in Jolle haar groep), een ervaring om nooit meer te vergeten.

Na het bezoek aan de gorilla’s zijn we al rijdend door theeplantages en een mooi stuk nationaal park doorgereden naar Lake bunyonyi en hebben we onderweg twee lifters meegenomen. We hadden nogal een taalbarrière maar de heer, die naast Jolle alle ruimte in beslag nam, vertelde ons onderweg het verschil tussen koeien, geiten en schapen. Bedankt man, we konden die beesten ook al niet in het ‘wild animals of East Africa’ boek vinden J

In Kabale hebben we boodschappen gedaan en is Anton even snel naar de kapper gegaan. Nooit geweten dat een kapper het knippen alleen met een tondeuse af kan. Oh en je raadt het misschien al, de generator moest even gestart worden om de tondeuse te kunnen gebruiken, je maakt het mee hier….

Bij het meer kwamen we terecht op een grote overland camping met twee overland trucks en een groep luidruchtige Spaanse toeristen, niet echt het idyllische plaatje wat we er van verwacht hadden. Het meer staat bekend om de vele eilanden en het uitzicht vanaf een nabijgelegen hotel is spectaculair, wat een mooie omgeving.

Na 2 dagen relaxt te hebben aan het meer, zijn we doorgereden naar de grens met prachtig Rwanda, ‘het land van de 1.000 heuvels’.

Deze diashow vereist JavaScript.

 

 

 

 

Kenia: ‘safari land’

Na zes weken Ethiopië, is het tijd voor het volgende land. Kenia! Van verhalen hebben we gehoord dat we in Kenia weer een beetje in de ´westerse´ wereld terecht komen qua eten, supermarkten en winkelcentra. Hier kijken we wel naar uit.. Maar eerst de grens over!

De grens van Ethiopië naar Kenia is de meest soepele tot nu toe! We hebben hier het East Africa visum aangevraagd dat geld voor Kenia, Oeganda en Rwanda. Formuliertje ingevuld, betaald en klaar zijn we! Dan nog de auto invoeren. Ook dit gaat super gemakkelijk.
Chris van de customer service vult ons carnet de passage in zet er met kracht een mooie stempel bij. We mogen Kenia in! Op onze vraag of hij niet misschien het chassis nummer wil controleren, wat ze in andere landen soms wel 10 keer doen, antwoord hij: ‘nee hoor, ik vertrouw jullie. Vertrouwen is het aller belangrijkste in de wereld!’. Op de vraag of we geen roadtax moeten betalen ($40,-) zegt hij, ach nee.. niemand zal je er om vragen, en anders betaal je het gewoon als je het land uit gaat?
Omdat wij geen problemen willen onderweg of boetes willen krijgen dringen we er toch op aan. Chris verteld dan dat zijn collega van de roadtax op vakantie is. Hij gaat even kijken of hij de map kan vinden maar dit is niet het geval. Chris verzekerd ons dat we geen problemen zullen krijgen en dus komen we Kenia binnen met een meevallertje in de pocket!

Daar gaan we dan,  een prachtige asfalt weg voor ons, een nieuw land te verkennen en dan… worden we direct door de politie van de weggeplukt. Ohnee he.. daar gaan we dan.. het valt mee, de weg is nieuw en we mogen hier niet rijden we hadden om moeten rijden maar voor deze keer mogen we door.. maar morgen niet meer! Natuurlijk meneer agent, onze nederige excuses!  200 meter verder worden we weer van de weg geplukt door oom agent! We mogen niet op de weg rijden.. ja huh? Waarvoor ligt die weg er dan? Hij wijst dat we naar de overkant moeten.. dan ineens begrijpen we het.. in alle excitement zijn we vergeten dat we hier links moeten rijden!  We vervolgen onze weg dus op het rechte (niet rechter) pad!

Onze eerste stop in Kenia is Henry’s camp. Een prachtige campsite bij Marsabit gerund door een Zwitserse man met zijn Keniaanse vrouw die hier al zo’n veertig jaar wonen. De weg is lang in een uitgestrekt vlak landschap, heeft veel drempels die meer lijken op lanceerinstallaties en overal zien we prachtige geklede mensen langs de weg van verschillende stammen zoals de Masai en de…….. We komen laat aan bij de camping door het tijdverlies in verband met de lunchpauze aan de Ethiopische grenszijde.
De volgende dag besloten we nog een dagje van het prachtige uitzicht te genieten, de was te doen, nog een dag te genieten van de heerlijk warme douche en een beetje uit te rusten zodat Anton een beetje zou opknappen omdat hij niet helemaal fit was.
Hierna zou ons doel Nairobi worden omdat we snel richting het zuiden wilden om de wildebeest migratie van het zuiden naar het noorden niet te missen.
We hebben besloten geen bezoek te brengen aan Lake Turkana wat er g mooi schijnt te zijn maar wat ook in een landschap ligt (Savanne, woestijn gebied) wat we al veel hebben gezien. Het is een afgelegen gebied waar het hier en daar nog wel eens onrustig kan zijn tussen de verschillende stammen die er leven en je moet flink voorraad in slaan omdat je weinig stadjes/dorpjes tegen komt waar je wat kunt krijgen dus er word ook wel aangeraden om hier niet alleen heen te gaan.
Alles bij elkaar zou het een mooi avontuur zijn, maar hebben we dus besloten het niet te doen.

Vanaf Marsabit rijden we naar Nanyuki. Dit is een plaatsje dichtbij de evenaar aan de voet van Mount Kenya. Hier hebben we in de tuin van een hotel gekampeerd. Ook dit was weer een lange rit. Niet zozeer in afstand maar door de vele vrachtwagens  op de weg en de hoogte verschillen schieten we niet echt op. Ook het inhalen van deze vrachtwagens vergt weer even wat nieuwe samenwerkingtactieken.   Anton rijdt iets naar rechts zodat Jolle om de vrachtwagens heen kan kijken en groenlicht kan geven voor inhalen of niet. Soms best spannend omdat het in het begin nog even lastig inschatten is maar ach, we hebben ook alle tijd.. J
We eten wat in het hotel waar we kamperen en bestellen een pizza. Na een goed 1,5 uur wachten krijgen we twee platgeslagen gebakken deegschotels met daarop wat rauwe ingrediënten tomatenpastasaus en wat gegratineerde kaas on top! Niet wat we hadden verwacht van het hemelse eten in Kenia maar we genieten er toch van!
’s Ochtends worden we gewekt door de zang van verschillende klassen school kinderen die op schoolreisje zijn in Nanyuki om hier een muziek festival te bezoeken.  Als ze even pauze hebben staan ze op een afstandje te kijken naar ons, die gekke Mzungu’s (blanke toeristen). Af en toen kruipen er een paar bij elkaar, hebben een overleg en dan word er een uit de kring naar voren geduwd die ons dan iets moet komen vragen. In perfect Engels krijgen we de vragen op ons afgevuurd, wie zijn jullie, hoe heten jullie, waar komen jullie vandaan en zijn jullie in Africa om op de wilde dieren te jagen? Wanneer we ze alles uitleggen en vertellen dat we onder andere ook komen om de wilde dieren te bekijken maar niet om op ze te jagen kijken ze opgelucht. Hierna worden de kinderen door de oudere leerlingen weggestuurd. Laat die Mzungu’s met rust, en beginnen ze weer met hun zang.

Na een lekker ontbijtje gaan we weer op pad. Na een stop bij de evenaar waar we natuurlijk even wat fotootjes schieten en een demonstratie krijgen over dat het water inderdaad de andere kant op draait aan de andere kant, rijden we verder naar Nairobi. Nairobi is in vergelijking met Addis Abeba een moderne stad met moderne en hoge gebouwen en vele zakenmensen.  Het is er ook super druk en het hele verkeer door de stad heen staat vast en zo wij dus ook. Wanneer we voor een eeuwig durend stoplicht staan komt er ineens een man bij Anton zijn raampje staan en roept, give me 200. Anton kijkt verbaasd en ik schiet in de lach omdat ik het bijzonder vind dat iemand bij ons raampje komt staan en om 200 vraagt en dan verwacht dat wij dit geven? Anton verteld hem dat we geen geld geven en dat hij weg moet gaan. Dan zie ik dat de man een zakje in zijn hand heeft en dit omhoog houd. Het is me niet duidelijk wat er in zit maar de man herhaalt zijn vraag en maakt een schijnbeweging  alsof hij het zakje in Anton zijn gezicht wil drukken. Dan zie ik Anton weg duiken en roept hij,  FUCK OFF!!!! De geur van de inhoud van het zakje bereikt mijn neus en het blijkt dat er een lekkere verse drol in zit van deze beste man. De man schrikt gelukkig van Anton zijn reactie, stopt het zakje in zijn jaszak en rent er vandoor. Ik lig natuurlijk dubbel als ik naar Anton zijn hoofd kijk en er tot me doordringt wat er zojuist gebeurde.  We hebben de raampjes maar weer omhoog gedraaid..

De camping in Nairobi is een fijn plekje. Het is koud in Nairobi (22 graden!) en regenachtig. Ze hebben binnen heerlijke banken en een haardvuurtje. Het is een overlander ontmoetingsplek en we ontmoeten het Canadees/Engelse stel weer die we in Ethiopië ook vaker hebben ontmoet. Ook staan er een Oostenrijks stel met een oude Unimog (vrachtwagentje) die een heel rondje Afrika doen van Marokko via het westen naar Kaapstad en via het oosten weer terug, deze vrouw van 65 heeft deze route 40 jaar geleden ook al eens gedaan en heeft prachtige verhalen over 40 jaar geleden maar ook over hun huidige reis.
Ook komen we hier een jonger Oostenrijks stel tegen die ook de hele ronde Afrika doen. Leuk om tips en verhalen uit te wisselen en samen heerlijke Oostenrijkse palatschinken te eten.

