Walk like an Egyptian

Hoi allemaal,

Na  4 weken Egypte, waarvan 7 dagen genoten te hebben van  Caïro, is het tijd voor een blog over dit fantastische land.

Nadat we de auto in de haven van Athene afgeleverd hebben vlogen we in 2 uurtjes met Egyptair naar Caïro en kwamen daar aan het begin van de middag aan. Met een verhoging in temperatuur van bijna 10 graden was het lekker warm. Voor het opstijgen werd er door de luchtvaartmaatschappij (lees Egyptische overheid) op de schermen nog even een islamitisch gebed afgespeeld voor een veilige reis. Tijdens het vliegen kregen we een lekkere maaltijd en konden we genieten van de uitzichten op de Griekse eilanden en de Middellandse zee.

Eenmaal aangekomen op Caïro international Airport merk je al direct dat het toerisme in Egypte op z’n gat ligt; het zwaar bewaakte vliegveld is zo goed als verlaten en er is weinig te doen. Nadat we onze visa bij de bank (!)  hadden bemachtigd, werd door de dame achter de balie, al telefonerend, even een stempeltje gezet en konden we zonder enige controle doorlopen; welcome in Egypt!

Een taxi zoeken is hier niet zo moeilijk; de taxi vindt jouw wel. Even onderhandelen en daar gaan we; de taxi chauffeur spreekt geen woord Engels en uiteindelijk zijn we aangekomen bij het appartement van Talal en Victoria, een Egyptisch-Duits stel die in de wijk Garden City wonen, een voormalig Engelse wijk, vlakbij de Nijl.

Caïro is met ruim 22 miljoen inwoners niet alleen erg groot ook een hele mooie stad, echt een aanrader! Je wordt door de Egyptenaren overal welkom geheten en mensen willen vaak een praatje met je maken of met ons op de foto; als een van de (momenteel) weinige toeristen zijn we hier een echte attractie.

De eerste dag zijn we met de metro naar het treinstation gegaan om vervolgens de trein naar Alexandrië te halen, zodat we alle paperassen voor het terugkrijgen van de auto konden regelen. De trein, een oude dikke diesel met Spaanse wagons, had airco en de stoelen in de 2e klas waren comfortabel. Dat er tijdens de 2,5 uur durende reis af en toe wat `stukjes` roet uit het beluchtingssysteem kwamen, hoort er natuurlijk gewoon bij. Na aankomst in Alexandrië zijn we in een taxi gestapt; ‘old driver, old car’ zei de taxi chauffeur en in een oude Peugeot 504 die nog net reed, gingen we op zoek naar het kantoor van de fixer. We hadden geluk en konden samen met Fathy net op tijd alle stempels en benodigde handtekeningen ophalen, want om 13 uur sluiten alle overheidsinstanties.  Als je geen Arabisch spreekt is het bijna onmogelijk om het inklaren van de auto hier zelf te regelen; laat staan dat je de instanties überhaupt zult vinden…  Tijdens de revolutie in 2011 heeft men enkele overheidsgebouwen bestookt en zijn alle computers ‘verdwenen’, dus alles werd hier weer met de hand geschreven en dat kost wat tijd.

Na het rennen en vliegen met de fixer hebben we op weg naar het treinstation snel wat te eten gehaald; wilden we betalen zegt de eigenaar dat hij ons trakteert, gewoon omdat hij blij is dat we de stad bezoeken J

In Caïro doe je in korte tijd erg veel verschillende en leuke indrukken op; van goedlachse Egyptenaren tot het gecontroleerd chaotische verkeer en het vele zwerfafval dat op straat ligt. Het verkeer is bizar druk en 3 baans wegen worden gebruikt als 5 baans wegen. Op vrijdag, de zaterdag in Arabische landen, word er minder gereden en zie je de flatgebouwen weer een beetje beter, simpelweg omdat er minder smog is. In de stad zelf hebben we veel gelopen; de eerste dag doe je dat op Nederlands tempo en daarna door de warmte meer in een ‘walk like an Egyptian’ tempo. De Egyptenaren gaan trouwens creatief om met telefoonmasten; deze zijn in de vorm en kleuren van palmbomen gemaakt zodat ze minder goed opvallen. Misschien een goed idee voor in Nederland; nemen we een mooie eikenboom.

