Kenia: ‘safari land’

Na zes weken Ethiopië, is het tijd voor het volgende land. Kenia! Van verhalen hebben we gehoord dat we in Kenia weer een beetje in de ´westerse´ wereld terecht komen qua eten, supermarkten en winkelcentra. Hier kijken we wel naar uit.. Maar eerst de grens over!

De grens van Ethiopië naar Kenia is de meest soepele tot nu toe! We hebben hier het East Africa visum aangevraagd dat geld voor Kenia, Oeganda en Rwanda. Formuliertje ingevuld, betaald en klaar zijn we! Dan nog de auto invoeren. Ook dit gaat super gemakkelijk.
Chris van de customer service vult ons carnet de passage in zet er met kracht een mooie stempel bij. We mogen Kenia in! Op onze vraag of hij niet misschien het chassis nummer wil controleren, wat ze in andere landen soms wel 10 keer doen, antwoord hij: ‘nee hoor, ik vertrouw jullie. Vertrouwen is het aller belangrijkste in de wereld!’. Op de vraag of we geen roadtax moeten betalen ($40,-) zegt hij, ach nee.. niemand zal je er om vragen, en anders betaal je het gewoon als je het land uit gaat?
Omdat wij geen problemen willen onderweg of boetes willen krijgen dringen we er toch op aan. Chris verteld dan dat zijn collega van de roadtax op vakantie is. Hij gaat even kijken of hij de map kan vinden maar dit is niet het geval. Chris verzekerd ons dat we geen problemen zullen krijgen en dus komen we Kenia binnen met een meevallertje in de pocket!

Daar gaan we dan,  een prachtige asfalt weg voor ons, een nieuw land te verkennen en dan… worden we direct door de politie van de weggeplukt. Ohnee he.. daar gaan we dan.. het valt mee, de weg is nieuw en we mogen hier niet rijden we hadden om moeten rijden maar voor deze keer mogen we door.. maar morgen niet meer! Natuurlijk meneer agent, onze nederige excuses!  200 meter verder worden we weer van de weg geplukt door oom agent! We mogen niet op de weg rijden.. ja huh? Waarvoor ligt die weg er dan? Hij wijst dat we naar de overkant moeten.. dan ineens begrijpen we het.. in alle excitement zijn we vergeten dat we hier links moeten rijden!  We vervolgen onze weg dus op het rechte (niet rechter) pad!

Onze eerste stop in Kenia is Henry’s camp. Een prachtige campsite bij Marsabit gerund door een Zwitserse man met zijn Keniaanse vrouw die hier al zo’n veertig jaar wonen. De weg is lang in een uitgestrekt vlak landschap, heeft veel drempels die meer lijken op lanceerinstallaties en overal zien we prachtige geklede mensen langs de weg van verschillende stammen zoals de Masai en de…….. We komen laat aan bij de camping door het tijdverlies in verband met de lunchpauze aan de Ethiopische grenszijde.
De volgende dag besloten we nog een dagje van het prachtige uitzicht te genieten, de was te doen, nog een dag te genieten van de heerlijk warme douche en een beetje uit te rusten zodat Anton een beetje zou opknappen omdat hij niet helemaal fit was.
Hierna zou ons doel Nairobi worden omdat we snel richting het zuiden wilden om de wildebeest migratie van het zuiden naar het noorden niet te missen.
We hebben besloten geen bezoek te brengen aan Lake Turkana wat er g mooi schijnt te zijn maar wat ook in een landschap ligt (Savanne, woestijn gebied) wat we al veel hebben gezien. Het is een afgelegen gebied waar het hier en daar nog wel eens onrustig kan zijn tussen de verschillende stammen die er leven en je moet flink voorraad in slaan omdat je weinig stadjes/dorpjes tegen komt waar je wat kunt krijgen dus er word ook wel aangeraden om hier niet alleen heen te gaan.
Alles bij elkaar zou het een mooi avontuur zijn, maar hebben we dus besloten het niet te doen.

Vanaf Marsabit rijden we naar Nanyuki. Dit is een plaatsje dichtbij de evenaar aan de voet van Mount Kenya. Hier hebben we in de tuin van een hotel gekampeerd. Ook dit was weer een lange rit. Niet zozeer in afstand maar door de vele vrachtwagens  op de weg en de hoogte verschillen schieten we niet echt op. Ook het inhalen van deze vrachtwagens vergt weer even wat nieuwe samenwerkingtactieken.   Anton rijdt iets naar rechts zodat Jolle om de vrachtwagens heen kan kijken en groenlicht kan geven voor inhalen of niet. Soms best spannend omdat het in het begin nog even lastig inschatten is maar ach, we hebben ook alle tijd.. J
We eten wat in het hotel waar we kamperen en bestellen een pizza. Na een goed 1,5 uur wachten krijgen we twee platgeslagen gebakken deegschotels met daarop wat rauwe ingrediënten tomatenpastasaus en wat gegratineerde kaas on top! Niet wat we hadden verwacht van het hemelse eten in Kenia maar we genieten er toch van!
’s Ochtends worden we gewekt door de zang van verschillende klassen school kinderen die op schoolreisje zijn in Nanyuki om hier een muziek festival te bezoeken.  Als ze even pauze hebben staan ze op een afstandje te kijken naar ons, die gekke Mzungu’s (blanke toeristen). Af en toen kruipen er een paar bij elkaar, hebben een overleg en dan word er een uit de kring naar voren geduwd die ons dan iets moet komen vragen. In perfect Engels krijgen we de vragen op ons afgevuurd, wie zijn jullie, hoe heten jullie, waar komen jullie vandaan en zijn jullie in Africa om op de wilde dieren te jagen? Wanneer we ze alles uitleggen en vertellen dat we onder andere ook komen om de wilde dieren te bekijken maar niet om op ze te jagen kijken ze opgelucht. Hierna worden de kinderen door de oudere leerlingen weggestuurd. Laat die Mzungu’s met rust, en beginnen ze weer met hun zang.