Op de camping kunnen we ook sleutelen, de eigenaar (een Duitser getrouwd met een Keniaanse) heeft een garage met wat monteurs rondlopen. We kunnen al het onderhoud zelf doen (Anton,  en ik ben er voor de mentale ondersteuning) maar het is fijn dat we wat gereedschap kunnen lenen .

Het Canadees/Engelse (Steven en Marie) stel zijn in Nairobi een Engelsman tegen gekomen die daar al een tijdje woont met zijn vrouw en worden daar uitgenodigd te verblijven. Omdat  Steven jarig is besluiten we dat samen te vieren en uit eten te gaan. De Engelsman uit Nairobi weet een goed restaurant en daar wanen we ons in een voedselparadijsje! Anton besteld een dikke hamburger met friet en Jolle een pizza met avocado, spek en feta. Jumjumjum wat genieten!!!
Ook de grote supermarkten vinden we hier in Nairobi en we slaan lekker in al moeten we wel opletten omdat alles peperduur (Europese prijzen) is.  Het is heerlijk om weer groenten te kunnen inslaan of zelfs gehakt en lekker zelf te koken.

Na Nairobi gaan we naar Masai mara national park waar we de wildebeest migratie willen zien.  De wildebeesten trekken elk jaar van het zuiden van de Serengeti naar het noorden wanneer in het zuiden de droogte komt. Ze steken hierbij de Mara rivier over wat voor spectaculaire beelden kan zorgen. Velen halen het niet door de stroming van het water of door de krokodillen die op de loer liggen. We hebben met Steven en Marie afgesproken samen het park in te gaan. We vinden een prachtige camping aan de rand van het park waar het echt genieten is.
Het park is prachtig. We zien al snel olifanten, giraffes, zebra’s en wildebeesten grazen op de vlaktes  die reiken tot de horizon. Ook worden we al snel gewezen op twee cheeta’s.
We vervolgen onze weg naar en langs de rivier en stuiten op een nijlpaarden familie waar net een jong geboren is. De nageboorte hangt nog uit de moeder en ze is druk bezig haar kleintje te leren zwemmen.
We zien dat er wildebeesten zijn die de oversteek wagen omdat er grote stofwolken boven de rivier te zien zijn. Wanneer wij aankomen zijn ze net gestopt. De rivier staat niet heel hoog en er zijn geen krokodillen te bekennen. Een grote kudde wildebeesten staat voor de rivier en aan de overkant grazen de wildebeesten die de oversteek gered hebben. Een paar leiders lopen heen en weer op de rand van de kloof om te zien waar ze gaan oversteken. We wachten en eten onze lunch in de auto. Dan in eens stort een van de wildebeesten zich over de afgrond en volgt de rest van de kudde. Wat gaaf om dit te zien! Door het lage water is het niet super spectaculair maar het is bijzonder te zien hoe de wildebeesten zich overgeven en zich over de rand van de kloof storten en aan de overkant de steile wand van de rivier weer moeten beklimmen over elkaar heen en op elkaar springend.
Na dit spektakel gaan we verder met als doel om nog leeuwen en neushoorns te spotten. Het loopt langzaam tegen het einde van de dag en we besluiten aan de boven zijde van de Masai mara het park te verlaten zodat we zoveel mogelijk kunnen zien.  De zon gaat langzaam onder dus we rijden richting de uitgang, dan komen we een safari groep tegen die weten te vertellen dat er leeuwen net buiten het park liggen bij de poort waar wij heen rijden.  En inderdaad, als kers op de taart vinden we ook vandaag nog de leeuwen die zich net buiten het park hebben verschanst bij een waterplasje en op een rotsje liggen te chillen. Wat een mooie dag en wat hebben we veel gezien!
Dan begint de terugreis naar de camping. Omdat we een andere uitgang uit het park hebben genomen moeten we nog 70 km terug naar onze camping rijden.

Dit word een mooi offroad avontuur. De halve weg bestaat niet meer, we rijden over karrensporen dwars door bosjes moeten en aantal keer omkeren omdat we de weg niet meer kunnen vinden in het pikkedonker.
We hebben onze eigen night game drive en zien veel hyena’s, antilopes en zebra’s .  Op een gegeven moment rijden we op een rivierbedding af en ineens zien we daar een luipaard lopen!! Super gaaf! Deze dieren zijn erg moeilijk te spotten en wij ontmoeten er gewoon een buiten het park. Natuurlijk sprint ze er gauw vandoor dus helaas geen foto om dit mooie dier vast te leggen.
Het word later en later en we hebben er wel een beetje genoeg van. We zien op onze telefoon dat we  vlakbij de camping zijn maar dan stuiten we op een rivier. Er is een doorwading dus we gaan het proberen om er met de auto door heen te rijden maar hiervoor moeten we wel een hefboom openen. Anton en ik springen uit de auto om dit klusje te klaren en ineens horen we geritsel, we staan even stil en kijken elkaar aan. Het zijn olifanten! Opschieten en terug de auto in!
Dan blijkt dat we de rivier niet door gaan komen maar zien links van ons een brug! Hup in de achteruit.. Anton en ik er weer uit gesprongen om de hefboom te openen. De olifanten zijn niet blij meer met ons bezoek en beginnen te grommen. We weten niet hoe snel we de boel weer dicht moeten knopen en de auto in te springen!
Bij de brug aangekomen blijkt deze versperd door een ketting. We zijn moe, en een beetje nerveus omdat de olifanten zo dichtbij staan. Steven gaf aan een kniptang te hebben en de ketting open te gaan knippen. Terwijl hij in de auto naar de kniptang zoekt komen er lantaarntjes onze kant op.  Het blijken rangers te zijn die zich afvragen wat wij daar doen. Na het verhaal uitgelegd te hebben geven ze aan een sleutel te hebben uiteindelijk maken ze de ketting voor ons los na ons een standje te hebben gegeven dat ze al gesloten zijn!
Om 22.30 komen we terug op de camping. De eigenaar was erg ongerust en heeft geprobeerd ons op allerlei manieren te bereiken. We hebben nog een biertje gedronken met de guards bij het kampvuur en daarna gauw naar bed voor een korte nacht omdat we de volgende ochtend weer om 6.15 aan de poort wilden staan van het park om zoveel mogelijk uit onze 24uurs entree kaart te halen.
De volgende dag was nog een mooie dag waarbij we weer veel mooie dieren hebben gezien. Bij terug komst waren we aardig op dus na een lunch zijn we nog even lekker gaan pitten.
De volgende ochtend hebben we afscheid genomen van Marie en Steven. Zij gingen op weg naar Oeganda en wij besloten nog een dagje te genieten van de mooie campsite, en even een rust/klus/was dagje te houden.

Na de Masai Mara hebben we koers gezet op het Kakamega forest wat nog een stuk regenwoud is dat niet door de Engelsen is platgeslagen om theeplantages op te zetten. Vroeger liep dit woud door naar Oeganda en Congo.
De weg hierheen was prachtig door alle theeplantages en we hebben spontaan een rondleiding in een thee fabriek gekregen. Toen we er langs reden vroeg Anton zich af of we er niet een kijkje konden nemen om te zien hoe thee gemaakt word. Na even gevraagd te hebben bij de poort werd de grote baas gebeld. Deze gaf de operating manager de opdracht ons rond te leiden en een zakje thee mee te geven.  Een hele leuke ervaring. De operating manager gaf aan dat wij nu zijn nieuwe vrienden waren en dat we altijd welkom waren en hij ons overal zou rondleiden.
Toen we klaar waren met de rondleiding vroeg onze nieuwe vriend of we wat voor hem hadden. Hij wilde Anton zijn telefoon wel hebben namelijk. Toen Anton aangaf dat dit niet ging omdat we deze zelf nodig hadden vroeg hij of hij onze camera anders dan niet mocht hebben.. We hebben hem een beetje beteuterd achter gelaten met een stroopwafel  voor bij de thee.
Het Kakamega forest was prachtig. We stonden op een campsite midden in het bos en binnen no time hadden blue monkeys om onze tent lopen, op ons trappetje zitten, op onze daktent zitten of op de zijspiegels. Deze kleine apen hielden ons precies in de gaten en toen we een zak chips te voorschijn haalden deed er eentje een poging ons te intimideren om zo onze chips te bemachtigen. Helaas voor deze aap bewaak ik mijn chips met mijn leven dus mislukte zijn poging.
De volgende ochtend hebben we een sunrise wandeling gemaakt (Jaja Anton was al om 04.00u uit zijn bedje!! Ongelofelijk!)  met een super leuke gids Benjamin. Benjamin kent het hele woud op zijn duimpje en liet ons alle mooie bomen, planten, vogels etc. zien.  Heel erg mooi. Ook leuk dat er bij terugkomst zelfs nog een hele troep black en white colobus monkeys bij de campsite zaten waar we de hele wandeling zo’n beetje naar op zoek waren J.

