Tanzania en Keniaanse kust; rockart, zee en gebergte.

Vanuit Rwanda zijn we bij de Rusumo ´One stop´ border post, Tanzania binnengereden; de procedure was bijzonder autoritair maar ging wel lekker snel.

Omdat we in Kenia besloten hadden de kust even over te slaan, wilden we nu door Tanzania heen eerst weer richting Mombassa om nog een stuk prachtige kust van dit land te kunnen zien.

Tanzania is een gigantisch land; de planning was om in drie dagen ca. 1.200 kilometer af te leggen; even doorrijden dus. De hoofdwegen in dit land zijn perfect, echter de verkeerscontroles en 50 km. zones zijn nogal slaapverwekkend.  Deze beginnen vaak al 3 km. voor het dorp en diezelfde afstand na het dorp eindigen ze pas weer. Nee, over ‘lange’ 30 en 50 km. zones in Nederland mogen we niet meer klagen.

Van tevoren zijn we door mede overlanders al gewaarschuwd dat je je echt aan de snelheid moet houden, want de politie in Tanzania houdt van het spelen met laserguns. En dat hebben we gemerkt; we worden op dag twee al aangehouden. Via whatsapp krijgt oom agent de snelheidsfoto toegestuurd door zijn collega die ons een half uur eerder op de foto heeft gezet met 69 km/h in de veel te lange ‘50 zone’. Of we even 30.000 shilling (ca. 12 euro) willen betalen, zonder bon uiteraard. We zijn niet van plan om te gaan betalen en de agent dreigt met een rechtszaak, dus welke keuze word het; rechtszaak of betalen? Geen van beide is het antwoord en na een half uur ‘lullen als Brugmans’ moeten we maar gauw doorrijden van de geïrriteerde, corrupte agent.

Omdat we een lang stuk in het donker gereden hadden en geen camping konden vinden hebben we besloten om langs de grote weg maar eens bij het Golden Valley Hotel te vragen of we op de parkeerplaats mochten overnachten. De receptioniste begreep ons niet helemaal en na een kwartier kwam de half aangeschoten eigenaar maar eens kijken, om ons vervolgens te verwelkomen en te vertellen dat we kosteloos mochten overnachten op de parkeerplaats. In het restaurant hebben we heerlijk gegeten en een lekker biertje gedronken met de eigenaar die alles wel best vond.

Op onze weg langs de Serengeti en richting de Kilimanjaro rijden we door eindeloos lange open vlakten met af en toe een mooie heuvel,tientallen baobabs, katoenplantages en zo goed als opgedroogde watervlaktes.

Als we bijna bij Arusha zijn komen de Subaru rallyauto’s over de grote weg ons volgas voorbij zetten; er blijkt een rally aan de gang te zijn en de start van één van de proeven ligt precies aan de weg. Uiteraard even kijken natuurlijk J. De route en de proef komen op een paar kilometer afstand langs het nationaal park; geen probleem in Afrika. Niet alleen de moderne rallyauto’s zijn van stal gehaald maar ook klassieke BMW E30 series, Toyota Celica’s en een Peugeot 205 GTI; mooi om te zien.

Tegen het eind van de middag zien we al rijdend, tussen de wolken door, de besneeuwde top van de Kilimanjaro verschijnen. Het beklimmen van de hoogste berg van Afrika hebben we maar even overgeslagen; voor slechts 1200 dollar p.p. kun je in 4 dagen omhoog lopen. Helaas gaat er geen 4×4 weg naar boven; andere keer maar weer.

De Keniaanse kust

De volgende dag zijn we vanuit Moshi doorgereden naar de grens met Kenia en na een keer het carnet de passage (grensdocument voor de auto) verkeerd gestempeld te hebben (en nee we mochten niet helpen…) zijn we door het Tsavo park richting de beruchte Nairobi – Mobasa weg gereden. Deze weg staat bekend om de vele ongelukken en roekeloos rijdende (vrachtwagen-) chauffeurs. Inhalen met een links gestuurde auto in een rechts rijdend land is al een uitdaging op zich, maar het inhalen op deze weg  begon toch wel aardig op Russisch roulette te lijken. Rustig aan rijden en niet te veel inhalen dus.

Ook blijft het iedere keer weer bijzonder om te zien hoe Afrikanen om gaan met wegwerkzaamheden; bij omleidingen lijkt het er telkens weer op dat het spel ‘voorkruipen voor gevorderden’ in een nog hoger level gespeeld moet gaan worden. Voordringen, afsnijden, links inhalen, door de andere berm; niet is te gek om meer punten te verzamelen.

Het doel van die dag was aankomen op de camping in Watamu beach en dat is gelukt. Op de camping liepen allemaal eenden, parelhoenders en kippen rond die ons de volgende ochtend bij het ontbijt even kwamen begroeten. Voor de camping konden we direct snorkelen in de Indische oceaan, super gaaf en wat is het water toch lekker warm.