In Caïro hebben we naast vele moskeeën, ook de citadel, het Egyptisch museum, de Coptische wijk, het oude islamitische centrum, down town en de piramiden bezocht.

Het Egyptisch museum ligt vlakbij het welbekende Tahir plein waar de revolutie in 2011 plaats vond; hier verzamelden miljoenen mensen zich om te protesteren tegen de toenmalige regering en het regime van president Moebarak; dit leidde uiteindelijk tot zijn aftreden.

In het museum worden mummies van diverse farao’s en erg veel archeologische vondsten uit diverse tempels, piramides en het Nasser meer tentoongesteld. Het meest bekende topstuk is natuurlijk het wereldberoemde gezichtsmasker van de farao Toetanchamon. Fotograferen is niet toegestaan maar na het betalen van een fototicket voor 50 Egyptische Pond (+/- 5 Euro) mag je naar hartenlust foto’s maken, geen probleem. Niet alle objecten zijn even goed uitgelicht en het lampje van je mobiel is dan wel handig om bepaalde objecten goed te kunnen bekijken. In de hal met gemummificeerde dieren liep er nog even een kat voorbij, kan allemaal in Egypte.

Het coptische gedeelte is een christelijk-Grieks gedeelte met een grote begraafplaats en een mooie kerk, erg schoon en zwaar beveiligd. Circa 10 % van de bevolking is christelijk. Ook is hier nog een synagoge te vinden.

In het oude islamitische centrum maak je het echte Caïro mee, als je om de puinhoop heen kijkt dan zie je een veel moois en echte oude ambachten. Na een bezoek aan de oudste moskee, waar we uitleg kregen en uiteraard ook de Minaret beklommen hebben, kwamen we s’ avonds uit op een pleintje waar diverse Nubische muzikanten een optreden gaven, we hebben echt genoten van de mooie muziek en de danskunsten van deze mensen. Als het in het oude islamitische centrum  s’ avonds donker wordt, waan je je echt in de stad van 1001 nachten, super gaaf.

Down town is een wijk die onder andere door een Franse architect is ontworpen. Hier vindt je alle grote winkelketens en heb je het idee dat je in Parijs / Europa bent.

De piramides in Giza zijn een verhaal apart. We hebben deze bewust na het bezoek aan de stad bezocht; de glimlachende Egyptenaren en positieve indrukken uit de stad kom je hier (bijna) niet meer tegen. Je kunt geen stap verzetten zonder dat je op een kameel of paard moet rijden en op z’n minst op de foto moet gaan. De piramide van Cheops hebben we van binnen bezocht, het meest indrukwekkende was de trap omhoog; je moest gebukt omhoog lopen om de tombe te bereiken, eenmaal boven kwam je in een tombe, gemaakt van grote granieten blokken. Erg imposant om te zien hoe de oude Egyptenaren zo iets hebben kunnen bouwen in die tijd.

Na een week kregen we een telefoontje dat de auto uit de haven was en zijn we vertrokken naar Alexandrië; hier hebben we direct de daktent op de auto gemonteerd en onze eerste kilometers met de Landcruiser op het Afrikaanse continent gemaakt. In Alexandrië hebben o.a. de citadel bezocht en zijn we direct doorgereden naar Caïro. In Caïro dachten we mooi nog even met de auto foto’s te kunnen maken bij de piramides maar helaas mocht er geen ‘safari’ auto het terrein op, nog even via de zijingang geprobeerd waar de rijen met paarden en kamelen stonden, maar helaas zonder resultaat. Toen hebben we maar een camping opgezocht; deze camping bleek al 3 jaar geen gasten meer te hebben gehad; zo ook het sanitair. De douche werd even aangezet om het ergste stof weg te spoelen en de spinnenwebben hebben we zelf even weggehaald. Ooit was dit een overlander camping die bijna altijd vol stond; na de revolutie (2011) komen er bijna geen toeristen meer en dat is erg zuur voor deze mensen.