Na het Kakamegaforest hebben we besloten richting de Oegandese grens te gaan. We wilden niet de grote grens overgang pakken maar een mooie offroad route. Onderweg hierheen hebben we nog op 30 km  van de grens geslapen op een adresje die onze gids Benjamin ons aan had geraden. Het was van een goede vriend van hem en het was een mooi park waar we misschien wel de Debrazza monkeys konden zien die Anton graag wilde zien.  Eenmaal aangekomen bleek het een soort dierentuin te zijn waar allerlei dieren met een afwijking werden opgevangen.  De bevolking zijn bang voor deze dieren en  vrezen voor ongeluk dus maken ze af maar de eigenaar van dit park bied de boeren geld en vangt de dieren dan op. Er liep een kalf met twee extra poten op zijn rug, een koe met drie ogen en 4 horens, ezels zonder staarten, een koe met te korte porten of juist een koe met te lange achterpoten… Erg bijzonder… een beetje bang ben ik in slaapgevallen omdat ik niet wakker wilde worden als een soort Frankenstein met een extra arm op mijn rug of zo..
De volgende ochtend was het al erg druk omdat 60 schoolgroepen die dag het park zouden bezoeken om wat te leren over deze ‘mislukte’ dieren. Naast de dieren waren wij als Mzungu’s ook een hele bezienswaardigheid!
De Debrazza monkeys hebben we helaas niet gezien.. En na een lekker en snel ontbijtje zijn we maar gauw op pad gegaan om naar de grens met Oeganda te rijden.

De weg naar de grens was prachtig. We hadden mooie uitzichten op Mount Elgon en kwamen door leuke dorpjes.  Eenmaal aangekomen bij de grens moesten we wachten. Er was een ‘small, but very important meeting’. We hebben eerst geluncht. Toen heeft Anton zich vermaakt met de kindjes die uit school (in Kenia) naar huis gingen voor de lunch (in Oeganda) door ‘hi ha ho na-zing spelletjes’ te doen en vervolgens hebben we onze stoeltjes in de schaduw gezet naast de douane met een boekje.

Na 1,5 uur kwamen de douaniers uit de zeer belangrijke vergadering en bood wel 10x zijn excuses aan. Toen was een handtekening en een stempel en waren we klaar voor Oeganda, ons vijfde land op het Afrikaanse continent!

Geschreven door Jolle

Deze diashow vereist JavaScript.

 

 

Ethiopië het horror land waarvan we zijn gaan houden..

Ja ja we weten het, het is weer tijd voor een blog update over Ethiopië! Op 29 mei zijn we Ethiopië in gereden om hier bijna 6 weken te genieten van dit prachtige land. Hierover kan ik wel 20 pagina´s vol schrijven maar ik probeer het zo kort mogelijk te houden!

Vanuit Nederland hebben we erg uitgekeken naar ons bezoek aan Ethiopië. Ook omdat mijn moeder ons zou bezoeken dus we samen al veel gepraat hebben over wat we wilden zien en doen
Helaas werden we door veel mede reizigers gewezen op de ‘problemen’ in dit land. Dat het niet gastvrij is, kinderen stenen gooien naar toeristen, je word afgezet waar je bij staat etc.  Het land werd afgeschilderd als een horror land. Het was dus tijd dit zelf te gaan ondervinden!

Na de heerlijke lunch aan de Sudanese zijde van de grens kwamen we al snel terecht aan de Ethiopische zijde.  Hier hoefden we niet veel tijd door te brengen. Even waren we bang dat het lang zou gaan duren omdat het ook hier lunchtijd was maar na even navragen konden we terecht.  Gelukkig had de douanebeambte nog niet geluncht zodat hij, net als wij zo snel mogelijk door de procedure heen wilde.
Even een korte discussie omdat ons souvenir uit Egypte (een waterpijp) verboden zou zijn in Ethiopië. Nadat we hadden uitgelegd dat het een souvenir was en we niet van plan waren het af te geven werd er met de ‘boss’ gebeld en werd ons verteld de shisha te verstoppen voor de customs controle. Hierna lieten ze het touw, wat de grens vormt, zakken.. Welcome to Ethiopië!!
Customs stelde niet zoveel voor,  paar jongens die een touw omhoog hielden waarvoor we moesten stoppen. We werden geacht de hele auto uit te pakken. De jongens in plaats daarvan uitgenodigd zelf in de auto te komen kijken. Dit was al gauw te veel moeite dus mochten we door!

We genoten direct van het groen en het koelere klimaat. Heerlijk na de afgelopen weken hitte, zand, zand en zand. Onderweg heb ik als een hond met mijn hoofd uit het raam gehangen om de frisse lucht in mijn gezicht te voelen! Wat genieten!
Onze eerste stop in Ethiopië hadden we gepland bij een camping bij lake Tana (Tim & Kims village) wat gerund word door een Nederlandse eigenaresse. Met de camping willen zij de levensstandaard van de mensen in de directe omgeving verbeteren door ze banen en ontwikkelkansen te bieden. Een leuk en mooi initiatief! (www.timkimvillage.nl)
Het is een prachtig paradijsje waar veel vogels te spotten zijn en waar een heerlijk relaxte sfeer hangt.
De weg hierheen was prachtig door valleien, bergen en echt Afrikaanse dorpjes. We merken direct dat iedereen zwaait maar dan ook direct zijn hand op houd en dan iets zeggen als brr brr. (Later begrijpen we dat ze birr roepen wat de valuta van Ethiopië is).  Alle kinderen rennen achter ons aan om ons te roepen, faranji (blanke) give me pen! Give me T-shirt! (helaas hebben onnadenkende toeristen en jarenlange hulp van verschillende organisaties hun stempel achter gelaten. Bij het zien van een blanke  gaan de handjes vanzelf omhoog bij jong en oud en verwachten ze dat je wat geeft).

Onderweg hebben we ervaren dat er inderdaad met stenen gegooid word, maar gelukkig waren dit kleine steentjes en werden we niet echt geraakt. Wat erger was,  was dat we door een dorpje reden waar een groep kinderen vrolijk stonden te zwaaien en te roepen en een van de kinderen opeens iets naar de auto gooide wat modder met koeienpoep bleek te zijn. Natuurlijk had ik mijn raam gezellig open om terug te kunnen zwaaien naar al die leuke kindertjes en is onze spiegel mijn redding geweest omdat ik dit welkom cadeautje anders recht in mijn gezicht had gekregen.  Goed, verder heb ik dus met de ramen op een kiertje gereden.

We zijn redelijk laat bij de campsite aangekomen, hier hebben we eerst de eigenaars geholpen hun auto die niet meer wilde starten van de weg te duwen en hebben eerst, sinds veel te lange tijd, een lekker biertje gedronken. Toen werd er gebeld naar de camping dat gasten die onderweg waren vast stonden. We hebben besloten te helpen dus zijn er heen gereden met zijn drieën.  De auto bleek achteruit in een afgrondje gereden te zijn, na twee en een half uur martelen in de regen hebben we hem eindelijk los gekregen tot opluchting van de eigenaresse. Terug bij de camping kregen we heerlijke boerenkool van Kim met echte rookworst, wat genieten!  De volgende dag stond ons nog de verassing te wachten dat deze mensen ons hele verblijf inclusief een nachtje in een lodge voor mama hadden betaald na een suggestie van de eigenaren van de camping die vertelden dat als er een sleepwagen had moeten komen ze nog veel meer kosten zouden hebben gehad. We hebben onszelf hier daarna verwend met de heerlijke maaltijden die Kim voor ons bereidde. Echt een week vakantie gehad dus.  Dit waren ook zo ongeveer de laatste lekkere maaltijden die we hebben gehad in Ethiopie. Er is maar weinig verkrijgbaar aan verse groentes en het nationale eten (Injera, een soort hele zure pannekoek gemaakt van het graansoort tef wat alleen word verbouwd in Ethiopië) heeft wat tijd nodig om aan te wennen, maar je kunt er niet om heen omdat de kaart vaak alleen bestaat uit (koude) pasta of injera.

Op Anton zijn verjaardag hebben we mama opgehaald van het vliegveld. Leuk om haar eindelijk te ontvangen en samen Anton zijn verjaardag te vieren. Kim had een heerlijke pannenkoekentaart gebakken met vers fruit en haar man Mebratu had het restaurant versiert en toepasselijke verjaardags muziek opgezet bij aankomst! Natuurlijk had mama nog allerlei cadeau’s mee uit Nederland, dus het was een super verjaardag!
Helaas komt aan alles een einde en moesten we afscheid nemen van Kim, Mebratu en dit heerlijke plekje. We zijn op weg gegaan naar Gondar waar we de kastelen en Fasilada’s pools (een buiten verblijf van een oude koning waar een magische sfeer hangt en waar nu elk jaar in Januari door de orthodoxen ’Timkat’ word gevierd in Januari) hebben bezocht en vervolgens  plannen hebben gemaakt voor onze meerdaagse tocht in de Simien Mountains.

De Simien Mountains waren een prachtige en onvergetelijke ervaring. We hebben vier dagen gewandeld in the ‘Roof of Africa’. Prachtige uitzichten, ontmoetingen met hele troepen gelada apen,  de Ethiopische wolf, walia ibex en verschillende prachtige vogels. De afstanden waren niet ver maar de hoogte zorgde er toch voor dat het soms pittige wandelingen waren.  We hadden hier een super leuke gids die ons van alles vertelde over de natuur en de cultuur. Als we moe aankwamen op de kampeerplek stond de koffie al klaar met iets lekkers erbij en de tentjes al opgezet.  Na het avond eten dat werd bereid door onze kok (ja heel decadent!!) was het dan al gauw bedtijd en in de morgen werden we weer gewekt met een heerlijk ontbijt.  Het gebied is onder beheer van Unesco, zij zorgen ervoor de het prachtige landschap behouden blijft. Dit gaat echter helaas wel ten koste van de lokale bevolking die hier weg moet omdat ze schade brengen aan de natuur door bijvoorbeeld bomen te kappen en hun vee laten grazen. In de dagen dat wij hier wandelen is er een deadline gesteld en moeten de dorpelingen er weg zijn  (in de dichtstbijzijnde grotere plaats Debark zijn huizen en stukken grond ter beschikking gesteld waar ze moeten gaan wonen). Onderweg kwamen we dan ook veel verhuizende mensen tegen die met hun hele hebben en houwen sjouwden van kippen tot potten en pannen tot hele deuren. Het een verdrietig beeld omdat sommige van deze mensen hier geboren zijn en hier hun hele leven hebben gewoond. Zij hebben waarschijnlijk niet lang meer te leven maar zullen niet in hun geboorte dorp begraven kunnen worden wat erg belangrijk is voor ze.

