Heel Malawi fietst

Bij de grensovergang in Malawi valt er op een groot billboard te lezen: ´Let´s create a progressive Nation´; ‘Patriotism, Integrity, Hardwork’. Getekend; His excellency Prof. Arthur Peter Mutharika, President of the Republic of Malawi.
Bij het grenskantoor is ‘Patriotism’ gelukt; de grensbeambtes zijn enthousiast over Malawi en we worden hartelijk welkom geheten. De rest van de president zijn boodschap is helaas (nog) niet helemaal doorgedrongen. We willen aan de grens graag een visum voor dit prachtige land en krijgen een speciale behandeling; we mogen in het kantoor komen zitten. Sinds korte tijd mogen wij als Europeanen, slechts 75 Euro per persoon voor een visum neerleggen, terwijl dit visum voorheen kosteloos was. Omdat het visum volgens de grensbeambten normaal gesproken niet aan de grens verkrijgbaar is wil men ons graag helpen. Of we dan wel even 10 Euro servicekosten per persoon willen betalen, zonder bonnetje natuurlijk.  Jammer joh, we weten dat het verkrijgbaar is aan de grens en zonder bon betalen we natuurlijk geen servicekosten. Abrupt stopt de grensbeambte met zijn ´zakgeld´ verhaal en praat ‘integer’ verder over het Europese voetbal. De manager van het geheel lacht een keer, achterover leunend op zijn stoel, in zijn kantoor met airco, en neemt nog een slok van zijn koude cola. Welkom in Malawi!
Direct na de grens rijden we door een prachtig maar erg arm gebied met theeplantages, naar de camping bij het Mulanji gebergte. We staan samen met veel spinnen en duizendpoten op de camping en hebben een privé bewaker die uiteraard gewoon even een bordje mee eet.  De omgeving is prachtig maar we hebben ‘maar’ twee weken de tijd en helaas geen tijd om dit gebied verder te verkennen.
Malawi is een van de armste landen ter wereld. In de gebieden waar toeristen komen probeert de bevolking echt alles om maar iets te kunnen verdienen. De nood is zo hoog dat men tijdens het verkopen gewoon begint te trillen van de spanning. Je empathisch vermogen word in dit land dan ook aardig op de proef gesteld.
In Blantyre (jazeker, ook in Malawi) doen we boodschappen en rijden door richting het Zomba plateau. Onderweg kunnen we  vers fruit kopen; aardbeien, bramen, bessen en frambozen. Wow! na al die tijd vers fruit, inslaan dus, heerlijk.
Op het Zomba plateau drinken we, vanwege het mooie uitzicht en de wi-fi, even een bak koffie bij een luxe hotel en daarna richting de camping in een erg mooi bos. S’ avonds is het zo fris dat je een dikke trui, lange broek en schoenen aan moet trekken. S’ morgens vroeg krijgen we hier een leuke verassing in de vorm van een vogelspin die in de bestekzak verscholen zit, ‘het bestek voelde gisteravond ook al zo harig aan’. Via stoffige zandwegen rijden we een rondje over de berg met mooie uitzichtpunten, stenenverkopers, watervallen en een verticale grot waar mensen met lepra in het verleden, ter heling, in ‘achtergelaten’ werden.
Ook in Malawi leven olifanten. Vlakbij de ingang van het Liwonde NP komen olifanten die s’ avonds over de camping een inspectieronde lopen. De camping staat vol met Baobab’s, de overige bomen die in de weg staan, worden omver geduwd. Als je naar de wc wilt moet je letterlijk tussen de olifanten doorlopen; de olifanten trekken zich weinig van de campinggasten aan en gaan vrolijk verder met het slopen van bomen en het volpoepen van de camping.
Het Liwonde park was erg mooi en het leek soms wel alsof het herfst was; blad op de grond en de bomen in prachtige herfstkleuren. In het park zien we zoveel olifanten dat we gestopt zijn met tellen.
Op naar Lake Malawi! Door super mooie landschappen reden we richting cape Mc clear. Malawi is straatarm, voordat je op de camping arriveert, rij je steevast door een dorpje met hutjes, brandend afval en loslopende geiten. De bevolking van dit mooie land is erg vriendelijk en overal waar je komt maken de mensen graag een praatje of wijst men je met alle plezier de weg.
Aangekomen op de camping beland je weer in de westerse wereld die zich achter de hoge muren bevind: wat een contrast toch telkens weer.
Lake Malawi is super mooi, je waant je in een tropisch paradijs, alleen de palmbomen ontbreken. De plaatselijke dorpelingen wassen alles in het meer; zwemmen is op deze plek niet aan te raden i.v.m. de kans op Bilharzia. Uiteraard even auto onderhoud doen, de koelkast schoonmaken en kletsen met onze Zimbabwaans / Engelse ‘overland’ buren en het uploaden van de blog over Oeganda ,wat slechts 6 uur tijd in beslag nam.
