Gastvrijheid, zand, hitte en schapenvlees

Een nieuwe blog, dit maal over Sudan, eindelijk. En nee, geen kort espresso verhaal, maar een langere cappuccino blog. Niet alleen omdat het kan maar belangrijker nog; omdat je in 2 weken onwijs veel mee maakt in dit fantastische land.

Habibi Sudan; dit hebben we telkens tegen de mensen gezegd als men vroeg wat we van Sudan vonden. Het is niet de officiële vertaling maar dit betekent min of meer ‘we houden van Sudan’. Voor de reis stond dit land voor Anton in de absolute top 3 qua Afrikaanse reisbestemmingen. Het is een land waar veel reizigers een beetje huiverig voor zijn; het hangt van bureaucratie aan elkaar, het is niet gericht op toerisme en niet altijd even veilig.

De grens overgang tussen Egypte en Sudan word door reizigers als de meest moeilijke grensovergang van Afrika gezien. Na de vermoeiende Egyptische grensformaliteiten werd de grenspoort voor Sudan geopend door een Sudanese douanier die erg vrolijk was: Welcome in Sudan! Hij vertelde ons in het Engels direct waar we moesten zijn en waar we ons aan moesten melden.

Na een snelle registratie konden we door voor het stempelen van ons Carnet en het importeren van de auto. Je wordt overal geholpen, de mensen spreken goed Engels en zijn erg vriendelijk. Wat een verschil met Egypte. Na 2 uur moesten we nog even ons ‘form 25’ (een veiligheidsformulier) ophalen, echter deed de internetverbinding het niet. Na een half uurtje wachten mochten we zonder het formulier het land in en moesten we de volgende ochtend maar even terug komen om deze alsnog op te halen.

S’ avonds hebben we in Wadi Halfa de lokale specialiteit gegeten; gefrituurde vis uit het Nasser meer, vervolgens gekampeerd in de woestijn tegenover een hotel en onze eerste schorpioen gespot. Bij het hotel stonden allemaal touringcars die door chauffeurs schoongemaakt werden; het afval werd simpelweg uit de bus de straat op geveegd en s’ nachts om 4 uur werden de bussen met veel lawaai nog even gewassen.

De volgende ochtend weer naar de grens; we konden zo naar binnen toe lopen, niemand die wat vraagt, en een plekje zoeken op de bank naast alle tv toestellen, magnetrons, ovens, koelkasten en grote tassen vol gepropt met van alles en nog wat, wat allemaal geïmporteerd word vanuit Egypte. Na 4 uur wachten en kletsen met Sudanezen, die al drie dagen (!) op de vrijgave van een geïmporteerde tv zaten te wachten, werd ons gevraagd om even mee terug te rijden naar Wadi Halfa (30 km. verderop) om bij het kantoor van de douane het formulier op te halen.

Sudan is een warm (ca. 51C) en gigantisch groot land (grote zandbak), hierdoor rij je niet zomaar even van A naar B. Maar, met een dieselprijs van 0,20 Euro cent per liter, is het nog wel te doen.

Omdat men in dit land toerisme niet echt kent, kun je overal wild kamperen in de woestijn, campingplekken genoeg dus. Het is een hele gave ervaring om ‘in the middle of nowhere’, zonder mensen om je heen, onder een deken van heldere sterren, te overnachten in de woestijn. En wat is fijner dan s’ morgens vroeg lekker warm douchen met water vanuit de watertank op het dak; dat de dag er voor goed opgewarmd is door de zon.

Vanuit Wadi Halfa zijn we gaan rijden richting Dongola; onderweg zagen we een nomadenkamp en besloten we om door de woestijn naar ze toe te rijden. Eenmaal aangekomen bij de tenten kwamen er een aantal mannen met metaal detectoren aangelopen; het bleken goudzoekers te zijn. Met een grote shovel werden hier stukken land uitgegraven op zoek naar goud. Ze lieten ons trots de dag vondst zien, een klein brokje van nog geen vierkante centimeter. De schapendarmen lagen hier al lekker te bakken op hete kolen voor de middag snack. Na een hele foto sessie zijn we weer verder gereden om een eigen, wat rustiger kampeerplekje te zoeken. Niet veel verderop kwamen we in een mega grote zandstorm terecht; in de nasleep van deze zandstorm hebben we uiteindelijk onze auto midden in de woestijn geparkeerd en de tent opgezet. Door de warme woestijnwind koel je bijna niet af en begon de tent aardig op een sauna te lijken.