Na de Simien Mountains zijn we richting Aksum gereden over een prachtige weg (volgens BNN een van de gevaarlijkste van de wereld). Ook hier zie je weer hoe mooi het land is maar stuit je tegelijkertijd op de vele vluchtelingenkampen waar veel mensen uit Eritrea wonen die gevlucht zijn naar Ethiopië. Hier zijn veel hulporganisaties van over de hele wereld aan het werk.
Aksum is een rustig en mooi stadje. Buiten de grote pilaren uit het Axumitische rijk die als graftombes dienden is er niet heel veel  te zien en hebben we kennis gemaakt met de heerlijke verse fruitsapjes van Ethiopië en special full als ontbijt (een bonenprutje in saus met pepertjes, tomaatjes ui en ei wat je oplepelt met stukjes brood.) heerlijk.

Vanuit Aksum zijn we naar het stadje Mekele  gegaan in het oosten van Ethiopië met een tussen stop om een aantal eeuwen oude rotskerken te bezoeken die gebouwd zijn door orthodox christenen.
Na eerst een ruzie te hebben moeten oplossen tussen twee gidsen die allebei aan gaven dat het hun beurt was om rond te leiden zijn we aan een mooie klim begonnen.  Eenmaal bij de kerk aangekomen was het uitzicht prachtig maar ook bizar om te zien hoe deze kerken met de hand uit de rotsen zijn uitgehouwen.

De volgende dag in Mekele aangekomen hebben we eerst onze  3 daagse tocht door de Afar regio bevestigd die we met een georganiseerde tour mee gaan. Dit hebben we besloten omdat we in het gebied alleen met een gids en bewaker  mogen rondreizen en we de zoutvlaktes willen bezoeken wat niet al te best is voor onze auto dus die besparen we dit maar. We hebben afgesproken samen te gaan met een Engels/Canadees koppel die we al bij Lake Tana hebben ontmoet.
De Afar regio ligt in het noord oosten van Ethiopië tegen de grens met Eritrea en Djibouti.  Het is bekend om de Danakil depressie.
Als eerste gaan we naar de vulkaan Erta Ale, een prachtige rit door een vulkanisch landschap waar we over de laatste 20 km stevig offroad rijden, 2 uur doen.  Hier aangekomen rusten we in een militair kamp en word er een lekkere avond maaltijd voor ons bereid.  Na het avond eten gaan we in het donker de vulkaan beklimmen dit omdat de temperatuur overdag te heet is. Met nog steeds 40 graden op de meter was het best een pittige tocht van 3 tot 4 uur, maar eenmaal boven was dit het meer dan waard. Het laatste kwartier lopen we echt over de versteende lava en alles kraakt. We moeten dicht bij elkaar blijven omdat de kans bestaat dat je er doorheen zakt.
Super bizar en mooi om zo dichtbij (op nog geen 4 meter afstand!) te kunnen staan bij zo’n actief lava meer. Je voelt de hitte, 1080 graden en af en toe moet je even je adem in houden omdat de stank en de giftige dampen onze kant op slaat. Waarschijnlijk kan het ook alleen in Afrika dat je zonder gasmaskers een vulkaan beklimt.
We hebben op een ‘veilige afstand’ op de vulkaan geslapen op matrasjes op de grond, ook een unieke ervaring om met het gesputter van het lava meer op de achtergrond in slaap te vallen.

Om vier uur in de ochtend werden we weer gewekt. Tijd om terug naar beneden te wandelen.  Helaas was de kameel die onze matrassen droeg er vandoor gegaan toen we sliepen. Hierdoor liepen de militairen die met ons mee waren voor de beveiliging en de gidsen in deze hitte ook nog met een stapel matrassen op hun nek.
Beneden stond er een heerlijk ontbijt klaar met vers fruit en pannenkoeken. Ook konden we even lekker met onze bezwete hoofden onder een plons water om af te koelen.
Na het ontbijt zijn we via de hoofdstad van de Afar regio naar de Danakil depressie gereden. In de hoofdstad moest er eerst overleg worden gepleegd met het hoofd van de bevolking, oftewel, er moest wat smeergeld betaald worden en we kregen nieuwe militairen die ons moesten beveiligen.  (De Afar bevolking zijn een vrij agressief volk die tot een aantal jaar geleden niemand in hun regio wilden hebben. Nu ze er achter zijn dat toeristen ook geld opleveren word dit wel toegestaan maar de prijs die betaald moet worden voor een bezoek aan deze regio is afhankelijk van het humeur van het hoofd van de Afar).
Na dat alles geregeld was zijn we naar het zoutmeer gereden.  Hier stuitten we op de vele kamelen karavanen die zout vervoeren van de Danakil depressie naar Mekele.  En hebben we de zonsondergang (achter de wolken) bekeken met een heerlijk wijntje er bij.  Moe en voldaan zijn we naar het dorpje gereden waar we op bedden, door de lokale bevolking gemaakt, onder de sterren hebben geslapen na weer een heerlijke maaltijd.

Op de laatste dag zijn we naar de Dallol gegaan dit is een gezonken vulkanische krater en de meest hete plek op aarde 125 meter onder zeeniveau. Doordat het grondwater en magma hier samenkomen, veranderen zwavel, ijzeroxide, zout en andere mineralen in felle kleuren groen en neon geel.  Het stinkt er verschrikkelijk (rotte eieren) en waarschijnlijk zijn deze dampen ook niet al te best voor je gezondheid maar wat is dit prachtig mooi.
Op de weg terug vanaf de Dallol richting Mekele komen we nog langs Afar mannen die zout uit de grond aan het hakken zijn. Het winnen en verkopen van zout is een van de belangrijkste inkomsten van de Afar bevolking. Het is onbeschrijfelijk dat deze mannen hier hele dagen in de zoutvlaktes zonder schaduw in 50 graden aan het werk zijn. De blokken zout verkopen ze aan kamelen houders. Ze verdienen ongeveer 100 birr per dag wat ongeveer gelijk staat aan 4 euro. De kamelen houders vervoeren de zoutblokken met hun karavaan naar Mekele en verkopen het dan voor een wat hogere prijs.
De Danakil depressie en het beklimmen van de vulkaan zijn zeker een highlight van deze reis en hebben een grote indruk achter gelaten. Ongelofelijk om in 3 dagen zoveel verschillende ontzettend mooie landschappen te zien.

Na deze tocht zijn we over een schitterende weg naar Lalibela gereden.  Doordat deze regio, eigenlijk de gehele hoorn van Afrika, permanent en/of elk jaar te kampen heeft met grote droogtes en hierdoor voedseltekorten, zijn hier vele NGO’s en hulporganisaties actief om te zorgen voor een juiste voedseldistributie in de getroffen gebieden. Het is apart om te zien dat slechts 20 km afstand / een berg al een heel verschil kan zijn tussen een droge omgeving en een omgeving waar veel regen valt en dus vruchtbaar is. Overal zie je mensen lopen die grote zakken ‘USAid’ graan of maïs op hun rug dragen of met volgeladen ezels lopen. Het is mooi om te zien dat men overal irrigatiekanalen aan het aanleggen is om er voor te zorgen dat er water gedistribueerd kan worden en er minder mislukte oogsten ontstaan.

Lalibela is beroemd om de 11 kerken die hier uit de rotsen zijn gehouwen in de 13e eeuw in opdracht van de toenmalige koning Lalibela.
De weg was prachtig maar ook erg vermoeiend we hebben over de 350 km ongeveer 10-12 uur gedaan. In Lalibele wel in  een super de luxe lodge terecht gekomen waar we na wat onderhandelen voor een redelijke prijs konden kamperen/logeren.
Ons bezoek aan de kerken was indrukwekkend. Te bedenken dat men zoveel jaar geleden in de macht was om zulke bouwwerken te maken met de hand is ongelofelijk. De kerken staan nu onder protectie van Unesco. Ze hebben grote daken boven de kerken gebouwd ter bescherming, begrijpelijk maar niet erg mooi.
In Lalibela zijn we wat langer gebleven dan gepland omdat Anton na het bezoek aan deze prachtige kerken ziek werd. Tja dat hoort ook bij het reizen maar inmiddels is hij de weer de oude J en hebben moeders en ik een lekker rustdagje gehad!