Heel Malawi fietst. En dat hebben we gemerkt, overal fietsen de mensen en auto’s komen we maar weinig tegen. Als je alles op de fiets doet, dan moet je creatief zijn. In Nederland ben je al blij als je (de altijd weer te volle) boodschappentas én een kratje bier heel en zonder straateczeem thuis kunt brengen. In Malawi doe je dit onder het motto ‘niet te moeilijk denken’. Je bindt een groot varken gewoon op een houten plaat en deze knoop je vervolgens vast op het bagagerek. Of een stapel haardhout van 2 meter hoog achter je rug. Of stalen profielen van vier meter lang. Niets is te gek.
Na Cape Mc clear zijn we bij een cychliden kwekerij langs gegaan. In het meer komen ca. 800 soorten inheemse cychliden (vissen) voor in veel kleur varianten, erg mooi. Deze vissen worden wereldwijd geëxporteerd.
Hierna snel doorgereden naar de ‘Cool runnings’ camping, een plek met écht groen gras en die ook nog eens maatschappelijk verantwoord is; 50 % van de opbrengst gaat naar de mensen in het dorp.
Op deze camping hebben we een aantal dagen gestaan om even lekker te chillen en de verjaardag van Jolle te vieren. Helaas was er geen stroom en dus geen internet en konden we niet met Nederland contacten.
Door de droogte staat het water van het meer vrij laag; dit betekent een naderend watertekort en minder stroom van de dam. Hierdoor sluit de overheid de elektriciteit overdag in bepaalde delen van het land gewoon af. De mensen pakken koelkasten en vriezers in met kleden om ook de veelvoorkomende, lange stroomonderbrekingen van soms wel 36 uur alle etenswaren goed te kunnen houden.
We rijden verder over slechte wegen met veel fietsers, voetgangers en loslopend vee. Af en toe rijden we over een stalen brug met houten planken, het geluid van de planken geeft je het gevoel dat je er elk moment doorheen kunt zakken, beetje vaart houden dus.
Omdat we graag naar het Lake of Stars festival wilden, besloten we te checken of er nog een campingplek in de buurt beschikbaar was; s’ avonds laat aangekomen werden we gelukkig toegelaten op de ‘volgeboekte’ camping en verwelkomt door de Duitse eigenaresse en haar Zuid Afrikaanse man. Of we varkensvlees lusten; tuurlijk! Een half uur later zaten we een heerlijk stuk vlees met patatten te eten; dat is lang geleden dat we varkensvlees gegeten hebben.
Het Lake of stars festival is een leuk festival voor het goede doel dat naast lokale ook internationale artiesten op het programma heeft staan. Eerst toffe lokale muziek, daarna Freshly Ground ( met lokale artiesten, bekend van WakaWaka) met als afsluiter een dj set van Timo Maas, wat een combinatie, mooi dat het kan! Deze camping komt zeker terecht in de top 10; kamperen tussen de bomen op groen gras, tussen de stenen snorkelen in het Malawi meer en een super zonsondergang.
Bij vertrek van de camping regelt de eigenaresse nog even een rondleiding bij een plaatselijke rubber plantage en de bijbehorende houtfabriek die op de route liggen. Erg interessant om te zien waar het rubber van autobanden, elastieken, schoenzolen en condooms vandaan komt en hoe dit geproduceerd word. Van het hout worden mooie producten gemaakt die o.a. verscheept worden naar Europa.
Na een paar festivaldagen zijn we naar de ‘mushroom farm’ gereden; geen paddo’s maar wel een mooie camping met een super uitzicht vanuit het gebergte op het Malawi meer. Er zijn twee wegen de berg op; een zandweg met een paar stenen of een mooie 4×4 weg waarbij in elke bocht een bord met het nummer van de betreffende bocht staat, en dat is niet voor niets. We kwamen in het donker aan en besloten de moeilijke weg naar boven te rijden, 4WD aan, verstralers aan en gaan! Bochten tellende, veel stenen en een paar keer steken in de te krappe bochten en we kwamen aan op de camping. Vanuit de camping zijn we de volgende dag naar Livingstonia gelopen en hebben we een koloniaal ziekenhuis, het Stone house museum ,een kerk met een glas in lood raam met een afbeelding van Dr. Livingstone en de plaatselijke waterval bezocht. Onderweg kregen we nog versgebakken lever van de zojuist geslachte geit aangeboden, waar we maar even vriendelijk voor bedankt hebben.
Vanuit Livingstonia zijn we de volgende dag doorgereden naar Mzuzu en belanden we bij een paar Zuid Afrikanen op de camping. Vanaf het eerste moment voelen we ons hier thuis en mogen we gebruik maken van de woonkamer en even lekker een domme film op de  tv kijken, (dat is lang geleden!) de motorolie verversen en genieten van de kookkunsten van de eigenaar. De volgende dag rijden we richting de grens van Zambia.
Geschreven door Anton