De volgende ochtend zijn we verder gereden richting Dongola en hebben we een lifter meegenomen die ook naar Dongola wilde. Na 250 kilometer op ons bankje achterin mee gehobbeld te hebben over onverharde kleine wegen, omdat wij zo graag naar Kerma wilden om hier de western Defuffa ruïnes  te zien, was de jongen maar wat blij dat hij uit onze auto kon springen toen we eindelijk in Dongola arriveerden.

Na lang zoeken naar een geschikte slaapplaats zijn we maar van de weg afgereden en hebben we bij een boerderij gevraagd of we mochten kamperen, dit was geen probleem en de beste plek werd voor ons uit gezocht. Er bleken 2 broers naast elkaar te wonen en we kregen van beide thee aangeboden.

Nadat we de tent opgezet hadden kregen we voor de 10e keer de vraag waarom we in die gekke tent wilden slapen als we ook bij deze mensen, in het grote huis, binnen op een bed mogen slapen; gekke Hollanders!

In Sudan is gastvrijheid vanzelfsprekend; na de thee kwamen er van beide huizen grote schalen met eten op tafel met onder andere Fool met kisra, het nationale Sudanese gerecht dat gegeten kan worden als ontbijt, lunch én als avond eten. Een soort bonen stamppot met veel olie, ui en andere ingrediënten die kunnen worden toegevoegd naar wat men heeft of lekker vind met een plat brood, wat wel iets weg heeft van een pannenkoek.

De volgende ochtend was het weer vroeg licht.. Nou ja.. zo voelde dat om 08.00u na het late avondje, maar onze gastheer had om 06.00u al eens staan roepen of we wakker waren, gelukkig hebben we dit niet gehoord ;).

Na een rondleiding bij de geiten, de palmbomenplantage en de limoenbomen mochten we even douchen. De douche was een klein gebouwtje met daarin een emmer water, een krukje en een bakje om het water over je heen te scheppen, heerlijk. Om 11.30 werden we uitgenodigd voor het ontbijt en hierna werden er bedjes voor ons klaargemaakt voor de middagrust. Toen we vertelden dat we eigenlijk wel weer verder wilden rijden werden we beteuterd aangekeken, we moesten wel gek zijn om met het heetst van de dag te willen gaan rijden.

Het was bijzonder om van de enorme gastvrijheid van deze mensen te mogen genieten.  Toen we benoemden niet te weten hoe ze te kunnen bedanken en ze iets wilden geven voor hun gastvrijheid werd dit direct afgewezen. Dit was écht niet de bedoeling. We zijn opgenomen in de familie en de herinnering aan ons bezoek zou voor altijd blijven bestaan. Ontdaan van deze vriendelijkheid zijn we vertrokken, op naar ons volgende avontuur in dit prachtige land.

De volgende dag zijn we naar Karima gereden waar nog veel piramides staan. Deze piramides zijn kleiner maar veel ouder dan de piramides in Egypte; Sudan heeft zelfs meer piramides als dat Egypte heeft. Toen we hier aankwamen hadden we de piramides en de heilige berg (Gebel Barkal) helemaal voor ons zelf. Er waren zelfs geen kaartverkopers waardoor we voor niks en zonder bemoeienis van anderen rond konden lopen.

S’ avonds vonden we een prachtige kampeerplek aan de Nijl. Veel locals kwamen hier zwemmen dus genoeg bekijks. Door de land eigenaar werden we op de thee gevraagd. Bij het gezin thuis heerlijk gezeten met alle kinderen, neefjes en nichtjes en ooms en tantes die natuurlijk allemaal wel even wilden kijken bij deze vreemdelingen. Weer werden we uitgenodigd om daar thuis te slapen. Naast de Nijl was het veel te gevaarlijk met slangen, schorpioenen en andere wilde dieren. Uiteindelijk hebben ze ons met tegenzin onder begeleiding van de gastheer, gewapend met zaklamp tegen de wilde dieren terug laten gaan naar onze auto. Na controle van de complete kampeerplek op slangen en schorpioenen was het veilig om te gaan slapen. Als bonus hebben we ’s avonds vlakbij de auto nog een nieuwsgierige Gennet kat gespot.