Vanuit Lalibela zijn we naar Harar gereden met een tussenstop in Awash waar we in een mooi hotelletje (Buffet D`Aouache) hebben overnacht waar we ons in de jaren 70 waanden met zijn Frans koloniale uitstraling.
De volgende dag hadden we een uitdaging, aangezien onze accu’s al een paar dagen niet deden wat ze moesten doen en ook nog begonnen te lekken besloten we eens te kijken wat nieuwe accu’s zouden kosten in Awash. Helaas waren hier niet de juiste accu’s te koop voor onze auto dus zijn we verder gereden naar Harar en hadden we bedacht de accu’s in Addis Abeba te vervangen. Na een rit  te hebben overleefd waarin we alle drie bijna omkwamen van de stank van de lekkende accu’s en met de ramen wagenwijd open moesten rijden terwijl het best koud was ,maakten we per ongeluk de fout om de auto uit te zetten toen we bij een hotel gingen kijken in Harar. Het hotel was niks maar de auto startte niet meer. Zelfs niet door over te starten van onze huishoudaccu’s achterin naar onze voorste accu’s wat tot nu toe nog wel steeds had gewerkt.  Er zat dus niks anders op, we moesten nieuwe accu’s kopen. Voor een mooie prijs hebben we accu’s van een kl#te kwaliteit op de kop getikt en met een tuc tuc naar de auto gebracht. Na een tijdje sleutelen had Anton het voor elkaar en liep de auto weer als een zonnetje!
Harar is een Islamitisch stadje in Ethiopië en word ook wel de 4e heilige stad genoemd na Mekka, Medina en Jeruzalem. We hebben hier in het historische centrum dat ook onder Unesco wereld erfgoed valt in een echt Harari guesthouse geslapen.  De volgende dag een rondleiding gehad door de mooie nauwe straatjes gehad en in de avond bij de hyena-man gekeken.  Sinds jaar en dag gaat deze man in de avond net buiten de stad hyena’s voeren.  Hij heeft de hyena’s ook allemaal een naam gegeven en knuffelt met ze alsof het honden zijn.  Het verhaal gaat dat het hyena voeren is begonnen in de 19e eeuw toen er grote droogte en hongersnood dreigde. De Hyena’s kwamen toen richting de stad om het vee op te eten. Er is toen een man begonnen om havermoutpap aan de hyena’s te voeren zodat ze het vee niet zouden op eten. Nu worden de hyena’s vlees gevoerd maar elk jaar op een speciale dag word de hyena’s havermout pap voorgezet. Wanneer de hyena’s de havermout op eten zal het een goed jaar worden, wanneer ze de pap laten staan zal er weer een jaar van droogte en hongersnood uitbreken.
Ook het bezoek aan de markt in Harar is bijzonder. Er word in Ethiopië, maar vooral in Harar veel Khat gekauwd. Khat zijn de bladeren van een struik die een stimulerende werking hebben.  Dit zorgt voor een  bijzondere sfeer omdat iedereen onder invloed is. Khat is ook een van de grootste inkomsten bronnen van Ethiopië.

Na ons avontuur in Harar zijn we naar Addis Abeba gereden. Dit was voor mama helaas alweer de eindbestemming van deze reis. We hebben hier nog genoten van wat deze mega grote stad te bieden heeft. Mercato, de grootste (en waarschijnlijk smerigste) markt van Afrika. Prachtig om hier rond te struinen tussen alle nauwe gangetjes en straatjes. Werkelijk alles kun je hier vinden. Er zijn hele ijzer smeder wijken, houtbewerkers, recycle wijken, kleding was wijken etc.  Ezels lopen je van de sokken, regen zorgt voor dikke modder en kippen op elkaar gepakt voor een heerlijke geur. Mensen plassen of poepen overal van zich af, een ware belevenis!
Ook hebben we twee musea bezocht. Het nationale museum, wat niet veel voorstelt maar waar Lucy, de eerste mens ten toongesteld ligt. En het etnografisch museum in een oud paleis van oud keizer Haile Selassie, wat een goed beeld geeft van alle verschillende bevolkingstammen en culturen die in Ethiopië te vinden zijn.

Helaas moeten we na 3,5 week weer afscheid nemen van moeders, na een spannende middag uitzoeken of haar vlucht überhaupt wel gaat vanwege de aanslag op het vliegveld in Istanbul hebben we haar in de avond naar het vliegveld gebracht.
Een beetje jaloers dat ze straks weer in de wereld van duohappen en M&Ms is zwaaien we haar uit  terug kijken op hele mooie en gezellige weken. Leuk om dit land samen te hebben beleefd.

Na mama’s vertrek hebben wij nog Zuid Ethiopië voor ons. Na de auto verzekering voor meerdere Afrikaanse landen te hebben afgesloten in Addis, waar we door een rekenfoutje van de mevrouw die ons hielp veel te weinig hebben betaald (waar we haar vijf keer op hebben gewezen,  eerlijk als we zijn) zijn we verder gereisd naar beneden. Door de great rift valley langs Nederlandse rozen kwekerijen en mooie meren zijn we neergestreken bij lake Chitu waar meer dan 10.000 flamingo’s leven. Wat een prachtig plekje en wat gaaf om deze mooie vogels in zulke grote getale bij elkaar te zien en te horen.

Hierna zijn we verder gereden naar de Omo Valley via Arba Minch. In de Omo Valley leven nog verschillende tribes die zich vast houden aan de tradities die ze hebben. De beroemdste tribe zal de Mursi zijn. Bekend door de lipschotels die de vrouwen dragen.
Hier hebben we een paar dagen door gebracht en we hebben een bezoek gebracht aan de Hamer stam en een Ari dorp.
Bij de Hamer stam hebben we een ‘Bull jumping’ ceremonie bijgewoond. Dit is een ceremonie die gehouden word wanneer een jongen klaar is om man te worden. Het is de bedoeling dat er (minimaal) drie stieren naast elkaar gezet worden. De jongen moet hierop springen en over de stieren heen rennen, dit vier keer heen en weer. Hierna is de jongen een man geworden en gaat de vader opzoek naar een vrouw voor zijn zoon.
Vooraf aan de bull jumping komt de hele omgeving bij elkaar en word er gedanst en gezongen. Onderdeel van de ceremonie is dat de ‘whippers’ komen. Dit zijn mannen die mooi gekleed zijn met veren op hun hoofd.  Wanneer de whippers komen rennen alle vrouwen hierheen. Zij hebben hun shirts omhoog gestroopt zodat buik en rug ontbloot is. Zij bieden zich dan al springend en dansend aan en dagen de whippers uit ze te slaan met een twijg. Dit is een bizar ritueel om te zien. Er worden letterlijk stukken vlees van de vrouwen afgeslagen wat er in resulteert dat er diepe bloedende striemen op hun rug buik en armen zitten. Dit gaat ongeveer drie uur lang zo. Waarom dit ritueel zo gebeurt word op twee manieren uitgelegd, er word gezegd dat de vrouwen op deze manier hun liefde voor de jongen laten zien die een man gaat worden. Er word ook gezegd dat de vrouwen op deze manier laten zien dat ze een man ‘aankunnen’. Hoe meer ze geslagen worden en hoe meer littekens des te betere vrouw ze zijn voor een man.
De hele ceremonie bij elkaar is mooi en afgrijselijk tegelijk, weer iets wat een diepe indruk maakt en wat we niet snel zullen vergeten.
De Omo Valley is prachtig, maar voelt allemaal ook heel dubbel. Het is mooi om deze stammen te zien, hun traditionele kleding, gebruiken en rituelen maar toch voelt het soms ook een beetje alsof je (oneerbiedig gezegd) aapjes aan het kijken bent. We hebben hierom ook besloten de Mursi stam niet op te zoeken. Zij staan er om bekend een agressief volk te zijn. Ze leven van toerisme en vragen een paar dollar per foto. Wanneer je geen camera bij je hebt willen ze je eigenlijk zo snel mogelijk weg hebben omdat je dan geen geld binnen brengt.  Je weet het natuurlijk nooit als je het niet zelf bezoekt maar het sprak ons niet aan. Hiernaast houd je ook het dragen van een lipschotel in stand omdat de vrouwen dit speciaal gaan doen voor de toeristen.  We hebben wel wat Mursi mannen en vrouwen gezien op de markt in Jinka.

Na de Omo valley zijn we over een offroad weg richting de grens gereden. Een dag lang hobbelen en al onze ingewanden zaten op plekken waar ze niet horen te zitten.. Gelukkig hadden we de laatste dag mooi glad asfalt naar de grens.
Bij de grens ging het op zijn ethiopisch. De aggregaat werd aangeslingerd en we werden uitgestempeld, helaas waren we net met lunchtijd bij customs dus moesten we twee uur wachten. Wij dus ook even gelucht en hierna in een sneltreinvaart naar Kenia.
Wat zullen we nog lang na genieten van dit prachtige land, nog lang verbijsterd zijn over de bijzondere situaties waar je inkomt, nog lang lachen om de aparte dingen de we meemaakten, en nog lang peinzen over welke hulp dit derde wereld land nou echt nodig heeft..

Op naar het volgende avontuur!

Geschreven door Jolle

Deze diashow vereist JavaScript.

 

Gastvrijheid, zand, hitte en schapenvlees

Een nieuwe blog, dit maal over Sudan, eindelijk. En nee, geen kort espresso verhaal, maar een langere cappuccino blog. Niet alleen omdat het kan maar belangrijker nog; omdat je in 2 weken onwijs veel mee maakt in dit fantastische land.

Habibi Sudan; dit hebben we telkens tegen de mensen gezegd als men vroeg wat we van Sudan vonden. Het is niet de officiële vertaling maar dit betekent min of meer ‘we houden van Sudan’. Voor de reis stond dit land voor Anton in de absolute top 3 qua Afrikaanse reisbestemmingen. Het is een land waar veel reizigers een beetje huiverig voor zijn; het hangt van bureaucratie aan elkaar, het is niet gericht op toerisme en niet altijd even veilig.

De grens overgang tussen Egypte en Sudan word door reizigers als de meest moeilijke grensovergang van Afrika gezien. Na de vermoeiende Egyptische grensformaliteiten werd de grenspoort voor Sudan geopend door een Sudanese douanier die erg vrolijk was: Welcome in Sudan! Hij vertelde ons in het Engels direct waar we moesten zijn en waar we ons aan moesten melden.

Na een snelle registratie konden we door voor het stempelen van ons Carnet en het importeren van de auto. Je wordt overal geholpen, de mensen spreken goed Engels en zijn erg vriendelijk. Wat een verschil met Egypte. Na 2 uur moesten we nog even ons ‘form 25’ (een veiligheidsformulier) ophalen, echter deed de internetverbinding het niet. Na een half uurtje wachten mochten we zonder het formulier het land in en moesten we de volgende ochtend maar even terug komen om deze alsnog op te halen.