Na 2 dagen zijn we doorgereden naar het havenstadje Mombassa. Het oude centrum is erg mooi met veel houtsnijwerk, balkons en steegjes met zowel Afrikaanse, Indische en vooral Arabische invloeden. Mombassa is een van de steden van waaruit veel slaven vervoerd werden naar het midden oosten. Naast een voormalige slavenmarkt hebben we ook een oude bron bezocht waar de slaven gewassen werden voor dat men de boot op ging.

Ooit wel eens 1.000 man op een veerboot gezien? In Mombassa kan het; als je naar het zuiden wilt reizen kun je ver omrijden of gewoon de veerboot nemen. Omdat we aan het einde van de middag op de veerboot wilden, stonden er al lange rijen met forenzen die wachten totdat de poortjes open gaan om vervolgens als een wilde menigte de veerboot op te rennen. Voor de auto’s was er af en toe ook nog wel een plek beschikbaar; een uur later stonden we aan de overkant en konden we doorrijden naar Tiwi beach.

Het paradijs is gevonden. Eenmaal aangekomen op Tiwi beach hebben we besloten om hier direct maar vier dagen te blijven, mooi dat het kan. Kamperen op het strand tussen de palmbomen, snorkelen, verse kokosnoten in een heerlijke curry, zwemmen, vis eten, kletsen met onze Keniaanse en Zuid Afrikaanse buren, dag en nacht vergezeld worden door twee honden en genieten van de zonsopgang en ondergang, wow! wat een plek. Op naar Tanzania.

Vervolg Tanzania

Na het passeren van de grens, waar we ons Keniaans geld nog snel omgewisseld hebben voor verse sinaasappels en pinda’s, hebben we wild gekampeerd in het Usumbara gebergte. De volgende dag zijn we via Mambo view (erg mooi) doorgereden naar Irente Farm. Van 35 graden in je T-shirt en korte broek naar 20 graden en regen in je trui en lange broek; wel lekker verkoelend.

Op Irente farm hebben we heerlijk gegeten en bij het haardvuur gezeten en uiteraard hebben we even een kijkje genomen in de kaasmakerij en een heerlijk kaasje én vers brood gekocht. S´morgens vroeg nog even al hardlopend naar het uitzicht punt toe gelopen en daarna richting Kondoa gereden, waar we graag de rock art wilden zien.

Even naar Kondoa rijden bleek niet zo gemakkelijk als we dachten; de weg ging al gauw over in een slechte zandweg, zo’n weg waar een niergordel geen overbodige luxe zou zijn geweest.

Onderweg kwamen we tegen de avond een busje met 15 man met pech tegen; ze konden niet meer sturen. Alle dames en slechts drie heren stonden buiten, de grotere kerels zaten allemaal binnen in het busje; doodsbenauwd voor alle wilde dieren. Uiteraard hebben we geholpen en dit resulteerde in een 2 uur durende operatie, al communicerend met handen en voeten, waarbij na demontage de overbrenging van het stuurhuis defect en ter plekke niet meer te repareren bleek te zijn. Ik vermoed dat dit niet de enige (aankomende) uitdaging zou zijn; de radiateur hing alleen met ijzerdraad vast, de stabilisator stang met zelfgefabriceerde steunen in een dik rubber en het ijzerdraad was al zichtbaar op de banden. Maar hé, als ie rijd dan rijd ie, toch? Met ductape om het tandwiel heen konden ze uiteindelijk verder rijden naar het dichtstbijzijnde dorp om een nieuw tandwiel te regelen en te overnachten, zonder ‘wilde dieren’.

En natuurlijk, zul je altijd zien, na een half uurtje rijden kregen we zelf pech; bout van de remklauw losgelopen; snel een andere geplaatst en weer doorgereden.

De volgende dag zijn we doorgereden naar Kondoa; deze bijzondere rotsschilderingen zijn gemaakt met rode oker. Men schat dat deze al vijf tot tien duizend jaar oud zijn en gemaakt door de voorouders van de huidige Sandawe bevolking.

Officieel is Dodoma de hoofdstad van Tanzania, maar hier is niet veel te beleven. Dar es Salaam is eigenlijk het echte hart van dit grote land. Omdat we graag naar Zanzibar toe wilden hebben we de auto gestald in Dar es Salaam en zijn we met de veerboot naar het eiland toe gevaren. De veerboot zelf is al een belevenis, alles gaat mee, van fietsen, aardappels en kippen tot dozen vol met piepkuikens.

Zanzibar is een prachtig eiland met (helaas) ook een gruwelijke geschiedenis. Het eiland heeft dienst gedaan als een van de grotere doorvoerpunten voor slaven maar ook specerijen, ivoor en vele andere handelswaren. Uiteraard hebben we het speciaal voor de slaven opgerichte monument, het museum en de kleine kelders waar de slaven in vastgehouden werden bezocht, dit was erg indrukwekkend.