De volgende ochtend zijn we op tijd vertrokken omdat we om 17.00u in Khartoum wilden zijn. Hier wilden we kijken bij de ‘whirling dervishes of Omdurman’ een ceremoniële Soefische bijeenkomst die alleen op vrijdag plaats vind, waar duizenden mensen bij elkaar komen om te bidden. Dit doen ze al dansend op ritmische muziek waarbij ze in een soort trance raken, heel indrukwekkend om te zien.  Hier werden we wederom heel gastvrij ontvangen, kregen we thee aangeboden en kregen we uitleg over de gewoontes en tradities van deze mensen.

In Khartoum zijn we een aantal dagen in het German guesthouse verbleven. Een heerlijk plekje in de drukte van Khartoum om onze papierzaken te regelen voor de rest van Sudan, onze Alien registratie (jaja we zijn officieel als Aliens geregistreerd), onze travel en photo permit en de visa voor Ethiopië.

In het hotel werden we tijdens het biertje vergezeld door de huisschildpad en hadden we een leuke ontmoeting met andere Nederlandse overlanders. Ook zijn we hier getrakteerd op een stukje meloen met Schwarzwalder schinken en wat is zo’n stukje varkensvlees lekker als je al meer dan zes weken alleen maar schapenvlees eet.

Na onze papier winkel afgehandeld te hebben zijn we gauw doorgereden richting de tempels van Naqa, we waren wel weer klaar met de drukke stad. Bij de tempels hebben we in de woestijn gekampeerd tussen de nomaden en de volgende ochtend een zeer bijzondere rondleiding gehad van de ‘police officer’ van de regio die ons ook wel wilde gidsen, een deel van de rondleiding moest dan ook gefilmd worden door zijn persoonlijk assistent met zijn mobiele telefoon, heel bijzonder.

Na de prachtige tempels van Naqa zijn we naar Port Sudan gereden. Dit zou volgens de Sudanese bevolking de mooiste stad van Sudan moeten zijn, met een goede duikspot, nu Anton zijn Padi heeft is hij niet meer te stoppen.  Na een vermoeiende rit van 13 uur met veel police checkpoints werden we verwelkomd door een aantal honden en katten in een resort dat ooit prachtig heeft moeten zijn maar er nu verlaten bij ligt. De volgende ochtend zijn we gauw verder gereden. Port Sudan was niet wat we er van verwacht hadden.

We zijn op weg gegaan naar Kassala, een stad omgeven van vreemd gevormde, mooie bergen.  Hier gaan veel Sudanezen op huwelijksreis heen omdat het een groene oase is in Sudan. Onderweg hebben we nogmaals in de woestijn gekampeerd op een verlaten plekje waar in de ochtend alleen wat kamelen voorbij kwamen. Kassala is een levendige stad en de bergen op de achtergrond maken het een mooie plek. We hebben hier even rond gekeken en zijn weer doorgereden naar het zuiden omdat we wel toe waren aan wat koelere temperaturen en wat meer natuur in plaats van woestijn en steden.

We besloten op weg te gaan naar het Dinder National Park. Onderweg hebben we niet ver van de weg gekampeerd achter een heuveltje met een klein huisje.  Na polshoogte te hebben genomen of er iemand aanwezig was om te vragen of we hier mochten kamperen ontdekten we in de bomen rondom het huisje allerlei schapen/ geiten vellen en pootjes etc. beetje creepy.. Tijdens het koken nog de schrik van ons leven gehad toen er een grote schorpioen recht met zijn scharen op ons af kwam gerend, maar door ons gestampvoet bedacht hij zich gelukkig!

Toen we eenmaal in bed lagen kwam er met veel lawaai een pick up met ca. 15 mannen aangereden; al gauw werd onze auto en de tent gespot en er werd er naar ons geroepen en met de zaklamp op de tent geschenen.  Anton is er uit gegaan en werd door de jongens uitgenodigd om geit te komen eten die ter plaatse werd geslacht. (dit verklaart de huiden en pootjes in de boom). Het huisje bleek een graftombe te zijn; het heuveltje is een heilige plaats waar veel moslims komen en vrije tijd doorbrengen.
De volgende ochtend (vrijdag, de heilige dag voor de Moslims) kwamen er nog een grote familie naar de graftombe om daar een schaap te slachten en lekker te bbq’ en, verser kun je het niet krijgen.