Na een lekker ontbijtje gaan we weer op pad. Na een stop bij de evenaar waar we natuurlijk even wat fotootjes schieten en een demonstratie krijgen over dat het water inderdaad de andere kant op draait aan de andere kant, rijden we verder naar Nairobi. Nairobi is in vergelijking met Addis Abeba een moderne stad met moderne en hoge gebouwen en vele zakenmensen.  Het is er ook super druk en het hele verkeer door de stad heen staat vast en zo wij dus ook. Wanneer we voor een eeuwig durend stoplicht staan komt er ineens een man bij Anton zijn raampje staan en roept, give me 200. Anton kijkt verbaasd en ik schiet in de lach omdat ik het bijzonder vind dat iemand bij ons raampje komt staan en om 200 vraagt en dan verwacht dat wij dit geven? Anton verteld hem dat we geen geld geven en dat hij weg moet gaan. Dan zie ik dat de man een zakje in zijn hand heeft en dit omhoog houd. Het is me niet duidelijk wat er in zit maar de man herhaalt zijn vraag en maakt een schijnbeweging  alsof hij het zakje in Anton zijn gezicht wil drukken. Dan zie ik Anton weg duiken en roept hij,  FUCK OFF!!!! De geur van de inhoud van het zakje bereikt mijn neus en het blijkt dat er een lekkere verse drol in zit van deze beste man. De man schrikt gelukkig van Anton zijn reactie, stopt het zakje in zijn jaszak en rent er vandoor. Ik lig natuurlijk dubbel als ik naar Anton zijn hoofd kijk en er tot me doordringt wat er zojuist gebeurde.  We hebben de raampjes maar weer omhoog gedraaid..

De camping in Nairobi is een fijn plekje. Het is koud in Nairobi (22 graden!) en regenachtig. Ze hebben binnen heerlijke banken en een haardvuurtje. Het is een overlander ontmoetingsplek en we ontmoeten het Canadees/Engelse stel weer die we in Ethiopië ook vaker hebben ontmoet. Ook staan er een Oostenrijks stel met een oude Unimog (vrachtwagentje) die een heel rondje Afrika doen van Marokko via het westen naar Kaapstad en via het oosten weer terug, deze vrouw van 65 heeft deze route 40 jaar geleden ook al eens gedaan en heeft prachtige verhalen over 40 jaar geleden maar ook over hun huidige reis.
Ook komen we hier een jonger Oostenrijks stel tegen die ook de hele ronde Afrika doen. Leuk om tips en verhalen uit te wisselen en samen heerlijke Oostenrijkse palatschinken te eten.

Op de camping kunnen we ook sleutelen, de eigenaar (een Duitser getrouwd met een Keniaanse) heeft een garage met wat monteurs rondlopen. We kunnen al het onderhoud zelf doen (Anton,  en ik ben er voor de mentale ondersteuning) maar het is fijn dat we wat gereedschap kunnen lenen .

Het Canadees/Engelse (Steven en Marie) stel zijn in Nairobi een Engelsman tegen gekomen die daar al een tijdje woont met zijn vrouw en worden daar uitgenodigd te verblijven. Omdat  Steven jarig is besluiten we dat samen te vieren en uit eten te gaan. De Engelsman uit Nairobi weet een goed restaurant en daar wanen we ons in een voedselparadijsje! Anton besteld een dikke hamburger met friet en Jolle een pizza met avocado, spek en feta. Jumjumjum wat genieten!!!
Ook de grote supermarkten vinden we hier in Nairobi en we slaan lekker in al moeten we wel opletten omdat alles peperduur (Europese prijzen) is.  Het is heerlijk om weer groenten te kunnen inslaan of zelfs gehakt en lekker zelf te koken.

Na Nairobi gaan we naar Masai mara national park waar we de wildebeest migratie willen zien.  De wildebeesten trekken elk jaar van het zuiden van de Serengeti naar het noorden wanneer in het zuiden de droogte komt. Ze steken hierbij de Mara rivier over wat voor spectaculaire beelden kan zorgen. Velen halen het niet door de stroming van het water of door de krokodillen die op de loer liggen. We hebben met Steven en Marie afgesproken samen het park in te gaan. We vinden een prachtige camping aan de rand van het park waar het echt genieten is.
Het park is prachtig. We zien al snel olifanten, giraffes, zebra’s en wildebeesten grazen op de vlaktes  die reiken tot de horizon. Ook worden we al snel gewezen op twee cheeta’s.
We vervolgen onze weg naar en langs de rivier en stuiten op een nijlpaarden familie waar net een jong geboren is. De nageboorte hangt nog uit de moeder en ze is druk bezig haar kleintje te leren zwemmen.
We zien dat er wildebeesten zijn die de oversteek wagen omdat er grote stofwolken boven de rivier te zien zijn. Wanneer wij aankomen zijn ze net gestopt. De rivier staat niet heel hoog en er zijn geen krokodillen te bekennen. Een grote kudde wildebeesten staat voor de rivier en aan de overkant grazen de wildebeesten die de oversteek gered hebben. Een paar leiders lopen heen en weer op de rand van de kloof om te zien waar ze gaan oversteken. We wachten en eten onze lunch in de auto. Dan in eens stort een van de wildebeesten zich over de afgrond en volgt de rest van de kudde. Wat gaaf om dit te zien! Door het lage water is het niet super spectaculair maar het is bijzonder te zien hoe de wildebeesten zich overgeven en zich over de rand van de kloof storten en aan de overkant de steile wand van de rivier weer moeten beklimmen over elkaar heen en op elkaar springend.
Na dit spektakel gaan we verder met als doel om nog leeuwen en neushoorns te spotten. Het loopt langzaam tegen het einde van de dag en we besluiten aan de boven zijde van de Masai mara het park te verlaten zodat we zoveel mogelijk kunnen zien.  De zon gaat langzaam onder dus we rijden richting de uitgang, dan komen we een safari groep tegen die weten te vertellen dat er leeuwen net buiten het park liggen bij de poort waar wij heen rijden.  En inderdaad, als kers op de taart vinden we ook vandaag nog de leeuwen die zich net buiten het park hebben verschanst bij een waterplasje en op een rotsje liggen te chillen. Wat een mooie dag en wat hebben we veel gezien!
Dan begint de terugreis naar de camping. Omdat we een andere uitgang uit het park hebben genomen moeten we nog 70 km terug naar onze camping rijden.