Stone town, het oude gedeelte van Zanzibar stad, is vergelijkbaar met Mombassa. Erg fotogeniek en een feest als je van gemixte culturen, kleine steegjes en mooi houtsnijwerk houd. Vooral s’ avonds hangt er een hele bijzondere sfeer. Op het plein bij de haven is elke avond een ‘food market’ waar je de lokale specialiteiten kunt proeven en ook locals ontmoet, erg gezellig.  We vermoeden dat alle toffe Nederlandse ‘rijdende food festivals voor hipsters’ afgeleid zijn van deze food market.

Omdat we maar kort de tijd hadden hebben we een auto gehuurd om zo veel als mogelijk van het eiland te kunnen zien. De huurauto, een Suzuki Vitara, was ‘very good’ aldus het verhuurbedrijf. Na het wegrijden moesten we eerst tanken want je krijgt de auto met een lege tank mee, erg logisch. Het dashboard gaf een kleurrijke verzameling van brandende lampjes weer en een van de ontbrekende ruiten, gerepareerd met plastic folie, zorgde voor de natuurlijke airco. De auto heeft het gelukkig vier dagen volgehouden.

Het noordelijke deel van het eiland is een strand zoals je die in de Bounty reclame ziet; wit zand en een helder blauwe zee, erg mooi en dus toeristisch. Hier hebben we een nacht geslapen in de B&B van ‘crazy man’, een man met ADHD en zeer goede kookkunsten; wat een heerlijke, verse calamari.

Via het noorden zijn we doorgereden naar een duiklocatie aan de oostzijde van het eiland, vlakbij Mnemba eiland. Hier heeft Anton gedoken en Jolle gesnorkeld en met wilde dolfijnen gezwommen, wat een ervaring.

Na het duiken zijn we doorgereden naar de bushbaby lodge; een heel mooi plekje tussen de palmbomen. Hier kun je s’ avonds bushbaby’s (galago’s) zien en horen.

Toen we aankwamen vertelde de eigenaar dat alles volgeboekt was; dit bleek na doorvragen niet zo te zijn. Ze hadden een feestje en of we het dan niet erg vonden als ze de muziek aan zouden zetten, niet tot laat hoor, ongeveer van 22 uur tot middernacht. Nee hoor geen probleem, gezellig en we komen wel een biertje drinken. Er werd wat verbaasd gekeken en nogmaals gevraagd of het dan echt geen probleem was?!

Na een uurtje kwam er een pick up aan met serieuze boxen die direct aangezet werden op standje oorverdovend, holy shit, de muziek zelf hoorde je bijna niet meer. S’ avonds een hapje gegeten bij de buren en toen we terugkwamen was er dikke ruzie, ging de muziek uit en werd iedereen naar huis gestuurd. Gelukkig kwamen de bushbaby’s nog even tevoorschijn. Toen we net 10 minuten in bed lagen ging de muziek weer aan en bleek er in een keer weer een hoop mensen te zijn en ging het feestje door tot vier uur s’ nachts. Nooit geweten dat je kunt slapen in een bed dat trilt van de bass.

De volgende dag doorgereden naar Pweza beach waar het bekende ‘The Rock’ restaurant op een grote rots in de zee ligt, erg mooi. Hier hebben we een man uit Tunesië ontmoet die de volgende dag met ons mee ging naar Jozani forest waar we de mangroven, de red Colobus apen hebben gezien en grote land schildpadden /geredde zeeschildpadden hebben gevoerd.

Via de kust zijn we afgezakt naar Mtwara, vlakbij de grens met Mozambique. Hier hebben we bij een Poolse vrouw een nachtje op de parkeerplaats gekampeerd en heerlijk gegeten. Omdat we graag met de veerboot de Rovuma rivier over wilden steken naar Mozambique had de eigenaresse van de camping speciaal voor ons gebeld om te checken wanneer deze ging; dit hangt namelijk af van het getijde.

De boot zou de volgende ochtend om zes uur vertrekken, dus zijn we extra vroeg (om drie uur) opgestaan om op tijd bij de grens te zijn. Eenmaal bij de grens aangekomen bleek immigratie om half 6 al wakker, alleen de douane moesten we nog even persoonlijk op het huisadres wakker maken. Bij de boot kregen we te horen dat deze pas de volgende dag om half twee s’ middags zou gaan…… Uitgestempeld en op papier het land officieel al verlaten, zat er niets anders op dan wachten tot de volgende dag; lekker met de grens beambten kletsen en relaxen. De boot ging uiteindelijk om drie uur s’ middags en in een half uurtje stonden we aan de grens in Mozambique.

Geschreven door Anton

Deze diashow vereist JavaScript.

3 gedachtes over “Tanzania en Keniaanse kust; rockart, zee en gebergte.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s