S’ avonds hebben we in Wadi Halfa de lokale specialiteit gegeten; gefrituurde vis uit het Nasser meer, vervolgens gekampeerd in de woestijn tegenover een hotel en onze eerste schorpioen gespot. Bij het hotel stonden allemaal touringcars die door chauffeurs schoongemaakt werden; het afval werd simpelweg uit de bus de straat op geveegd en s’ nachts om 4 uur werden de bussen met veel lawaai nog even gewassen.

De volgende ochtend weer naar de grens; we konden zo naar binnen toe lopen, niemand die wat vraagt, en een plekje zoeken op de bank naast alle tv toestellen, magnetrons, ovens, koelkasten en grote tassen vol gepropt met van alles en nog wat, wat allemaal geïmporteerd word vanuit Egypte. Na 4 uur wachten en kletsen met Sudanezen, die al drie dagen (!) op de vrijgave van een geïmporteerde tv zaten te wachten, werd ons gevraagd om even mee terug te rijden naar Wadi Halfa (30 km. verderop) om bij het kantoor van de douane het formulier op te halen.

Sudan is een warm (ca. 51C) en gigantisch groot land (grote zandbak), hierdoor rij je niet zomaar even van A naar B. Maar, met een dieselprijs van 0,20 Euro cent per liter, is het nog wel te doen.

Omdat men in dit land toerisme niet echt kent, kun je overal wild kamperen in de woestijn, campingplekken genoeg dus. Het is een hele gave ervaring om ‘in the middle of nowhere’, zonder mensen om je heen, onder een deken van heldere sterren, te overnachten in de woestijn. En wat is fijner dan s’ morgens vroeg lekker warm douchen met water vanuit de watertank op het dak; dat de dag er voor goed opgewarmd is door de zon.

Vanuit Wadi Halfa zijn we gaan rijden richting Dongola; onderweg zagen we een nomadenkamp en besloten we om door de woestijn naar ze toe te rijden. Eenmaal aangekomen bij de tenten kwamen er een aantal mannen met metaal detectoren aangelopen; het bleken goudzoekers te zijn. Met een grote shovel werden hier stukken land uitgegraven op zoek naar goud. Ze lieten ons trots de dag vondst zien, een klein brokje van nog geen vierkante centimeter. De schapendarmen lagen hier al lekker te bakken op hete kolen voor de middag snack. Na een hele foto sessie zijn we weer verder gereden om een eigen, wat rustiger kampeerplekje te zoeken. Niet veel verderop kwamen we in een mega grote zandstorm terecht; in de nasleep van deze zandstorm hebben we uiteindelijk onze auto midden in de woestijn geparkeerd en de tent opgezet. Door de warme woestijnwind koel je bijna niet af en begon de tent aardig op een sauna te lijken.

De volgende ochtend zijn we verder gereden richting Dongola en hebben we een lifter meegenomen die ook naar Dongola wilde. Na 250 kilometer op ons bankje achterin mee gehobbeld te hebben over onverharde kleine wegen, omdat wij zo graag naar Kerma wilden om hier de western Defuffa ruïnes  te zien, was de jongen maar wat blij dat hij uit onze auto kon springen toen we eindelijk in Dongola arriveerden.

Na lang zoeken naar een geschikte slaapplaats zijn we maar van de weg afgereden en hebben we bij een boerderij gevraagd of we mochten kamperen, dit was geen probleem en de beste plek werd voor ons uit gezocht. Er bleken 2 broers naast elkaar te wonen en we kregen van beide thee aangeboden.

Nadat we de tent opgezet hadden kregen we voor de 10e keer de vraag waarom we in die gekke tent wilden slapen als we ook bij deze mensen, in het grote huis, binnen op een bed mogen slapen; gekke Hollanders!

In Sudan is gastvrijheid vanzelfsprekend; na de thee kwamen er van beide huizen grote schalen met eten op tafel met onder andere Fool met kisra, het nationale Sudanese gerecht dat gegeten kan worden als ontbijt, lunch én als avond eten. Een soort bonen stamppot met veel olie, ui en andere ingrediënten die kunnen worden toegevoegd naar wat men heeft of lekker vind met een plat brood, wat wel iets weg heeft van een pannenkoek.

De volgende ochtend was het weer vroeg licht.. Nou ja.. zo voelde dat om 08.00u na het late avondje, maar onze gastheer had om 06.00u al eens staan roepen of we wakker waren, gelukkig hebben we dit niet gehoord ;).

Na een rondleiding bij de geiten, de palmbomenplantage en de limoenbomen mochten we even douchen. De douche was een klein gebouwtje met daarin een emmer water, een krukje en een bakje om het water over je heen te scheppen, heerlijk. Om 11.30 werden we uitgenodigd voor het ontbijt en hierna werden er bedjes voor ons klaargemaakt voor de middagrust. Toen we vertelden dat we eigenlijk wel weer verder wilden rijden werden we beteuterd aangekeken, we moesten wel gek zijn om met het heetst van de dag te willen gaan rijden.

Het was bijzonder om van de enorme gastvrijheid van deze mensen te mogen genieten.  Toen we benoemden niet te weten hoe ze te kunnen bedanken en ze iets wilden geven voor hun gastvrijheid werd dit direct afgewezen. Dit was écht niet de bedoeling. We zijn opgenomen in de familie en de herinnering aan ons bezoek zou voor altijd blijven bestaan. Ontdaan van deze vriendelijkheid zijn we vertrokken, op naar ons volgende avontuur in dit prachtige land.

De volgende dag zijn we naar Karima gereden waar nog veel piramides staan. Deze piramides zijn kleiner maar veel ouder dan de piramides in Egypte; Sudan heeft zelfs meer piramides als dat Egypte heeft. Toen we hier aankwamen hadden we de piramides en de heilige berg (Gebel Barkal) helemaal voor ons zelf. Er waren zelfs geen kaartverkopers waardoor we voor niks en zonder bemoeienis van anderen rond konden lopen.

S’ avonds vonden we een prachtige kampeerplek aan de Nijl. Veel locals kwamen hier zwemmen dus genoeg bekijks. Door de land eigenaar werden we op de thee gevraagd. Bij het gezin thuis heerlijk gezeten met alle kinderen, neefjes en nichtjes en ooms en tantes die natuurlijk allemaal wel even wilden kijken bij deze vreemdelingen. Weer werden we uitgenodigd om daar thuis te slapen. Naast de Nijl was het veel te gevaarlijk met slangen, schorpioenen en andere wilde dieren. Uiteindelijk hebben ze ons met tegenzin onder begeleiding van de gastheer, gewapend met zaklamp tegen de wilde dieren terug laten gaan naar onze auto. Na controle van de complete kampeerplek op slangen en schorpioenen was het veilig om te gaan slapen. Als bonus hebben we ’s avonds vlakbij de auto nog een nieuwsgierige Gennet kat gespot.

De volgende ochtend zijn we op tijd vertrokken omdat we om 17.00u in Khartoum wilden zijn. Hier wilden we kijken bij de ‘whirling dervishes of Omdurman’ een ceremoniële Soefische bijeenkomst die alleen op vrijdag plaats vind, waar duizenden mensen bij elkaar komen om te bidden. Dit doen ze al dansend op ritmische muziek waarbij ze in een soort trance raken, heel indrukwekkend om te zien.  Hier werden we wederom heel gastvrij ontvangen, kregen we thee aangeboden en kregen we uitleg over de gewoontes en tradities van deze mensen.

In Khartoum zijn we een aantal dagen in het German guesthouse verbleven. Een heerlijk plekje in de drukte van Khartoum om onze papierzaken te regelen voor de rest van Sudan, onze Alien registratie (jaja we zijn officieel als Aliens geregistreerd), onze travel en photo permit en de visa voor Ethiopië.

In het hotel werden we tijdens het biertje vergezeld door de huisschildpad en hadden we een leuke ontmoeting met andere Nederlandse overlanders. Ook zijn we hier getrakteerd op een stukje meloen met Schwarzwalder schinken en wat is zo’n stukje varkensvlees lekker als je al meer dan zes weken alleen maar schapenvlees eet.

Na onze papier winkel afgehandeld te hebben zijn we gauw doorgereden richting de tempels van Naqa, we waren wel weer klaar met de drukke stad. Bij de tempels hebben we in de woestijn gekampeerd tussen de nomaden en de volgende ochtend een zeer bijzondere rondleiding gehad van de ‘police officer’ van de regio die ons ook wel wilde gidsen, een deel van de rondleiding moest dan ook gefilmd worden door zijn persoonlijk assistent met zijn mobiele telefoon, heel bijzonder.

Na de prachtige tempels van Naqa zijn we naar Port Sudan gereden. Dit zou volgens de Sudanese bevolking de mooiste stad van Sudan moeten zijn, met een goede duikspot, nu Anton zijn Padi heeft is hij niet meer te stoppen.  Na een vermoeiende rit van 13 uur met veel police checkpoints werden we verwelkomd door een aantal honden en katten in een resort dat ooit prachtig heeft moeten zijn maar er nu verlaten bij ligt. De volgende ochtend zijn we gauw verder gereden. Port Sudan was niet wat we er van verwacht hadden.

We zijn op weg gegaan naar Kassala, een stad omgeven van vreemd gevormde, mooie bergen.  Hier gaan veel Sudanezen op huwelijksreis heen omdat het een groene oase is in Sudan. Onderweg hebben we nogmaals in de woestijn gekampeerd op een verlaten plekje waar in de ochtend alleen wat kamelen voorbij kwamen. Kassala is een levendige stad en de bergen op de achtergrond maken het een mooie plek. We hebben hier even rond gekeken en zijn weer doorgereden naar het zuiden omdat we wel toe waren aan wat koelere temperaturen en wat meer natuur in plaats van woestijn en steden.