Dit word een mooi offroad avontuur. De halve weg bestaat niet meer, we rijden over karrensporen dwars door bosjes moeten en aantal keer omkeren omdat we de weg niet meer kunnen vinden in het pikkedonker.
We hebben onze eigen night game drive en zien veel hyena’s, antilopes en zebra’s .  Op een gegeven moment rijden we op een rivierbedding af en ineens zien we daar een luipaard lopen!! Super gaaf! Deze dieren zijn erg moeilijk te spotten en wij ontmoeten er gewoon een buiten het park. Natuurlijk sprint ze er gauw vandoor dus helaas geen foto om dit mooie dier vast te leggen.
Het word later en later en we hebben er wel een beetje genoeg van. We zien op onze telefoon dat we  vlakbij de camping zijn maar dan stuiten we op een rivier. Er is een doorwading dus we gaan het proberen om er met de auto door heen te rijden maar hiervoor moeten we wel een hefboom openen. Anton en ik springen uit de auto om dit klusje te klaren en ineens horen we geritsel, we staan even stil en kijken elkaar aan. Het zijn olifanten! Opschieten en terug de auto in!
Dan blijkt dat we de rivier niet door gaan komen maar zien links van ons een brug! Hup in de achteruit.. Anton en ik er weer uit gesprongen om de hefboom te openen. De olifanten zijn niet blij meer met ons bezoek en beginnen te grommen. We weten niet hoe snel we de boel weer dicht moeten knopen en de auto in te springen!
Bij de brug aangekomen blijkt deze versperd door een ketting. We zijn moe, en een beetje nerveus omdat de olifanten zo dichtbij staan. Steven gaf aan een kniptang te hebben en de ketting open te gaan knippen. Terwijl hij in de auto naar de kniptang zoekt komen er lantaarntjes onze kant op.  Het blijken rangers te zijn die zich afvragen wat wij daar doen. Na het verhaal uitgelegd te hebben geven ze aan een sleutel te hebben uiteindelijk maken ze de ketting voor ons los na ons een standje te hebben gegeven dat ze al gesloten zijn!
Om 22.30 komen we terug op de camping. De eigenaar was erg ongerust en heeft geprobeerd ons op allerlei manieren te bereiken. We hebben nog een biertje gedronken met de guards bij het kampvuur en daarna gauw naar bed voor een korte nacht omdat we de volgende ochtend weer om 6.15 aan de poort wilden staan van het park om zoveel mogelijk uit onze 24uurs entree kaart te halen.
De volgende dag was nog een mooie dag waarbij we weer veel mooie dieren hebben gezien. Bij terug komst waren we aardig op dus na een lunch zijn we nog even lekker gaan pitten.
De volgende ochtend hebben we afscheid genomen van Marie en Steven. Zij gingen op weg naar Oeganda en wij besloten nog een dagje te genieten van de mooie campsite, en even een rust/klus/was dagje te houden.

Na de Masai Mara hebben we koers gezet op het Kakamega forest wat nog een stuk regenwoud is dat niet door de Engelsen is platgeslagen om theeplantages op te zetten. Vroeger liep dit woud door naar Oeganda en Congo.
De weg hierheen was prachtig door alle theeplantages en we hebben spontaan een rondleiding in een thee fabriek gekregen. Toen we er langs reden vroeg Anton zich af of we er niet een kijkje konden nemen om te zien hoe thee gemaakt word. Na even gevraagd te hebben bij de poort werd de grote baas gebeld. Deze gaf de operating manager de opdracht ons rond te leiden en een zakje thee mee te geven.  Een hele leuke ervaring. De operating manager gaf aan dat wij nu zijn nieuwe vrienden waren en dat we altijd welkom waren en hij ons overal zou rondleiden.
Toen we klaar waren met de rondleiding vroeg onze nieuwe vriend of we wat voor hem hadden. Hij wilde Anton zijn telefoon wel hebben namelijk. Toen Anton aangaf dat dit niet ging omdat we deze zelf nodig hadden vroeg hij of hij onze camera anders dan niet mocht hebben.. We hebben hem een beetje beteuterd achter gelaten met een stroopwafel  voor bij de thee.
Het Kakamega forest was prachtig. We stonden op een campsite midden in het bos en binnen no time hadden blue monkeys om onze tent lopen, op ons trappetje zitten, op onze daktent zitten of op de zijspiegels. Deze kleine apen hielden ons precies in de gaten en toen we een zak chips te voorschijn haalden deed er eentje een poging ons te intimideren om zo onze chips te bemachtigen. Helaas voor deze aap bewaak ik mijn chips met mijn leven dus mislukte zijn poging.
De volgende ochtend hebben we een sunrise wandeling gemaakt (Jaja Anton was al om 04.00u uit zijn bedje!! Ongelofelijk!)  met een super leuke gids Benjamin. Benjamin kent het hele woud op zijn duimpje en liet ons alle mooie bomen, planten, vogels etc. zien.  Heel erg mooi. Ook leuk dat er bij terugkomst zelfs nog een hele troep black en white colobus monkeys bij de campsite zaten waar we de hele wandeling zo’n beetje naar op zoek waren J.