Deze diashow vereist JavaScript.

Praia de Mozambique

Na een korte overtocht over de Rovuma rivier komen we dan in Mozambique. We hebben het gedrang tussen de wachtende auto´s om de veerboot op te kunnen komen gewonnen en de angst om dus na onze lange wachttijd alsnog niet op de boot te kunnen komen en dus ook niet in Mozambique aan te komen van ons afgeschud.
Blij omdat we een visum hebben kunnen bemachtigen op Zanzibar en een beetje gespannen omdat dit land toch wel bekend staat als een van de meest corrupte landen van Afrika, rijden we op de douane af.
We hadden al wat speurwerk op internet gedaan naar de manieren waarop ze je kunnen oplichten of kleine regels waarop ze je geld afhandig willen maken en zijn dus aardig voorbereid.
Het valt allemaal reuze mee.
In de rij wachtend hoeven we alleen maar te zorgen dat onze mede boot passagiers niet voordringen. In het paspoort komt al gauw een stempel te staan en met het carnet word ook niet moeilijk gedaan.
Dan word duidelijk gemaakt dat onze auto doorzocht moet worden. Gelukkig staat de auto in de brandende zon en dus zal de douane hopelijk gauw klaar zijn. Anton loopt met de douane ambtenaar naar de auto en ik kijk een beetje zenuwachtig toe omdat dit het moment is dat ´ze´ moeilijk kunnen gaan doen.
De auto word na niet al te doorgrondig kijken (een blik achter in de auto en een blik achter de bestuurdersstoel) goed gekeurd.  Wel vroeg de beste man of hij onze camera mocht hebben omdat hij amateur fotograaf was. Toen Anton vertelde dat we deze eigenlijk zelf wel wilden houden vroeg hij om een koud drankje met zijn aller zieligste Bassie-de-clown-mienemienemienemiene-hoofd. Toen Anton hierop vertelde dat hij eigenlijk als een warm welkom in Mozambique had verwacht ontvangen te worden met een koud drankje, in plaats van ze te moeten uitdelen, viel de man stil.

Het is bijzonder hoe deze volwassen mannen in uniform, representatief voor hun land, zichzelf eigenlijk voor paal zetten door zich zo te gedragen om alleen maar een koud drankje van toeristen gedaan te krijgen. Nog jammerder is dat veel toeristen hierin mee gaan en de koude drankjes en sigaretten al klaar hebben liggen om uit te delen om ‘gezeur’ te voorkomen.

We zijn in Mozambique!!! Hier wilden we heel graag heen, maar omdat we inmiddels achter lopen op ons reisschema en het visum erg moeilijk te verkrijgen is hadden we dit prachtige land bijna overgeslagen.  We hebben wel besloten alleen noord Mozambique te bezoeken gezien de tijd maar ook gezien de onrustige politieke situatie tussen de Frelimo en Renamo aanhangers die al jaren lang gaande is en die er voor zorgt dat er in konvooi gereisd moet worden in het midden van het land.