De volgende dag zijn we naar het nationale park Wadi el Riyan gereden in the Western Desert; hier kwamen we s’ avonds laat aan en op zoek naar een camping stuitten we op een grote waterzuiveringsinstallatie. We werden door de drie aanwezige heren uitgenodigd voor een kopje munt thee met brood en kregen in het donker een rondleiding langs de stampende dieselmotoren en enorme waterpompen.

Na de thee zijn we doorgereden en uiteindelijk op een Eco lodge terecht gekomen in Tunis, dit was een erg mooi plekje en de volgende ochtend kregen we een super de luxe ontbijt.

De volgende dag zijn we doorgereden naar Wadi Al Hitan (Whale Valley, UNESCO), onderweg hebben we de watervallen bezocht en daarna zijn we doorgereden naar een gedeelte van het park waar versteende skeletten van walvissen opgegraven zijn. Hier is te zien hoe de walvis van een landdier naar een zeedier geëvolueerd is. Een heet en bijzonder stuk woestijn; hier hebben we dan ook een nachtje gekampeerd in een kloof, met als kers op de taart een familie woestijn vossen die op 10 meter afstand langs je heen liepen. De woestijn heeft iets magisch; overdag erg warm en s’ nachts zelfs fris, de stilte en de ruimte maken het plaatje compleet, erg bijzonder.

Via Beni Suef zijn we de Nijl overgestoken en hebben we verse vis uit de rode zee gegeten langs de weg en daarna wild gekampeerd naast een café. De volgende ochtend zijn we naar het St Anthony Monastry gereden; hier heeft de monnik St. Anthony 40 jaar lang eenzaam in een grot geleefd, op zoek naar rust en het dienen van God.

Na de hete dagen in de woestijn zijn we doorgereden naar Hurghada; een mega toeristische kustplaats aan de rode zee, hier hebben we een nachtje in een klein hotel geslapen en zijn we de volgende dag met gierende banden weer weggereden. Langs de kust reden we naar Marsa Alam, waar we 5 dagen lang op een Eco lodge zijn gebleven, waar Anton zijn PADI open water course duikbrevet behaald heeft en Jolle heeft gesnorkeld op het ‘huis’ rif vanaf het strand. De onderwater wereld van de rode zee is adembenemend; we hebben naast een zeeschildpad, roggen en een zeester ook een zeekoe gespot, erg zeldzaam.

Na deze verkoelende dagen zijn we naar Luxor gereden; de weg die we wilden rijden was niet veilig genoeg volgens de politie om dat er geen politie op controle stond. We moesten maar even 150 km omrijden terwijl de Egyptenaren wel door mochten rijden. Onderweg kwamen we een Frans gezin tegen (Nomads Road) die al 10 jaar non stop over de wereld reizen. In Luxor hebben we de indrukwekkende Karnak tempel bezocht en ook de oude straat tussen de Karnak tempel en de Luxor tempel en wat onderhoud aan de auto gedaan. Luxor is een leuk stadje aan de Nijl met veel archeologische bezienswaardigheden.

Na Luxor zijn we doorgereden naar de ‘Valley of the Kings’, hier zijn de een aantal grote farao’s in rotsen uitgehakte graftombes begraven; erg indrukwekkend.