Na het Kakamegaforest hebben we besloten richting de Oegandese grens te gaan. We wilden niet de grote grens overgang pakken maar een mooie offroad route. Onderweg hierheen hebben we nog op 30 km  van de grens geslapen op een adresje die onze gids Benjamin ons aan had geraden. Het was van een goede vriend van hem en het was een mooi park waar we misschien wel de Debrazza monkeys konden zien die Anton graag wilde zien.  Eenmaal aangekomen bleek het een soort dierentuin te zijn waar allerlei dieren met een afwijking werden opgevangen.  De bevolking zijn bang voor deze dieren en  vrezen voor ongeluk dus maken ze af maar de eigenaar van dit park bied de boeren geld en vangt de dieren dan op. Er liep een kalf met twee extra poten op zijn rug, een koe met drie ogen en 4 horens, ezels zonder staarten, een koe met te korte porten of juist een koe met te lange achterpoten… Erg bijzonder… een beetje bang ben ik in slaapgevallen omdat ik niet wakker wilde worden als een soort Frankenstein met een extra arm op mijn rug of zo..
De volgende ochtend was het al erg druk omdat 60 schoolgroepen die dag het park zouden bezoeken om wat te leren over deze ‘mislukte’ dieren. Naast de dieren waren wij als Mzungu’s ook een hele bezienswaardigheid!
De Debrazza monkeys hebben we helaas niet gezien.. En na een lekker en snel ontbijtje zijn we maar gauw op pad gegaan om naar de grens met Oeganda te rijden.

De weg naar de grens was prachtig. We hadden mooie uitzichten op Mount Elgon en kwamen door leuke dorpjes.  Eenmaal aangekomen bij de grens moesten we wachten. Er was een ‘small, but very important meeting’. We hebben eerst geluncht. Toen heeft Anton zich vermaakt met de kindjes die uit school (in Kenia) naar huis gingen voor de lunch (in Oeganda) door ‘hi ha ho na-zing spelletjes’ te doen en vervolgens hebben we onze stoeltjes in de schaduw gezet naast de douane met een boekje.

Na 1,5 uur kwamen de douaniers uit de zeer belangrijke vergadering en bood wel 10x zijn excuses aan. Toen was een handtekening en een stempel en waren we klaar voor Oeganda, ons vijfde land op het Afrikaanse continent!

Geschreven door Jolle

Deze diashow vereist JavaScript.

 

 

Ethiopië het horror land waarvan we zijn gaan houden..

Ja ja we weten het, het is weer tijd voor een blog update over Ethiopië! Op 29 mei zijn we Ethiopië in gereden om hier bijna 6 weken te genieten van dit prachtige land. Hierover kan ik wel 20 pagina´s vol schrijven maar ik probeer het zo kort mogelijk te houden!

Vanuit Nederland hebben we erg uitgekeken naar ons bezoek aan Ethiopië. Ook omdat mijn moeder ons zou bezoeken dus we samen al veel gepraat hebben over wat we wilden zien en doen
Helaas werden we door veel mede reizigers gewezen op de ‘problemen’ in dit land. Dat het niet gastvrij is, kinderen stenen gooien naar toeristen, je word afgezet waar je bij staat etc.  Het land werd afgeschilderd als een horror land. Het was dus tijd dit zelf te gaan ondervinden!

Na de heerlijke lunch aan de Sudanese zijde van de grens kwamen we al snel terecht aan de Ethiopische zijde.  Hier hoefden we niet veel tijd door te brengen. Even waren we bang dat het lang zou gaan duren omdat het ook hier lunchtijd was maar na even navragen konden we terecht.  Gelukkig had de douanebeambte nog niet geluncht zodat hij, net als wij zo snel mogelijk door de procedure heen wilde.
Even een korte discussie omdat ons souvenir uit Egypte (een waterpijp) verboden zou zijn in Ethiopië. Nadat we hadden uitgelegd dat het een souvenir was en we niet van plan waren het af te geven werd er met de ‘boss’ gebeld en werd ons verteld de shisha te verstoppen voor de customs controle. Hierna lieten ze het touw, wat de grens vormt, zakken.. Welcome to Ethiopië!!
Customs stelde niet zoveel voor,  paar jongens die een touw omhoog hielden waarvoor we moesten stoppen. We werden geacht de hele auto uit te pakken. De jongens in plaats daarvan uitgenodigd zelf in de auto te komen kijken. Dit was al gauw te veel moeite dus mochten we door!

We genoten direct van het groen en het koelere klimaat. Heerlijk na de afgelopen weken hitte, zand, zand en zand. Onderweg heb ik als een hond met mijn hoofd uit het raam gehangen om de frisse lucht in mijn gezicht te voelen! Wat genieten!
Onze eerste stop in Ethiopië hadden we gepland bij een camping bij lake Tana (Tim & Kims village) wat gerund word door een Nederlandse eigenaresse. Met de camping willen zij de levensstandaard van de mensen in de directe omgeving verbeteren door ze banen en ontwikkelkansen te bieden. Een leuk en mooi initiatief! (www.timkimvillage.nl)
Het is een prachtig paradijsje waar veel vogels te spotten zijn en waar een heerlijk relaxte sfeer hangt.
De weg hierheen was prachtig door valleien, bergen en echt Afrikaanse dorpjes. We merken direct dat iedereen zwaait maar dan ook direct zijn hand op houd en dan iets zeggen als brr brr. (Later begrijpen we dat ze birr roepen wat de valuta van Ethiopië is).  Alle kinderen rennen achter ons aan om ons te roepen, faranji (blanke) give me pen! Give me T-shirt! (helaas hebben onnadenkende toeristen en jarenlange hulp van verschillende organisaties hun stempel achter gelaten. Bij het zien van een blanke  gaan de handjes vanzelf omhoog bij jong en oud en verwachten ze dat je wat geeft).