De eerste indruk die we krijgen in Mozambique is, wauw wat ongerept. Vanaf de grens rijden we een best 4×4 pad door ongerepte natuur. Niks geen toeristen, geen wegen en geen andere mensen om ons heen behalve de mede passagiers die met hun tweedehands nieuw geïmporteerde taxi busjes over de weg heen scheuren alsof het strak geasfalteerd is.
We gaan als eerst richting de stad Palma. Het is eigenlijk meer een groot vissersdorp. De mensen kijken ons nieuwsgierig aan omdat hier maar weinig toeristen komen.
We merken steeds vaker dat Noord Mozambique echt nog mooi en onbedorven is door het massa toerisme. Na Kenia en Tanzania een welkome afwisseling.
Mozambique heeft ook veel te maken gehad met de slaven handel wat er voor zorgt dat er net als in Tanzania en Kenia veel Arabische invloeden zijn. De Portugezen hebben de dienst uit gemaakt in Mozambique tijdens de koloniale tijd waardoor de meeste mensen Portugees spreken. Dit is soms wel lastig aangezien wij dit niet doen.  In Palma zien we voor het eerst sinds lange tijd kinderen en dames broodjes verkopen langs de weg. Heerlijk verse Portugese bolletjes met zo’n knapperige korst. Hmmm, na alle chapati (wat heerlijk is maar die ons echt de neus uit komt) is dit echt een traktatie.  De mensen hebben veel schik als Anton in zijn beste Arabisch/Swahili/Portugees de broodjes besteld die overigens ook nog eens helemaal niets kosten.
Een slaapplaats vinden we niet in Palma, dus we besluiten nog door te sjezen naar Mocimboa da Praia, een wat groter stadje is aan de kust. Het word weer in het donker rijden, wat niemand ons aanraad in Afrika maar wat best te doen is met onze extra verstralers voorop de bumper.
We vinden dan toch een camping en zetten moe en voldaan ons tentje op voor het eerst op Mozambiquaanse grond.

De volgende dag gaan we in het stadje een verzekering voor de auto regelen, Vervolgens halen we een simkaart zodat we bereikbaar zijn.  We zullen niet lang in Mozambique blijven maar willen wel bereikbaar zijn aangezien dit land politiek onstabiel is en we geen ongeruste moeders willen hebben.  We rijden hierna door naar Pangane. Dit is een mooi plaatsje aan de kust waar je goed kan duiken en mooie witte stranden hebt. Na een lange dag rijden komen we inderdaad in Pangane. De twee resorts met camping die ons door de Lonely Planet zijn beloofd bestaan niet meer komen we al gauw achter. Ook de camping op het schiereiland is vergane glorie. Er zijn nog twee afgebakende stukjes met toiletpotten en iets wat de douche zou moeten zijn geweest. Volgens de twintig kinderen die ons op de weg voorgingen om ons de weg te wijzen is dit de camping. Uiteindelijk besluiten we hier te kamperen. Verder rijden door het donker hebben we geen zin in, wetende dat we geen betere campsite zullen vinden binnen een paar uur rijden.  Het plekje is ook paradijselijk prachtig. Er komt niemand om camping geld te innen zoals we hadden verwacht dus we zetten de tent op en koken een vluchtig maaltje.  Dan komt er een vriendelijke jonge man met twee koffers aangezet. Hij probeert ons van alles duidelijk te maken maar we snappen hem niet. Anton heeft een paar keer met hem in zijn koffertjes gekeken maar deze zijn leeg. Dan snappen we uiteindelijk dat het de bedoeling is dat wij spulletjes in de koffertjes mogen doen als we iets kwijt willen. Hij heeft tassen vol troep bij zich. Hij gaat op een afstandje zitten als we gaan eten en roept een paar keer en wijst naar zichzelf. We proberen onze nieuwe vriend uit te leggen dat we maar eten voor 2 personen hebben. Hij blijft zeggen dat hij honger heeft, maar aan zijn dikke buik te zien lijkt dit geen honger. Uiteindelijk besluiten we hem naar te negeren en druipt hij af, zijn rommel en koffertjes achterlatend.
De volgende ochtend worden we wakker van onze vriend van gisteravond die met een karton druk het strand om en onder onze auto aan het aanvegen is. Hierbij zorgt hij er regelmatig voor dat hij ‘per ongeluk’ tegen onze auto aanstoot om ons te wekken.  Dit is gelukt dus we gaan er uit. Dan komt direct een andere man aan die de ‘camping baas’ blijkt te zijn. Hij wil geld zien. De beste man vraagt voor zijn niet bestaande camping tien Amerikaanse dollar per persoon en nog een klein bedrag voor de bewaker.  Zoveel geld hadden we niet en betalen we nog niet eens voor een luxe camping met zwembad. En we betalen ook geen geld voor de dorpsgek die op ons af is gestuurd als bewaker die de hele avond het eten van ons bord heeft gekeken. De man blijft volhouden. Uiteindelijk haal ik net genoeg geld uit de portemonnee om nog broodjes te kunnen kopen als Anton met de man discussieert en laat hem vervolgens de inhoud van de portemonnee zien. Dit is wat we hebben en dit is wat je kunt krijgen. Ons laatste geld. De man pakt het uiteindelijk al protesterend aan en laat ons gaan. Na wat schelpen zoeken stappen we uiteindelijk in de auto om weer verder te gaan.