We besloten op weg te gaan naar het Dinder National Park. Onderweg hebben we niet ver van de weg gekampeerd achter een heuveltje met een klein huisje.  Na polshoogte te hebben genomen of er iemand aanwezig was om te vragen of we hier mochten kamperen ontdekten we in de bomen rondom het huisje allerlei schapen/ geiten vellen en pootjes etc. beetje creepy.. Tijdens het koken nog de schrik van ons leven gehad toen er een grote schorpioen recht met zijn scharen op ons af kwam gerend, maar door ons gestampvoet bedacht hij zich gelukkig!

Toen we eenmaal in bed lagen kwam er met veel lawaai een pick up met ca. 15 mannen aangereden; al gauw werd onze auto en de tent gespot en er werd er naar ons geroepen en met de zaklamp op de tent geschenen.  Anton is er uit gegaan en werd door de jongens uitgenodigd om geit te komen eten die ter plaatse werd geslacht. (dit verklaart de huiden en pootjes in de boom). Het huisje bleek een graftombe te zijn; het heuveltje is een heilige plaats waar veel moslims komen en vrije tijd doorbrengen.
De volgende ochtend (vrijdag, de heilige dag voor de Moslims) kwamen er nog een grote familie naar de graftombe om daar een schaap te slachten en lekker te bbq’ en, verser kun je het niet krijgen.

De volgende dag zijn we doorgereden naar het Dinder NP. Onderweg nog boodschappen gedaan en het park ingereden, een soort steppe landschap met lage begroeing en af en toe een boom. Onderweg ging het plaatselijk hevig regenen; doordat er slechts 4 maanden per jaar regen valt in dit gebied, werden de zandwegen bijna onbegaanbaar. Al glijdend kwamen we s’ avonds aan bij een boerderij waar we erg gastvrij ontvangen werden en meer dan welkom waren.  De heren hadden net een schaap geslacht dus we konden direct mee eten. Het schapenvlees word hier  alleen met zout gemarineerd en daarna op de barbecue geroosterd, heerlijk en veel lekkerder als het schapenvlees dat we in Nederland gewend zijn. Nadat het net gearriveerde zakelijke bezoek uit Saudie Arabië ook gegeten had, gingen de hele groep, met behulp van een grote bouwlamp achterin de laadbak van een pick up op konijnenjacht. Omdat de grote baas van de boerderij gehoord had dat er ook Nederlanders gearriveerd waren is hij speciaal naar de boerderij gekomen om samen met ons te eten. Omdat we het schapenvlees zo lekker vonden, besloot hij dat er s’ morgens nog maar even een schaap geslacht moest worden….. Uit voorraad leverbaar, lekker ontbijt man.  En we mochten natuurlijk niet vertrekken voordat Anton  om half 8 s’ morgens op een kameel gereden had, we verse kamelenmelk met ijs en suiker gedronken hadden én als afsluiter nog even een fotosessie afgewerkt hadden. De Sudanezen en Saudies vonden het allemaal prachtig en één ding is zeker; dit vergeten we nooit meer.

Omdat we vanaf de oostkant het park ingereden zijn kregen we bij de controlepost geen toestemming om het park in te rijden; dit was niet helemaal de bedoeling want je dient je natuurlijk eerst aan te melden aan de noord zijde van het park….. Na een uurtje lullen als Brugmans, zonder succes, hebben we besloten om het park uit te rijden richting de Ethiopische grens. Natuurlijk kwamen we de volgende dag net tijdens het ontbijt (11 uur s’ morgens) aan bij de grenspost en zaten alle douaniers en politiemensen lekker op hun gemak te eten. Geen probleem; twee stoelen er bij en lekker mee ontbijten, zo gaat dat in Sudan. Na het ontbijt hadden we de formaliteiten binnen een uurtje geregeld; op naar Ethiopië!

Geschreven door Jolle en Anton

Deze diashow vereist JavaScript.

Walk like an Egyptian

Hoi allemaal,

Na  4 weken Egypte, waarvan 7 dagen genoten te hebben van  Caïro, is het tijd voor een blog over dit fantastische land.

Nadat we de auto in de haven van Athene afgeleverd hebben vlogen we in 2 uurtjes met Egyptair naar Caïro en kwamen daar aan het begin van de middag aan. Met een verhoging in temperatuur van bijna 10 graden was het lekker warm. Voor het opstijgen werd er door de luchtvaartmaatschappij (lees Egyptische overheid) op de schermen nog even een islamitisch gebed afgespeeld voor een veilige reis. Tijdens het vliegen kregen we een lekkere maaltijd en konden we genieten van de uitzichten op de Griekse eilanden en de Middellandse zee.

Eenmaal aangekomen op Caïro international Airport merk je al direct dat het toerisme in Egypte op z’n gat ligt; het zwaar bewaakte vliegveld is zo goed als verlaten en er is weinig te doen. Nadat we onze visa bij de bank (!)  hadden bemachtigd, werd door de dame achter de balie, al telefonerend, even een stempeltje gezet en konden we zonder enige controle doorlopen; welcome in Egypt!

Een taxi zoeken is hier niet zo moeilijk; de taxi vindt jouw wel. Even onderhandelen en daar gaan we; de taxi chauffeur spreekt geen woord Engels en uiteindelijk zijn we aangekomen bij het appartement van Talal en Victoria, een Egyptisch-Duits stel die in de wijk Garden City wonen, een voormalig Engelse wijk, vlakbij de Nijl.

Caïro is met ruim 22 miljoen inwoners niet alleen erg groot ook een hele mooie stad, echt een aanrader! Je wordt door de Egyptenaren overal welkom geheten en mensen willen vaak een praatje met je maken of met ons op de foto; als een van de (momenteel) weinige toeristen zijn we hier een echte attractie.

De eerste dag zijn we met de metro naar het treinstation gegaan om vervolgens de trein naar Alexandrië te halen, zodat we alle paperassen voor het terugkrijgen van de auto konden regelen. De trein, een oude dikke diesel met Spaanse wagons, had airco en de stoelen in de 2e klas waren comfortabel. Dat er tijdens de 2,5 uur durende reis af en toe wat `stukjes` roet uit het beluchtingssysteem kwamen, hoort er natuurlijk gewoon bij. Na aankomst in Alexandrië zijn we in een taxi gestapt; ‘old driver, old car’ zei de taxi chauffeur en in een oude Peugeot 504 die nog net reed, gingen we op zoek naar het kantoor van de fixer. We hadden geluk en konden samen met Fathy net op tijd alle stempels en benodigde handtekeningen ophalen, want om 13 uur sluiten alle overheidsinstanties.  Als je geen Arabisch spreekt is het bijna onmogelijk om het inklaren van de auto hier zelf te regelen; laat staan dat je de instanties überhaupt zult vinden…  Tijdens de revolutie in 2011 heeft men enkele overheidsgebouwen bestookt en zijn alle computers ‘verdwenen’, dus alles werd hier weer met de hand geschreven en dat kost wat tijd.

Na het rennen en vliegen met de fixer hebben we op weg naar het treinstation snel wat te eten gehaald; wilden we betalen zegt de eigenaar dat hij ons trakteert, gewoon omdat hij blij is dat we de stad bezoeken J

In Caïro doe je in korte tijd erg veel verschillende en leuke indrukken op; van goedlachse Egyptenaren tot het gecontroleerd chaotische verkeer en het vele zwerfafval dat op straat ligt. Het verkeer is bizar druk en 3 baans wegen worden gebruikt als 5 baans wegen. Op vrijdag, de zaterdag in Arabische landen, word er minder gereden en zie je de flatgebouwen weer een beetje beter, simpelweg omdat er minder smog is. In de stad zelf hebben we veel gelopen; de eerste dag doe je dat op Nederlands tempo en daarna door de warmte meer in een ‘walk like an Egyptian’ tempo. De Egyptenaren gaan trouwens creatief om met telefoonmasten; deze zijn in de vorm en kleuren van palmbomen gemaakt zodat ze minder goed opvallen. Misschien een goed idee voor in Nederland; nemen we een mooie eikenboom.

In Caïro hebben we naast vele moskeeën, ook de citadel, het Egyptisch museum, de Coptische wijk, het oude islamitische centrum, down town en de piramiden bezocht.

Het Egyptisch museum ligt vlakbij het welbekende Tahir plein waar de revolutie in 2011 plaats vond; hier verzamelden miljoenen mensen zich om te protesteren tegen de toenmalige regering en het regime van president Moebarak; dit leidde uiteindelijk tot zijn aftreden.

In het museum worden mummies van diverse farao’s en erg veel archeologische vondsten uit diverse tempels, piramides en het Nasser meer tentoongesteld. Het meest bekende topstuk is natuurlijk het wereldberoemde gezichtsmasker van de farao Toetanchamon. Fotograferen is niet toegestaan maar na het betalen van een fototicket voor 50 Egyptische Pond (+/- 5 Euro) mag je naar hartenlust foto’s maken, geen probleem. Niet alle objecten zijn even goed uitgelicht en het lampje van je mobiel is dan wel handig om bepaalde objecten goed te kunnen bekijken. In de hal met gemummificeerde dieren liep er nog even een kat voorbij, kan allemaal in Egypte.

Het coptische gedeelte is een christelijk-Grieks gedeelte met een grote begraafplaats en een mooie kerk, erg schoon en zwaar beveiligd. Circa 10 % van de bevolking is christelijk. Ook is hier nog een synagoge te vinden.