Onderweg hebben we ervaren dat er inderdaad met stenen gegooid word, maar gelukkig waren dit kleine steentjes en werden we niet echt geraakt. Wat erger was,  was dat we door een dorpje reden waar een groep kinderen vrolijk stonden te zwaaien en te roepen en een van de kinderen opeens iets naar de auto gooide wat modder met koeienpoep bleek te zijn. Natuurlijk had ik mijn raam gezellig open om terug te kunnen zwaaien naar al die leuke kindertjes en is onze spiegel mijn redding geweest omdat ik dit welkom cadeautje anders recht in mijn gezicht had gekregen.  Goed, verder heb ik dus met de ramen op een kiertje gereden.

We zijn redelijk laat bij de campsite aangekomen, hier hebben we eerst de eigenaars geholpen hun auto die niet meer wilde starten van de weg te duwen en hebben eerst, sinds veel te lange tijd, een lekker biertje gedronken. Toen werd er gebeld naar de camping dat gasten die onderweg waren vast stonden. We hebben besloten te helpen dus zijn er heen gereden met zijn drieën.  De auto bleek achteruit in een afgrondje gereden te zijn, na twee en een half uur martelen in de regen hebben we hem eindelijk los gekregen tot opluchting van de eigenaresse. Terug bij de camping kregen we heerlijke boerenkool van Kim met echte rookworst, wat genieten!  De volgende dag stond ons nog de verassing te wachten dat deze mensen ons hele verblijf inclusief een nachtje in een lodge voor mama hadden betaald na een suggestie van de eigenaren van de camping die vertelden dat als er een sleepwagen had moeten komen ze nog veel meer kosten zouden hebben gehad. We hebben onszelf hier daarna verwend met de heerlijke maaltijden die Kim voor ons bereidde. Echt een week vakantie gehad dus.  Dit waren ook zo ongeveer de laatste lekkere maaltijden die we hebben gehad in Ethiopie. Er is maar weinig verkrijgbaar aan verse groentes en het nationale eten (Injera, een soort hele zure pannekoek gemaakt van het graansoort tef wat alleen word verbouwd in Ethiopië) heeft wat tijd nodig om aan te wennen, maar je kunt er niet om heen omdat de kaart vaak alleen bestaat uit (koude) pasta of injera.

Op Anton zijn verjaardag hebben we mama opgehaald van het vliegveld. Leuk om haar eindelijk te ontvangen en samen Anton zijn verjaardag te vieren. Kim had een heerlijke pannenkoekentaart gebakken met vers fruit en haar man Mebratu had het restaurant versiert en toepasselijke verjaardags muziek opgezet bij aankomst! Natuurlijk had mama nog allerlei cadeau’s mee uit Nederland, dus het was een super verjaardag!
Helaas komt aan alles een einde en moesten we afscheid nemen van Kim, Mebratu en dit heerlijke plekje. We zijn op weg gegaan naar Gondar waar we de kastelen en Fasilada’s pools (een buiten verblijf van een oude koning waar een magische sfeer hangt en waar nu elk jaar in Januari door de orthodoxen ’Timkat’ word gevierd in Januari) hebben bezocht en vervolgens  plannen hebben gemaakt voor onze meerdaagse tocht in de Simien Mountains.

De Simien Mountains waren een prachtige en onvergetelijke ervaring. We hebben vier dagen gewandeld in the ‘Roof of Africa’. Prachtige uitzichten, ontmoetingen met hele troepen gelada apen,  de Ethiopische wolf, walia ibex en verschillende prachtige vogels. De afstanden waren niet ver maar de hoogte zorgde er toch voor dat het soms pittige wandelingen waren.  We hadden hier een super leuke gids die ons van alles vertelde over de natuur en de cultuur. Als we moe aankwamen op de kampeerplek stond de koffie al klaar met iets lekkers erbij en de tentjes al opgezet.  Na het avond eten dat werd bereid door onze kok (ja heel decadent!!) was het dan al gauw bedtijd en in de morgen werden we weer gewekt met een heerlijk ontbijt.  Het gebied is onder beheer van Unesco, zij zorgen ervoor de het prachtige landschap behouden blijft. Dit gaat echter helaas wel ten koste van de lokale bevolking die hier weg moet omdat ze schade brengen aan de natuur door bijvoorbeeld bomen te kappen en hun vee laten grazen. In de dagen dat wij hier wandelen is er een deadline gesteld en moeten de dorpelingen er weg zijn  (in de dichtstbijzijnde grotere plaats Debark zijn huizen en stukken grond ter beschikking gesteld waar ze moeten gaan wonen). Onderweg kwamen we dan ook veel verhuizende mensen tegen die met hun hele hebben en houwen sjouwden van kippen tot potten en pannen tot hele deuren. Het een verdrietig beeld omdat sommige van deze mensen hier geboren zijn en hier hun hele leven hebben gewoond. Zij hebben waarschijnlijk niet lang meer te leven maar zullen niet in hun geboorte dorp begraven kunnen worden wat erg belangrijk is voor ze.