Het grootste stadje dat we in Mozambique hebben aangedaan is Pemba. Ook een kust plaatsje waar verschillende campsites zouden zijn. Net als overal in Noord Mozambique zijn de campings echter gesloten. Eerst boodschappen gedaan. We vergapen ons aan al het herkenbare westerse eten wat hier allemaal geen drol kost. Als we naar buiten komen vliegen er ‘markt mannen’ op ons af bij de parkeerplaats van de supermarkt die verse groenten verkopen. Ze komen met een oude hangweegschaal aan die bij 3 aardappels al een kilo aangeeft. Hier trappen we natuurlijk niet in en we spreken een prijs per stuk af waar de van opwinding trillende mannen nog dik aan verdienen.  Collega’s buurmannen en vrienden worden er bij geroepen als blijkt dat we nog meer soorten groenten willen wat er in resulteert dat er 10 man om ons heen staan te schreeuwen. En we uiteindelijk niet meer weten wat we aan wie moeten betalen en moeten opletten dat de straat kindertjes niet Anton zijn telefoon uit zijn zak rollen.  Als we alles hebben wat we willen springen we de auto in, geven nog bananen aan twee straat kinderen en geven we de parkeerwacht wat fooi.
We vinden toch een camping waar veel overlanders heen gaan, Russels place waar we heel even uit de drukte van Afrika stappen en binnen de poorten van de luxe westerse gemakken gebruikmaken.  Een prima plek om even bij te komen, de was te doen, onderhoud, blog bij werken, lekker stom tv kijken in de bar en heerlijk van het eten in het restaurant te genieten. Ze hebben ook een heerlijk zwembad waar we pas net voor vertrek gebruik van maken wanneer we het roofrack dat op het dak 5 cm naar voren is geschoven met behulp van de tuinmannen weer terug hebben gezet.
Helaas krijgen we hier ook rot nieuws uit Nederland omdat er een familie lid is overleden. Dan zit je ineens toch wel weer ver weg en is het best moeilijk dat je niet even heen en weer naar Nederland kan.  Het besef komt zo onderhand na 5 maanden ook wel dat we onze familie en vrienden toch wel steeds meer beginnen te missen en we hebben het steeds meer over wat er zo lekker is aan Nederland.
Toch zijn we nog lang niet klaar met reizen en is het nog vol op genieten.  Het leven moet ook gevierd worden.

Na Pemba zijn we verder langs de kust zuidwaarts gegaan naar Chocas de mar. Een van de mooiste stukjes stranden van Noord Mozambique. Hier hebben we op een gekke plek gekampeerd bij een lodge. De campsite zou achter de lodge liggen maar hier konden we geen toiletten of douches vinden die nog in bruikbare staat waren. Toen we wilden gaan vragen bij de lodge waar we dan moesten kamperen bleek alles al dicht te zijn dus hebben we de tent maar voor de lodge aan de zee op gezet. Dit bleek de volgende dag niet de bedoeling maar we waren toch al weer van plan verder te gaan. Eerst nog even langs de zee gelopen, gekeken bij de mannen die zeewormen uit de grond graven voor het vissen en bij de Mama’s die mosselen, krabben en inktvissen uit de zee halen. Ze lopen met velen over het koraal vlak aan de kust en slaan met stokken alles kapot om hun vangst op te jagen. Super zonde van al het moois dat hier leeft en groeit. Er is hier weinig educatie over natuurbehoud en het is ook moeilijk omdat deze vangst het enige is waar hele families van leven.
We zijn na de lunch naar een super de luxe mooie lodge gereden. Helaas was dit een beetje buiten ons budget maar wanneer we ooit veel geld opsparen en 2 weken vakantie nodig hebben zullen we deze hier gaan houden stellen we vast.
We gaan richting Mozambique eiland. Hier rijden we heen via een aantal oud koloniale Portugese gebouwen die we nog van binnen en buiten bezoeken en die een geheimzinnig mooie uitstraling hebben.