De volgende dag zijn we doorgereden naar het Dinder NP. Onderweg nog boodschappen gedaan en het park ingereden, een soort steppe landschap met lage begroeing en af en toe een boom. Onderweg ging het plaatselijk hevig regenen; doordat er slechts 4 maanden per jaar regen valt in dit gebied, werden de zandwegen bijna onbegaanbaar. Al glijdend kwamen we s’ avonds aan bij een boerderij waar we erg gastvrij ontvangen werden en meer dan welkom waren.  De heren hadden net een schaap geslacht dus we konden direct mee eten. Het schapenvlees word hier  alleen met zout gemarineerd en daarna op de barbecue geroosterd, heerlijk en veel lekkerder als het schapenvlees dat we in Nederland gewend zijn. Nadat het net gearriveerde zakelijke bezoek uit Saudie Arabië ook gegeten had, gingen de hele groep, met behulp van een grote bouwlamp achterin de laadbak van een pick up op konijnenjacht. Omdat de grote baas van de boerderij gehoord had dat er ook Nederlanders gearriveerd waren is hij speciaal naar de boerderij gekomen om samen met ons te eten. Omdat we het schapenvlees zo lekker vonden, besloot hij dat er s’ morgens nog maar even een schaap geslacht moest worden….. Uit voorraad leverbaar, lekker ontbijt man.  En we mochten natuurlijk niet vertrekken voordat Anton  om half 8 s’ morgens op een kameel gereden had, we verse kamelenmelk met ijs en suiker gedronken hadden én als afsluiter nog even een fotosessie afgewerkt hadden. De Sudanezen en Saudies vonden het allemaal prachtig en één ding is zeker; dit vergeten we nooit meer.

Omdat we vanaf de oostkant het park ingereden zijn kregen we bij de controlepost geen toestemming om het park in te rijden; dit was niet helemaal de bedoeling want je dient je natuurlijk eerst aan te melden aan de noord zijde van het park….. Na een uurtje lullen als Brugmans, zonder succes, hebben we besloten om het park uit te rijden richting de Ethiopische grens. Natuurlijk kwamen we de volgende dag net tijdens het ontbijt (11 uur s’ morgens) aan bij de grenspost en zaten alle douaniers en politiemensen lekker op hun gemak te eten. Geen probleem; twee stoelen er bij en lekker mee ontbijten, zo gaat dat in Sudan. Na het ontbijt hadden we de formaliteiten binnen een uurtje geregeld; op naar Ethiopië!

Geschreven door Jolle en Anton

Deze diashow vereist JavaScript.

10 gedachtes over “Gastvrijheid, zand, hitte en schapenvlees

  1. Hallo jolle en Anton,
    Wat leuk om weer te kunnen lezen wat jullie allemaal onderweg beleven.
    Geweldig wat jullie daar mee maken. Om nooit meer te vergeten.
    Prachtig beschreven.
    Nog een fijne tijd en tot de volgende keer.
    Groetjes en liefs tante joke.

    Like

  2. Heb met veel bewondering jullie verslag gelezen en foto.s gezien vind het geweldig enknap dat jullie dit avontuur aan durven blijf jullie volgen en wacht op jullie vogende verslag liefs en groeten uit het verre Tilburg Trees Otten

    Like

  3. Hallo Jolie en Anton, wat een geweldig avontuur maken jullie mee en wat kunnen jullie dat prachtig verwoorden, en ook met hele mooie foto’s. Geniet ervan en we kijken uit naar jullie volgende verhaal.
    Lieve groet van Jan en Froukje

    Like

  4. Hoi Jolle en Anton,
    Wat kan het leven toch vele malen hartelijker zijn dan hier..
    Mooi verhaal over Sudan, waarbij wij alleen in Nederland alleen maar geïnformeerd zijn over de burgeroorlog en niet over waar het echt om gaat>>het leven met elkaar in een warme sociale band, die jullie daar beschrijven..
    Good Luck in THE truck!,,,
    Anita en Pol

    Like

  5. Jeetje wat een prachtig avontuur zijn jullie aangegaan! Ik geniet zo met jullie mee vanaf de bank in Apeldoorn..

    Geniet ervan, en ik kan niet wachten op het volgende verslag.

    Liefs, Ymke

    Like

  6. lieve Jolle en Anton,
    heb net voor de tweede keer jullie verslag gelezen! prachtige avonturen en jullie beschrijven het erg mooi. Ook de foto’s zijn adembenemend mooi, kan zo in een boek!!
    take care en heel veel liefs vanaf het IJsselmeer van tante Geer

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s