Na de Simien Mountains zijn we richting Aksum gereden over een prachtige weg (volgens BNN een van de gevaarlijkste van de wereld). Ook hier zie je weer hoe mooi het land is maar stuit je tegelijkertijd op de vele vluchtelingenkampen waar veel mensen uit Eritrea wonen die gevlucht zijn naar Ethiopië. Hier zijn veel hulporganisaties van over de hele wereld aan het werk.
Aksum is een rustig en mooi stadje. Buiten de grote pilaren uit het Axumitische rijk die als graftombes dienden is er niet heel veel  te zien en hebben we kennis gemaakt met de heerlijke verse fruitsapjes van Ethiopië en special full als ontbijt (een bonenprutje in saus met pepertjes, tomaatjes ui en ei wat je oplepelt met stukjes brood.) heerlijk.

Vanuit Aksum zijn we naar het stadje Mekele  gegaan in het oosten van Ethiopië met een tussen stop om een aantal eeuwen oude rotskerken te bezoeken die gebouwd zijn door orthodox christenen.
Na eerst een ruzie te hebben moeten oplossen tussen twee gidsen die allebei aan gaven dat het hun beurt was om rond te leiden zijn we aan een mooie klim begonnen.  Eenmaal bij de kerk aangekomen was het uitzicht prachtig maar ook bizar om te zien hoe deze kerken met de hand uit de rotsen zijn uitgehouwen.

De volgende dag in Mekele aangekomen hebben we eerst onze  3 daagse tocht door de Afar regio bevestigd die we met een georganiseerde tour mee gaan. Dit hebben we besloten omdat we in het gebied alleen met een gids en bewaker  mogen rondreizen en we de zoutvlaktes willen bezoeken wat niet al te best is voor onze auto dus die besparen we dit maar. We hebben afgesproken samen te gaan met een Engels/Canadees koppel die we al bij Lake Tana hebben ontmoet.
De Afar regio ligt in het noord oosten van Ethiopië tegen de grens met Eritrea en Djibouti.  Het is bekend om de Danakil depressie.
Als eerste gaan we naar de vulkaan Erta Ale, een prachtige rit door een vulkanisch landschap waar we over de laatste 20 km stevig offroad rijden, 2 uur doen.  Hier aangekomen rusten we in een militair kamp en word er een lekkere avond maaltijd voor ons bereid.  Na het avond eten gaan we in het donker de vulkaan beklimmen dit omdat de temperatuur overdag te heet is. Met nog steeds 40 graden op de meter was het best een pittige tocht van 3 tot 4 uur, maar eenmaal boven was dit het meer dan waard. Het laatste kwartier lopen we echt over de versteende lava en alles kraakt. We moeten dicht bij elkaar blijven omdat de kans bestaat dat je er doorheen zakt.
Super bizar en mooi om zo dichtbij (op nog geen 4 meter afstand!) te kunnen staan bij zo’n actief lava meer. Je voelt de hitte, 1080 graden en af en toe moet je even je adem in houden omdat de stank en de giftige dampen onze kant op slaat. Waarschijnlijk kan het ook alleen in Afrika dat je zonder gasmaskers een vulkaan beklimt.
We hebben op een ‘veilige afstand’ op de vulkaan geslapen op matrasjes op de grond, ook een unieke ervaring om met het gesputter van het lava meer op de achtergrond in slaap te vallen.

Om vier uur in de ochtend werden we weer gewekt. Tijd om terug naar beneden te wandelen.  Helaas was de kameel die onze matrassen droeg er vandoor gegaan toen we sliepen. Hierdoor liepen de militairen die met ons mee waren voor de beveiliging en de gidsen in deze hitte ook nog met een stapel matrassen op hun nek.
Beneden stond er een heerlijk ontbijt klaar met vers fruit en pannenkoeken. Ook konden we even lekker met onze bezwete hoofden onder een plons water om af te koelen.
Na het ontbijt zijn we via de hoofdstad van de Afar regio naar de Danakil depressie gereden. In de hoofdstad moest er eerst overleg worden gepleegd met het hoofd van de bevolking, oftewel, er moest wat smeergeld betaald worden en we kregen nieuwe militairen die ons moesten beveiligen.  (De Afar bevolking zijn een vrij agressief volk die tot een aantal jaar geleden niemand in hun regio wilden hebben. Nu ze er achter zijn dat toeristen ook geld opleveren word dit wel toegestaan maar de prijs die betaald moet worden voor een bezoek aan deze regio is afhankelijk van het humeur van het hoofd van de Afar).
Na dat alles geregeld was zijn we naar het zoutmeer gereden.  Hier stuitten we op de vele kamelen karavanen die zout vervoeren van de Danakil depressie naar Mekele.  En hebben we de zonsondergang (achter de wolken) bekeken met een heerlijk wijntje er bij.  Moe en voldaan zijn we naar het dorpje gereden waar we op bedden, door de lokale bevolking gemaakt, onder de sterren hebben geslapen na weer een heerlijke maaltijd.

Op de laatste dag zijn we naar de Dallol gegaan dit is een gezonken vulkanische krater en de meest hete plek op aarde 125 meter onder zeeniveau. Doordat het grondwater en magma hier samenkomen, veranderen zwavel, ijzeroxide, zout en andere mineralen in felle kleuren groen en neon geel.  Het stinkt er verschrikkelijk (rotte eieren) en waarschijnlijk zijn deze dampen ook niet al te best voor je gezondheid maar wat is dit prachtig mooi.
Op de weg terug vanaf de Dallol richting Mekele komen we nog langs Afar mannen die zout uit de grond aan het hakken zijn. Het winnen en verkopen van zout is een van de belangrijkste inkomsten van de Afar bevolking. Het is onbeschrijfelijk dat deze mannen hier hele dagen in de zoutvlaktes zonder schaduw in 50 graden aan het werk zijn. De blokken zout verkopen ze aan kamelen houders. Ze verdienen ongeveer 100 birr per dag wat ongeveer gelijk staat aan 4 euro. De kamelen houders vervoeren de zoutblokken met hun karavaan naar Mekele en verkopen het dan voor een wat hogere prijs.
De Danakil depressie en het beklimmen van de vulkaan zijn zeker een highlight van deze reis en hebben een grote indruk achter gelaten. Ongelofelijk om in 3 dagen zoveel verschillende ontzettend mooie landschappen te zien.