Als laatste hebben we Aswan bezocht; dit stadje ligt direct aan de Nijl en krijgt als eerste het water dat vanuit het Nasser meer door de nieuwe en oude dam doorgevoerd word naar ‘lower Egypt’. In Aswan krijg je pas echt het gevoel dat je in Afrika bent; de huidskleur van de mensen word steeds donkerder. In Aswan hebben we het visum voor Soedan aangevraagd, die we na 5 werkdagen vroeg in de ochtend op konden halen. In de tussentijd verbleven we bij Adam Home, een Nubisch overlanders camp, waar je na aankomst je direct thuis voelt. Je eet elke avond samen (erg lekker Nubisch /Egyptisch eten) en drinkt gezellig Shay met veel suiker. Mohamed is een bekende van de familie en komt elke dag gezellig kletsen en regelt voor ons naast de hulp bij het regelen van ons visum en het papierwerk bij het ‘traffic court’, ook Sudanese ponden. We hebben een avond bij hem thuis gegeten wat echt heerlijk was en een boottocht over de Nijl gemaakt. Je kunt op bepaalde plekken in de Nijl zwemmen; het water is nog frisser als wat we meegemaakt hebben in de rivier de Aare in Zwitserland. Naast het overlander camp runt Adam home met de hele familie ook een boerderij met koeien, ezels, kippen, geiten, schapen, mango bomen, okra planten etc.

Na 5 dagen konden we s’ morgens vroeg  ons visum ophalen, nou ja, na 3 uur wachten kwamen de paspoorten er eindelijk aan; we zijn bijna echt in Afrika.

Na Aswan zijn we naar Abu Simbel gereden; officieel moet je met 130 km/h in konvooi met de politie mee rijden maar we zijn gewoon naar het check point toe gereden en we konden gewoon doorrijden. Na een lange rit door de woestijn kwamen we s’ avonds laat aan bij de tempels in Abu Simbel waar je de krokodillen in het Nasser meer ziet zwemmen. Hier hebben we op de parkeerplaats overnacht. De volgende ochtend kwamen de touringcars, vol met chinezen, al om 6 uur de parkeerplaats op gereden terwijl we naast de auto nog even aan het douchen waren. Hier hebben we op tijd de zeer indrukwekkende tempels van Ramses 2 en Nefertari bezocht; beide tempels zijn tussen 1964 en 1968 in stukken gezaagd en op een hoger punt teruggeplaatst om te voorkomen dat ze, door de bouw van de Aswan dam, onder water zouden komen te staan. De hele operatie heeft slechts 36 miljoen dollar gekost. Ramses 2 was niet alleen druk met het bouwen van tempels en standbeelden, maar had ook nog eens vele vrouwen en naar schatting circa 49 zonen en 45 dochters, druk baasje die Ramses.

Na het bezoek aan de tempels zijn we met de auto de boot op gereden richting de Egyptisch- Sudanese grens net voor Wadi Halfa. We zijn de grens overgestoken zonder fixer; de Egyptische zijde dachten we na 4 bureaucratische uren eindelijk te kunnen verlaten, oh nee toch niet, aan de poort werden we teruggestuurd want we misten natuurlijk nog 1 formulier en een bagage check. Tijdens de bagagecheck werd al snel duidelijk dat er een spelletje gespeeld werd; de norse douanier met grote zonnebril  vroeg al rokend of we alles even uit wilden laden. We hebben, zo langzaam als mogelijk, de deuren van de auto geopend  en ze veel succes gewenst in onze jan boel ;). Uiteindelijk hoefden alleen onze tassen en de kisten op het dak gecontroleerd te worden; de lucifers werden nog even aangemerkt als ‘gevaarlijk’ maar deze mochten we uiteindelijk toch meenemen. Na de bagage check kregen we een kladbriefje waarmee we het laatste formulier op konden halen bij het opperhoofd van de douane; hier moest nog even 100 pond afgerekend worden; echter wisten wij dat dit formulier niets kostte. Eenmaal in het kantoor aangekomen heeft Anton volgehouden dat we geen geld meer hadden en na de verlaging van de prijs naar 75 pond, misschien hadden we dat wel?, kregen we na volhouden eindelijk het afgestempelde papier gewoon mee en konden we een poort verder, op naar de Sudanese grens.

Groetjes,

Jolle en Anton

Geschreven door  Anton

Deze diashow vereist JavaScript.