Bij Mozambique eiland vinden we een camping op het vaste land vlakbij de brug van 3,7 km lang die het eiland met het vaste land verbind.  We worden hartelijk ontvangen door de camping medewerkers en met wat hand en voetenwerk kunnen we elkaar begrijpen omdat er geen Engels gesproken word. Als we vragen of we een hapje mee kunnen eten en niet uit de menu kaart komen worden we meegenomen naar de keuken waar we ze de gerechten die we opnoemen laten zien aan de hand van wat er in de vriezer ligt. Zo worden er verschillende vissen, kreeft en kip omhoog getrokken en krijgen we een heerlijk diner.
De volgende dag besluiten we naar Mozambique eiland te lopen over de brug. Eerst willen door de zee omdat de Indische oceaan bij eb heel ver weg trekt maar bij navraag blijkt dat je het laatste stuk toch niet kunt lopen. We geloven niet dat de brug zo lang is en kunnen wel weer eens wat beweging gebruiken dus gaan ervoor. Het is een leuke wandeling, kijkend op de zee waar alle mensen uit de streek mosselen aan het verzamelen zijn en overal liggen allerlei mooi gekleurde zeesterren.
Het is ook een lange wandeling, want de brug is inderdaad 3,7 km lang en in de brandende zon is dit best pittig.
Op Mozambique eiland slenteren we rond. Het is net Zanzibar in het klein. Er is ook een Stonetown.  Eerst lopen we naar het oude fort wat op een klein eilandje ligt net voor Zanzibar. Het is nog eb dus kunnen we over de zeebodem lopen. Wel uitkijkend dat we niet vast komen te staan als het vloed word. Overal komen kinderen en volwassenen ons zeesterren aanbieden. Als we ze duidelijk maken dat we ze niet willen hebben en ze deze terug in de zee moeten gooien kijken ze teleurgesteld. Ook hier is weer duidelijk dat de mensen echt geen idee hebben dat ze alles kapot maken in de zee. Ze halen de kleinste visjes uit het water omdat er bijna geen grote vissen meer zijn. Zonde van het ecosysteem.
Aan het einde van de dag nemen we een lift terug naar het vaste land omdat we inmiddels genoeg kilometers in de benen hebben en onze voeten moe zijn van het slenteren op slippers.
De volgende dag lopen we weer naar het eiland om het nog verder te verkennen. Het is een sfeervol eilandje met ook veel Arabische invloeden. Ook de Nederlanders hebben  dit eiland kort in hun bezit gehad maar de Portugezen hebben het al snel heroverd.  We bezoeken nog een oud fort en een museum paleis met meubels uit de koloniale tijd. Terug naar de auto nemen we dit keer een taxi busje. We zoeken de minst volle uit en laten hierbij een aantal busjes voorbij gaan omdat we het warm hebben en geen zin hebben om als haring in een tonnetje te zitten. Dan blijkt al gauw dat het busje net zo lang blijft staat tot het afgeladen is. We zitten er, na geteld te hebben, met zo’n 30 man in, waar normaal 12 man in gaan. Baby’s worden gewoon doorgegeven aan degene die de meeste ruimte heeft, meestal degene aan het raam.

Vanaf Mozambique eiland gaan we het binnenland in richting Malawi. We overnachten bij missionarissen in Mocuba die ons heel hartelijk welkom heten. De volgende ochtend krijgen we een kleine rondleiding en word er verteld wat voor een werk ze doen. Ook krijgen we een ontbijtje en een teiltje warm water waar we ons mee kunnen douchen (wat super gastvrij is omdat het water hier schaars is en ze het water zelf uit de grond pompen). We krijgen ook een hoop tips mee voor Malawi en Zambia zodat we fris, goed geïnformeerd en met de nodige energie verder kunnen. Het is niet ver meer naar de grens met Malawi. Mozambique was een verrassend land en met spijt vertrekken we hier al weer veels te snel en beslissen we dat we hier zeker nog een terug moeten en willen komen.

Geschreven door Jolle

Deze diashow vereist JavaScript.