Na deze tocht zijn we over een schitterende weg naar Lalibela gereden.  Doordat deze regio, eigenlijk de gehele hoorn van Afrika, permanent en/of elk jaar te kampen heeft met grote droogtes en hierdoor voedseltekorten, zijn hier vele NGO’s en hulporganisaties actief om te zorgen voor een juiste voedseldistributie in de getroffen gebieden. Het is apart om te zien dat slechts 20 km afstand / een berg al een heel verschil kan zijn tussen een droge omgeving en een omgeving waar veel regen valt en dus vruchtbaar is. Overal zie je mensen lopen die grote zakken ‘USAid’ graan of maïs op hun rug dragen of met volgeladen ezels lopen. Het is mooi om te zien dat men overal irrigatiekanalen aan het aanleggen is om er voor te zorgen dat er water gedistribueerd kan worden en er minder mislukte oogsten ontstaan.

Lalibela is beroemd om de 11 kerken die hier uit de rotsen zijn gehouwen in de 13e eeuw in opdracht van de toenmalige koning Lalibela.
De weg was prachtig maar ook erg vermoeiend we hebben over de 350 km ongeveer 10-12 uur gedaan. In Lalibele wel in  een super de luxe lodge terecht gekomen waar we na wat onderhandelen voor een redelijke prijs konden kamperen/logeren.
Ons bezoek aan de kerken was indrukwekkend. Te bedenken dat men zoveel jaar geleden in de macht was om zulke bouwwerken te maken met de hand is ongelofelijk. De kerken staan nu onder protectie van Unesco. Ze hebben grote daken boven de kerken gebouwd ter bescherming, begrijpelijk maar niet erg mooi.
In Lalibela zijn we wat langer gebleven dan gepland omdat Anton na het bezoek aan deze prachtige kerken ziek werd. Tja dat hoort ook bij het reizen maar inmiddels is hij de weer de oude J en hebben moeders en ik een lekker rustdagje gehad!

Vanuit Lalibela zijn we naar Harar gereden met een tussenstop in Awash waar we in een mooi hotelletje (Buffet D`Aouache) hebben overnacht waar we ons in de jaren 70 waanden met zijn Frans koloniale uitstraling.
De volgende dag hadden we een uitdaging, aangezien onze accu’s al een paar dagen niet deden wat ze moesten doen en ook nog begonnen te lekken besloten we eens te kijken wat nieuwe accu’s zouden kosten in Awash. Helaas waren hier niet de juiste accu’s te koop voor onze auto dus zijn we verder gereden naar Harar en hadden we bedacht de accu’s in Addis Abeba te vervangen. Na een rit  te hebben overleefd waarin we alle drie bijna omkwamen van de stank van de lekkende accu’s en met de ramen wagenwijd open moesten rijden terwijl het best koud was ,maakten we per ongeluk de fout om de auto uit te zetten toen we bij een hotel gingen kijken in Harar. Het hotel was niks maar de auto startte niet meer. Zelfs niet door over te starten van onze huishoudaccu’s achterin naar onze voorste accu’s wat tot nu toe nog wel steeds had gewerkt.  Er zat dus niks anders op, we moesten nieuwe accu’s kopen. Voor een mooie prijs hebben we accu’s van een kl#te kwaliteit op de kop getikt en met een tuc tuc naar de auto gebracht. Na een tijdje sleutelen had Anton het voor elkaar en liep de auto weer als een zonnetje!
Harar is een Islamitisch stadje in Ethiopië en word ook wel de 4e heilige stad genoemd na Mekka, Medina en Jeruzalem. We hebben hier in het historische centrum dat ook onder Unesco wereld erfgoed valt in een echt Harari guesthouse geslapen.  De volgende dag een rondleiding gehad door de mooie nauwe straatjes gehad en in de avond bij de hyena-man gekeken.  Sinds jaar en dag gaat deze man in de avond net buiten de stad hyena’s voeren.  Hij heeft de hyena’s ook allemaal een naam gegeven en knuffelt met ze alsof het honden zijn.  Het verhaal gaat dat het hyena voeren is begonnen in de 19e eeuw toen er grote droogte en hongersnood dreigde. De Hyena’s kwamen toen richting de stad om het vee op te eten. Er is toen een man begonnen om havermoutpap aan de hyena’s te voeren zodat ze het vee niet zouden op eten. Nu worden de hyena’s vlees gevoerd maar elk jaar op een speciale dag word de hyena’s havermout pap voorgezet. Wanneer de hyena’s de havermout op eten zal het een goed jaar worden, wanneer ze de pap laten staan zal er weer een jaar van droogte en hongersnood uitbreken.
Ook het bezoek aan de markt in Harar is bijzonder. Er word in Ethiopië, maar vooral in Harar veel Khat gekauwd. Khat zijn de bladeren van een struik die een stimulerende werking hebben.  Dit zorgt voor een  bijzondere sfeer omdat iedereen onder invloed is. Khat is ook een van de grootste inkomsten bronnen van Ethiopië.