In het oude islamitische centrum maak je het echte Caïro mee, als je om de puinhoop heen kijkt dan zie je een veel moois en echte oude ambachten. Na een bezoek aan de oudste moskee, waar we uitleg kregen en uiteraard ook de Minaret beklommen hebben, kwamen we s’ avonds uit op een pleintje waar diverse Nubische muzikanten een optreden gaven, we hebben echt genoten van de mooie muziek en de danskunsten van deze mensen. Als het in het oude islamitische centrum  s’ avonds donker wordt, waan je je echt in de stad van 1001 nachten, super gaaf.

Down town is een wijk die onder andere door een Franse architect is ontworpen. Hier vindt je alle grote winkelketens en heb je het idee dat je in Parijs / Europa bent.

De piramides in Giza zijn een verhaal apart. We hebben deze bewust na het bezoek aan de stad bezocht; de glimlachende Egyptenaren en positieve indrukken uit de stad kom je hier (bijna) niet meer tegen. Je kunt geen stap verzetten zonder dat je op een kameel of paard moet rijden en op z’n minst op de foto moet gaan. De piramide van Cheops hebben we van binnen bezocht, het meest indrukwekkende was de trap omhoog; je moest gebukt omhoog lopen om de tombe te bereiken, eenmaal boven kwam je in een tombe, gemaakt van grote granieten blokken. Erg imposant om te zien hoe de oude Egyptenaren zo iets hebben kunnen bouwen in die tijd.

Na een week kregen we een telefoontje dat de auto uit de haven was en zijn we vertrokken naar Alexandrië; hier hebben we direct de daktent op de auto gemonteerd en onze eerste kilometers met de Landcruiser op het Afrikaanse continent gemaakt. In Alexandrië hebben o.a. de citadel bezocht en zijn we direct doorgereden naar Caïro. In Caïro dachten we mooi nog even met de auto foto’s te kunnen maken bij de piramides maar helaas mocht er geen ‘safari’ auto het terrein op, nog even via de zijingang geprobeerd waar de rijen met paarden en kamelen stonden, maar helaas zonder resultaat. Toen hebben we maar een camping opgezocht; deze camping bleek al 3 jaar geen gasten meer te hebben gehad; zo ook het sanitair. De douche werd even aangezet om het ergste stof weg te spoelen en de spinnenwebben hebben we zelf even weggehaald. Ooit was dit een overlander camping die bijna altijd vol stond; na de revolutie (2011) komen er bijna geen toeristen meer en dat is erg zuur voor deze mensen.

De volgende dag zijn we naar het nationale park Wadi el Riyan gereden in the Western Desert; hier kwamen we s’ avonds laat aan en op zoek naar een camping stuitten we op een grote waterzuiveringsinstallatie. We werden door de drie aanwezige heren uitgenodigd voor een kopje munt thee met brood en kregen in het donker een rondleiding langs de stampende dieselmotoren en enorme waterpompen.

Na de thee zijn we doorgereden en uiteindelijk op een Eco lodge terecht gekomen in Tunis, dit was een erg mooi plekje en de volgende ochtend kregen we een super de luxe ontbijt.

De volgende dag zijn we doorgereden naar Wadi Al Hitan (Whale Valley, UNESCO), onderweg hebben we de watervallen bezocht en daarna zijn we doorgereden naar een gedeelte van het park waar versteende skeletten van walvissen opgegraven zijn. Hier is te zien hoe de walvis van een landdier naar een zeedier geëvolueerd is. Een heet en bijzonder stuk woestijn; hier hebben we dan ook een nachtje gekampeerd in een kloof, met als kers op de taart een familie woestijn vossen die op 10 meter afstand langs je heen liepen. De woestijn heeft iets magisch; overdag erg warm en s’ nachts zelfs fris, de stilte en de ruimte maken het plaatje compleet, erg bijzonder.

Via Beni Suef zijn we de Nijl overgestoken en hebben we verse vis uit de rode zee gegeten langs de weg en daarna wild gekampeerd naast een café. De volgende ochtend zijn we naar het St Anthony Monastry gereden; hier heeft de monnik St. Anthony 40 jaar lang eenzaam in een grot geleefd, op zoek naar rust en het dienen van God.

Na de hete dagen in de woestijn zijn we doorgereden naar Hurghada; een mega toeristische kustplaats aan de rode zee, hier hebben we een nachtje in een klein hotel geslapen en zijn we de volgende dag met gierende banden weer weggereden. Langs de kust reden we naar Marsa Alam, waar we 5 dagen lang op een Eco lodge zijn gebleven, waar Anton zijn PADI open water course duikbrevet behaald heeft en Jolle heeft gesnorkeld op het ‘huis’ rif vanaf het strand. De onderwater wereld van de rode zee is adembenemend; we hebben naast een zeeschildpad, roggen en een zeester ook een zeekoe gespot, erg zeldzaam.

Na deze verkoelende dagen zijn we naar Luxor gereden; de weg die we wilden rijden was niet veilig genoeg volgens de politie om dat er geen politie op controle stond. We moesten maar even 150 km omrijden terwijl de Egyptenaren wel door mochten rijden. Onderweg kwamen we een Frans gezin tegen (Nomads Road) die al 10 jaar non stop over de wereld reizen. In Luxor hebben we de indrukwekkende Karnak tempel bezocht en ook de oude straat tussen de Karnak tempel en de Luxor tempel en wat onderhoud aan de auto gedaan. Luxor is een leuk stadje aan de Nijl met veel archeologische bezienswaardigheden.

Na Luxor zijn we doorgereden naar de ‘Valley of the Kings’, hier zijn de een aantal grote farao’s in rotsen uitgehakte graftombes begraven; erg indrukwekkend.

Als laatste hebben we Aswan bezocht; dit stadje ligt direct aan de Nijl en krijgt als eerste het water dat vanuit het Nasser meer door de nieuwe en oude dam doorgevoerd word naar ‘lower Egypt’. In Aswan krijg je pas echt het gevoel dat je in Afrika bent; de huidskleur van de mensen word steeds donkerder. In Aswan hebben we het visum voor Soedan aangevraagd, die we na 5 werkdagen vroeg in de ochtend op konden halen. In de tussentijd verbleven we bij Adam Home, een Nubisch overlanders camp, waar je na aankomst je direct thuis voelt. Je eet elke avond samen (erg lekker Nubisch /Egyptisch eten) en drinkt gezellig Shay met veel suiker. Mohamed is een bekende van de familie en komt elke dag gezellig kletsen en regelt voor ons naast de hulp bij het regelen van ons visum en het papierwerk bij het ‘traffic court’, ook Sudanese ponden. We hebben een avond bij hem thuis gegeten wat echt heerlijk was en een boottocht over de Nijl gemaakt. Je kunt op bepaalde plekken in de Nijl zwemmen; het water is nog frisser als wat we meegemaakt hebben in de rivier de Aare in Zwitserland. Naast het overlander camp runt Adam home met de hele familie ook een boerderij met koeien, ezels, kippen, geiten, schapen, mango bomen, okra planten etc.

Na 5 dagen konden we s’ morgens vroeg  ons visum ophalen, nou ja, na 3 uur wachten kwamen de paspoorten er eindelijk aan; we zijn bijna echt in Afrika.

Na Aswan zijn we naar Abu Simbel gereden; officieel moet je met 130 km/h in konvooi met de politie mee rijden maar we zijn gewoon naar het check point toe gereden en we konden gewoon doorrijden. Na een lange rit door de woestijn kwamen we s’ avonds laat aan bij de tempels in Abu Simbel waar je de krokodillen in het Nasser meer ziet zwemmen. Hier hebben we op de parkeerplaats overnacht. De volgende ochtend kwamen de touringcars, vol met chinezen, al om 6 uur de parkeerplaats op gereden terwijl we naast de auto nog even aan het douchen waren. Hier hebben we op tijd de zeer indrukwekkende tempels van Ramses 2 en Nefertari bezocht; beide tempels zijn tussen 1964 en 1968 in stukken gezaagd en op een hoger punt teruggeplaatst om te voorkomen dat ze, door de bouw van de Aswan dam, onder water zouden komen te staan. De hele operatie heeft slechts 36 miljoen dollar gekost. Ramses 2 was niet alleen druk met het bouwen van tempels en standbeelden, maar had ook nog eens vele vrouwen en naar schatting circa 49 zonen en 45 dochters, druk baasje die Ramses.

Na het bezoek aan de tempels zijn we met de auto de boot op gereden richting de Egyptisch- Sudanese grens net voor Wadi Halfa. We zijn de grens overgestoken zonder fixer; de Egyptische zijde dachten we na 4 bureaucratische uren eindelijk te kunnen verlaten, oh nee toch niet, aan de poort werden we teruggestuurd want we misten natuurlijk nog 1 formulier en een bagage check. Tijdens de bagagecheck werd al snel duidelijk dat er een spelletje gespeeld werd; de norse douanier met grote zonnebril  vroeg al rokend of we alles even uit wilden laden. We hebben, zo langzaam als mogelijk, de deuren van de auto geopend  en ze veel succes gewenst in onze jan boel ;). Uiteindelijk hoefden alleen onze tassen en de kisten op het dak gecontroleerd te worden; de lucifers werden nog even aangemerkt als ‘gevaarlijk’ maar deze mochten we uiteindelijk toch meenemen. Na de bagage check kregen we een kladbriefje waarmee we het laatste formulier op konden halen bij het opperhoofd van de douane; hier moest nog even 100 pond afgerekend worden; echter wisten wij dat dit formulier niets kostte. Eenmaal in het kantoor aangekomen heeft Anton volgehouden dat we geen geld meer hadden en na de verlaging van de prijs naar 75 pond, misschien hadden we dat wel?, kregen we na volhouden eindelijk het afgestempelde papier gewoon mee en konden we een poort verder, op naar de Sudanese grens.

Groetjes,

Jolle en Anton

Geschreven door  Anton

Deze diashow vereist JavaScript.