Na ons avontuur in Harar zijn we naar Addis Abeba gereden. Dit was voor mama helaas alweer de eindbestemming van deze reis. We hebben hier nog genoten van wat deze mega grote stad te bieden heeft. Mercato, de grootste (en waarschijnlijk smerigste) markt van Afrika. Prachtig om hier rond te struinen tussen alle nauwe gangetjes en straatjes. Werkelijk alles kun je hier vinden. Er zijn hele ijzer smeder wijken, houtbewerkers, recycle wijken, kleding was wijken etc.  Ezels lopen je van de sokken, regen zorgt voor dikke modder en kippen op elkaar gepakt voor een heerlijke geur. Mensen plassen of poepen overal van zich af, een ware belevenis!
Ook hebben we twee musea bezocht. Het nationale museum, wat niet veel voorstelt maar waar Lucy, de eerste mens ten toongesteld ligt. En het etnografisch museum in een oud paleis van oud keizer Haile Selassie, wat een goed beeld geeft van alle verschillende bevolkingstammen en culturen die in Ethiopië te vinden zijn.

Helaas moeten we na 3,5 week weer afscheid nemen van moeders, na een spannende middag uitzoeken of haar vlucht überhaupt wel gaat vanwege de aanslag op het vliegveld in Istanbul hebben we haar in de avond naar het vliegveld gebracht.
Een beetje jaloers dat ze straks weer in de wereld van duohappen en M&Ms is zwaaien we haar uit  terug kijken op hele mooie en gezellige weken. Leuk om dit land samen te hebben beleefd.

Na mama’s vertrek hebben wij nog Zuid Ethiopië voor ons. Na de auto verzekering voor meerdere Afrikaanse landen te hebben afgesloten in Addis, waar we door een rekenfoutje van de mevrouw die ons hielp veel te weinig hebben betaald (waar we haar vijf keer op hebben gewezen,  eerlijk als we zijn) zijn we verder gereisd naar beneden. Door de great rift valley langs Nederlandse rozen kwekerijen en mooie meren zijn we neergestreken bij lake Chitu waar meer dan 10.000 flamingo’s leven. Wat een prachtig plekje en wat gaaf om deze mooie vogels in zulke grote getale bij elkaar te zien en te horen.

Hierna zijn we verder gereden naar de Omo Valley via Arba Minch. In de Omo Valley leven nog verschillende tribes die zich vast houden aan de tradities die ze hebben. De beroemdste tribe zal de Mursi zijn. Bekend door de lipschotels die de vrouwen dragen.
Hier hebben we een paar dagen door gebracht en we hebben een bezoek gebracht aan de Hamer stam en een Ari dorp.
Bij de Hamer stam hebben we een ‘Bull jumping’ ceremonie bijgewoond. Dit is een ceremonie die gehouden word wanneer een jongen klaar is om man te worden. Het is de bedoeling dat er (minimaal) drie stieren naast elkaar gezet worden. De jongen moet hierop springen en over de stieren heen rennen, dit vier keer heen en weer. Hierna is de jongen een man geworden en gaat de vader opzoek naar een vrouw voor zijn zoon.
Vooraf aan de bull jumping komt de hele omgeving bij elkaar en word er gedanst en gezongen. Onderdeel van de ceremonie is dat de ‘whippers’ komen. Dit zijn mannen die mooi gekleed zijn met veren op hun hoofd.  Wanneer de whippers komen rennen alle vrouwen hierheen. Zij hebben hun shirts omhoog gestroopt zodat buik en rug ontbloot is. Zij bieden zich dan al springend en dansend aan en dagen de whippers uit ze te slaan met een twijg. Dit is een bizar ritueel om te zien. Er worden letterlijk stukken vlees van de vrouwen afgeslagen wat er in resulteert dat er diepe bloedende striemen op hun rug buik en armen zitten. Dit gaat ongeveer drie uur lang zo. Waarom dit ritueel zo gebeurt word op twee manieren uitgelegd, er word gezegd dat de vrouwen op deze manier hun liefde voor de jongen laten zien die een man gaat worden. Er word ook gezegd dat de vrouwen op deze manier laten zien dat ze een man ‘aankunnen’. Hoe meer ze geslagen worden en hoe meer littekens des te betere vrouw ze zijn voor een man.
De hele ceremonie bij elkaar is mooi en afgrijselijk tegelijk, weer iets wat een diepe indruk maakt en wat we niet snel zullen vergeten.
De Omo Valley is prachtig, maar voelt allemaal ook heel dubbel. Het is mooi om deze stammen te zien, hun traditionele kleding, gebruiken en rituelen maar toch voelt het soms ook een beetje alsof je (oneerbiedig gezegd) aapjes aan het kijken bent. We hebben hierom ook besloten de Mursi stam niet op te zoeken. Zij staan er om bekend een agressief volk te zijn. Ze leven van toerisme en vragen een paar dollar per foto. Wanneer je geen camera bij je hebt willen ze je eigenlijk zo snel mogelijk weg hebben omdat je dan geen geld binnen brengt.  Je weet het natuurlijk nooit als je het niet zelf bezoekt maar het sprak ons niet aan. Hiernaast houd je ook het dragen van een lipschotel in stand omdat de vrouwen dit speciaal gaan doen voor de toeristen.  We hebben wel wat Mursi mannen en vrouwen gezien op de markt in Jinka.

Na de Omo valley zijn we over een offroad weg richting de grens gereden. Een dag lang hobbelen en al onze ingewanden zaten op plekken waar ze niet horen te zitten.. Gelukkig hadden we de laatste dag mooi glad asfalt naar de grens.
Bij de grens ging het op zijn ethiopisch. De aggregaat werd aangeslingerd en we werden uitgestempeld, helaas waren we net met lunchtijd bij customs dus moesten we twee uur wachten. Wij dus ook even gelucht en hierna in een sneltreinvaart naar Kenia.
Wat zullen we nog lang na genieten van dit prachtige land, nog lang verbijsterd zijn over de bijzondere situaties waar je inkomt, nog lang lachen om de aparte dingen de we meemaakten, en nog lang peinzen over welke hulp dit derde wereld land nou echt nodig heeft..

Op naar het volgende avontuur!

Geschreven door Jolle

Deze diashow vereist JavaScript.